Editie november 2014

Arnon Grunberg
Arnon Grunberg
Rubriek: 
Auteur: 
Arnon Grunberg

Arnon Grunberg: Over taal heb ik niets te melden

Over taal heb ik niets te melden. Daar zou ik nog aan toe kunnen voegen dat ik een tijd geleden schreef dat een schrijver net zo weinig over het schrijven te melden heeft als een prostituee over het neuken. Wat verwarring opwekte. Vergeleek ik schrijven met neuken? Vond ik de schrijver een prostituee? 

Ja en nee, het ging mij erom te onderstrepen dat voor zover schrijven een ambacht is we er betrekkelijk snel over uitgeschreven zijn. Het advies ‘gebruik geen overbodige woorden’ lijkt mij verstandig, maar over de vraag welke woorden precies overbodig zijn lopen de meningen uiteen.

Dan het gereedschap taal. Is de taal misschien het condoom? Dat zou het gereedschap onrecht doen. De taal is ook het glijmiddel, en de geslachtsdelen en het wederzijds gebruik van de geslachtsdelen, en daarom ook de tong, de hand, het oog, de tanden en het haar.

Dat ik geen taalpurist ben zal niemand verbazen. 

Dat ik geen taalpurist ben zal niemand verbazen. Er zijn veel soorten streling mogelijk, vele aangename soorten ook. Natuurlijk is het prettig dat de Nederlandse taalgebruiker van het ‘kofschip’ op de hoogte is en er valt veel voor te zeggen om vast te houden aan ‘zij’ als onderwerpsvorm en dat woord niet te vervangen door ‘hun’. Maar mensen die zich vastbijten in het foutloos taalgebruik lijken op mensen die zich vastbijten in foutloos neuken. Ik zou dit een vorm van verstopping willen noemen; de angst voor de taal, dat wil zeggen de angst voor de ander is zo groot – laten we dat niet vergeten nu we toch metaforisch bezig zijn; taal is de ander en de weg naar de ander – dat het instrument van middel tot doel wordt verheven.

Ook de taalsociologie heeft amper mijn interesse. Dat in bepaalde subculturen bepaalde woorden worden gebruikt is veelzeggend, de eigenaardigheden van subculturen zijn altijd ook talige eigenaardigheden, maar als schrijver vind ik dat bijna nooit interessanter dan het jargon van bankiers, filosofen, verpleegkundigen. Jargon is als luchten op schilderijen, de assistenten van de schilders c.q. van de schrijvers kunnen dat af. ‘Graag hier wat jargon,’ zegt de meester.

Taal is ordening van de wereld, en dus een poging macht uit te oefenen.

Taal is opvulling van de leegte. Taal is bezwering van het noodlot. Taal is ordening van de wereld, en dus een poging macht uit te oefenen.

Taal is weinig precies, daarom bij uitstek ironisch. Wij mogen hopen dat we ons tot de goede verstaander richten. Soms lukt dat niet, dan heb je er weer een vijand bij.

De verstaander kan je ook te goed verstaan.

Zonder taal geen leugen en geen leugenaars. De grote ontdekking van de jonge taalgebruiker: taal is het domein van de leugen.