Editie april 2016

Ellen Deckwitz
Ellen Deckwitz
Rubriek: 
Auteur: 
Ellen Deckwitz

De wereld die groter en groter wordt

Vlak na de groeispurt had ik verkering met een Braziliaan, waardoor ik allerlei onvertaalbare woorden ontdekte. Het meest hield ik van het woord cafuné: zachtjes met je vingertoppen door iemands hoofdhaar kroelen. Mijn latere vriendjes waren zo Hollands als een pak vla en werden dan ook vuurrood toen ik hun vroeg of ze ook aan cafuné deden: zij dachten dat het iets met sm te maken had.

We merken iets pas op, als er een woord voor is. Mij werd veel duidelijk toen ik de sipheid die ik ervoer toen mijn beste vriendin verkering kreeg (en geen aandacht meer voor mij had), kon omschrijven als vriendschapsverdriet. Ineens waren mijn gevoelens legitiem. Ik kon er eindelijk met mijn vriendin over praten, waardoor we onze vriendschap konden herstellen.

Iedere aanvulling op onze woordenschat toont een stukje van de wereld dat we voorheen niet waarnamen. Via leenwoorden als selfie leren we iets over de prioriteiten van de moderne mens, door het verdwijnen van begrippen als splitruiter (een dame die schrijlings rijdt) komt de gewijzigde positie van de vrouw naar voren.

Ook de verwachtingen die we van onszelf hebben, worden duidelijk door de manier waarop we ons uitdrukken. Als mijn leerlingen klagen dat ze te veel huiswerk hebben, zeggen ze dat ze geen ruimte meer hebben op hun harde schijf. Ik zou vroeger (de jaren tachtig) hebben gezegd dat ik geen ruimte meer had in mijn hoofd. De huidige jeugd ziet haar hersens als hardware en heeft van haar brein even hoge verwachtingen als van haar computers.

Taal is een adventkalender, die door het verstrijken van de tijd wordt geopend, en waar achter ieder deurtje zich een klein geschenk bevindt

Maar waar techniek veroudert, verdwijnen ook zegswijzen. Dat ervoer ik laatst toen ik mijn neefje van negen probeerde uit te leggen hoe draadloos internet werkt. Het kwartje viel maar niet. ‘Jemig,’ zei ik op een gegeven moment, ’Wat duurt het lang voordat we verbinding hebben gemaakt, het lijkt wel alsof ik via een modem aan het inbellen ben’. Mijn neefje gaapte me niet-begrijpend aan, terwijl mijn zus meteen de slappe lach kreeg. Zij hoorde het inbelgekraak al uit het hoofd van haar zoon komen.

Het Nederlands dat we twintig jaar geleden spraken, is al heel anders dan het Nederlands waarmee we ons anno 2016 uitdrukken. Die constante verandering van de taal, inkrimpend en uitzettend, meedeinend op de maatschappelijke, technologische en politieke veranderingen maakt stukjes wereld zichtbaar, terwijl ze andere stukjes weer toedekt. En dat vind ik een van de mooiste dingen aan de taal. Ze is een adventkalender, die door het verstrijken van de tijd wordt geopend, en waar achter ieder deurtje zich een klein geschenk bevindt, dat je kunt koesteren, omdat het je de wereld verder laat ontdekken. Net zoals je er na het lezen van deze column extra van kan genieten als iemand met zijn vingertoppen door je haar gaat, vlak boven je harde schijf.