Editie september 2016

Ellen Deckwitz: Nederlands begon met het vrijmaken van slaven
Ellen Deckwitz: Nederlands begon met het vrijmaken van slaven
Rubriek: 
Auteur: 
Ellen Deckwitz

Het begon met liefde

Stel, je bent verliefd. Dat kan de beste overkomen. Het is dan lastig om te bepalen op welk moment je iemand meer dan leuk begon te vinden. Was het op het ogenblik dat je hem of haar besloot te googelen? Of dat je je snor weghaalde om indruk te kunnen maken? Het blijft altijd een beetje onduidelijk wanneer een reeks indrukken, gevoelens en vermoedens is gestold tot een hardnekkige verliefdheid. Dat geldt ook voor de ontstaansgeschiedenis van talen, en de ontwikkeling van het Nederlands heeft meer met liefde te maken, dan je op het eerste gezicht zou zeggen.

Laten we eerst een flink aantal eeuwen teruggaan in de tijd. Het Oudnederlands, de voorloper van onze spreektaal, is ontstaan uit verschillende dialecten en gaat terug tot de achtste eeuw. Uit deze periode kennen we bijvoorbeeld het prachtige woord ‘vrijverzeggen’, dat zoiets betekent als een verloofde dumpen. Er zijn zelfs historici die betogen dat er nog oudere bronnen zijn. Uit de runeninscriptie van Bergakker zou je de zin ‘dat een zwaard zijn drager een vlam/overwinning gunt’ kunnen opmaken. Die regel komt uit de vijfde eeuw!

De ingelezen lezer hoor ik nu protesteren. ‘Hoezo zijn er Nederlandse zinnen uit de vijfde eeuw bekend? De oudste was toch die met die vogels, uit de elfde eeuw?’ Daarover verschillen de geleerden dus van mening: sommige zijn er niet van overtuigd dat de runeninscriptie wel echt Oudnederlands is. Bovendien blijft het lastig te lezen wat er nou echt staat (het waren runen in hanenpoten, de schrijver had vermoedelijk haast/dyslexie). Is de oudste zin dan toch Hebban Olla?

Taal is als een verliefdheid: we weten niet zeker wanneer ze begon, wanneer ze rechtsgeldig werd, maar we weten wel dat als ze er eenmaal is, we niet meer zonder haar kunnen. 

Nee. In de Malbergse Glossen uit de achtste eeuw is een tekst opgetekend die waarschijnlijk teruggaat tot de zesde eeuw. Hierin komen we, tussen verscheidene Latijnse fraseringen op een zeker moment de volgende regel tegen: maltho, thi âfrîo, theo, wat zoiets betekent als: ‘ik zeg: jou laat ik vrij, slaaf!’. Het was een standaardregel die moest worden uitgesproken door een meester om een van zijn ondergeschikten te bevrijden.

Terug naar de verliefdheid en de oorsprong van het Nederlands. Het is natuurlijk heel romantisch om te geloven dat onze taal begon met Hebban Olla, met een liefdesuiting, ook al is deze vermoedelijk opgeschreven door een monnik, dat wil zeggen door iemand die zich beroepshalve bezighield met droogstaan. Maar als je gelooft dat het Nederlands begon met het vrijmaken van slaven, zou je kunnen stellen dat ze begon met het gunnen van vrijheid.

Ik vind het een geweldige gedachte dat de oudste regel van het Nederlands samenhangt met iemand loslaten, in plaats van iemand aan een nest vast te ketenen. En nog mooier vind ik het idee, dat taal is als een verliefdheid: we weten niet zeker wanneer ze begon, wanneer ze rechtsgeldig werd, maar we weten wel dat als ze er eenmaal is, we niet meer zonder haar kunnen.