Editie juli 2014

Toren van Babel
Toren van Babel
Rubriek: 
Auteur: 
Ann De Craemer

Ann De Craemer: De hemelse straf van Babel

Ooit, zo vertelt het Oude Testament ons, spraken alle mensen dezelfde taal. Toen ze in de vlakte van Sinear een toren wilden bouwen die tot aan de hemel reikte, strafte God hun hoogmoed af: ‘De Heer heeft daar verwarring gebracht in de taal van alle mensen, en hen vandaar over de hele aardbodem verspreid.’ De stad waar de toren zou worden opgericht heette vanaf dan Babel, een verwijzing naar het Hebreeuwse woord voor ‘verwarren’.

Omdat ik als kind nauwelijks kon bevatten dat zoveel mensen op aarde met elkaar konden communiceren in een andere taal dan de mijne, dacht ik dat zij in hun hoofd alleen een ingebouwd woordenboek hadden dat Nederlandse woorden in een andere taal omzette. Ik was kwaad op God — in wie ik toen nog geloofde —  dat hij het ons met zijn taalkundige toorn zo lastig had gemaakt, want was de wereld niet mooier geweest als iedereen mekaar meteen begreep?

Luisteren naar de weelderige klanken van een andere taal is op zich al een avontuur.

Zelden ervaren we de Babylonische spraakverwarring zo intens als wanneer we op reis gaan, maar vandaag vind ik dat net geweldig: luisteren naar de weelderige klanken van een andere taal is op zich al een avontuur. Bovendien krijgt onze eigen taal op vakantie de ontspanning die ook zij verdient: wie vindt het niet heerlijk om (bijvoorbeeld) de dresscode van andere vakantiegangers schaamteloos te becommentariëren, wat gewoon lekker in het Nederlands mag omdat geen kat je begrijpt? Zozeer kan een mens genieten van die talige vrijheid dat je voor paal staat wanneer blijkt dat de man om wiens tafelmanieren je je net vrolijk hebt gemaakt een spreker van je moedertaal is.

Elke nieuwe taal is een sleutel die de schatkist van een andere cultuur opent. 

Gebruikten we over de hele wereld dezelfde taal, dan zou ik me minder mens voelen: zoveel talen als men spreekt, zoveel malen is men mens. Elke nieuwe taal is een sleutel die de schatkist van een andere cultuur opent. Ik maak een diepe buiging voor al degenen die een andere taal leren omdat ze dan nog meer van hun favoriete vakantiebestemming kunnen genieten, maar ook voor hen die een taalgids meenemen naar een plek waar je je nochtans in het Engels kan behelpen: de bereidwilligheid om de taal van een ander te spreken, al is het maar met een paar hakkelende zinnen, is de meest universele manier om een glimlach op het gezicht van een wildvreemde te doen verschijnen. Als God werkelijk zou bestaan, dan kunnen we hem dus maar beter bedanken voor de straf die hij eeuwen geleden over Babel uitriep. 

Ann De Craemer (1981) is niet alleen Master in American Studies maar ook columniste en auteur. Ze debuteerde met Duizend-en-één dromen. Een reis langs de Trans-Iraanse Spoorlijn (Uitgeverij Lannoo, 2010), dat werd genomineerd voor de VPRO Bob den Uylprijs voor het beste literair-journalistieke reisboek. In haar prozadebuut Vurige tong (De Bezige Bij, 2011) vertelt ze het verhaal van haar katholieke  jeugd in het West-Vlaamse Tielt. Haar nieuwe roman Kwikzilver verschijnt in september 2014 bij De Bezige Bij. 

De Craemer schrijft elke week een column voor de website van HP/De Tijd. Ze is een van de vaste columnisten van Taalunie:Bericht.