Editie december 2014

Rubriek: 
Auteur: 
Alida Neslo
Foto: 
Jean van Lingen

Alida Neslo: Sinterklaasje kom maar binnen...

Piet wel of Piet niet? Dat is de kwestie die dezer dagen Nederlanders en Belgen (witte en zwarte) bezig houdt. Discussie hier, discussie daar - en het eind is nog niet in zicht.

Ik kan me een gelijkaardige situatie hier in Suriname niet voorstellen. Wat ik me wel herinner is een tragikomisch voorval halverwege de jaren 60 (!). Suriname was nog een rijksdeel van Nederland. En Sinterklaas was een jaarlijks ritueel dat vooral op school spannend kon zijn. Mijn maatje Ronald wist daar alles van - die was nog met trappelende beentjes boven de geopende zak van Sinterklaas gehouden door Piet. Bijna meegenomen naar Spanje (waar lag dat?). Als je ondeugend genoeg werd gevonden door de juf, was dat je onverbiddelijk lot. En uitgelachen worden na de feiten, natuurlijk, door klasgenootjes die ‘zoet’ waren geweest en dus ‘lekkers’ gekregen hadden…

Moesten we nog wel naar Toon Hermans in zwart-wit kijken en lachen om zijn Sinterklaassketch?

Zoals in veel andere buitenlanden klonk in de jaren 60 nadrukkelijk de roep om onafhankelijkheid in Su (*). Dichters en studenten roerden zich: afwerpen dat Nederlandse juk moesten we (arbeiders en verbeelding aan de macht!). Enne … moesten we nog wel naar Toon Hermans in zwart-wit kijken en lachen om zijn Sinterklaassketch? Nee! Sint moest weg. Dàg Sinterklaasje!

Voor de kinderen moest ‘iets nieuws’ verzonnen worden, meer ‘passend bij de tijd’. Gewoontegetrouw toog ik braaf met mijn zusjes (vol verwachting klopte hun hart!) op 5 december naar de kade van de Suriname rivier om Sint samen met Piet te zien aanmeren. Juichend met kinderen, groot en klein, blank, zwart, geel, bruin en rood, een typisch Surinaamse menigte. Zo stonden we dus die ene keer op de verjaardag van Sinterklaas, te wachten: zie ginds komt de stoomboot! Echter, toen het stipje almaar groter werd, bleek het helemaal geen stoomboot te zijn, maar een kleine houten kano, voort gepagaaid door een zwarte man. Kleurig kleed om gespierde schouders. Een forse baard. Voorin de boot lag een grote jutezak. Dat wel. Maar geen Piet.

“Ik ben Gudu P’pa (**),” riep hij enthousiast. De kinderen zetten het massaal op een huilen. Dat was Sinterklaas niet! Ouders, en ook ik, wisten zich geen raad. De menigte droop snel af, hier en daar klonk boegeroep. Na die ene memorabele dag werd nooit meer iets vernomen van Gudu P’pa. 

Pieten zijn geverfd in alle kleuren van de regenboog.

In de loop der jaren veranderde er langzaamaan wel het een en ander. Sinterklaas en Pieterbaas (deze benaming wordt nog gebruikt door ouderen) komen op Kinderdag (5 december) langs in veel scholen én in menig bedrijf (de commercie!). Pieten zijn geverfd in alle kleuren van de regenboog. Sinterklaas goed heiligman arriveert niet per boot of te paard, maar geflankeerd door een brass band en … hij moet kunnen dansen!

Dus, beste burgers van de lage landen, Sint en Piet kunnen wat mij betreft in de Nederlandse kou alvast hun spieren beginnen opwarmen: Sinterklaasje schud maar lekker met je kont... 

 

(*) Su = populaire afkorting voor Suriname

(**) Gudu P’pa = Goede of Rijke Vader (gudu kan ook vertaald worden als ‘cadeautjes’, vgl ‘goodies’ in ’t Engels)

De Surinaamse theatermaakster Alida Neslo Alida studeerde theater en dans in België en Senegal en bereisde de halve wereld als theatermaker. Ze noemt zichzelf een 'SuriVlaamse': ze woonde jarenlang in Antwerpen en in Amsterdam maar keerde terug naar Suriname om toneelprojecten op stapel te zetten. En om in Paramaribo ambassadeur te zijn van Antwerpen, twee steden die een stedenband hebben gesloten.