Editie mei 2016

Ellen Deckwitz
Ellen Deckwitz
Rubriek: 
Auteur: 
Ellen Deckwitz

Kunsttaal wordt talige kunst

Afgelopen week is het nieuwe seizoen van de serie Game of Thrones weer van start gegaan, waardoor mijn bewondering voor taal alleen maar is toegenomen. Voor wie de afgelopen jaren onder een steen heeft gelegen: Game of Thrones is een Amerikaanse fantasyserie. Er zijn draken, reuzen, agressieve ijsmannen en Carice van Houten. Al genoeg ingrediënten om de serie te bewonderen zou je zeggen, maar er is voor ons taalliefhebbers nog een extra reden om deze reeks in de gaten te houden.

Wie van taal verandert, verandert van geest.

In Game of Thrones worden er meerdere talen gesproken die speciaal voor deze serie zijn ontworpen. Iets meer dan zeventig procent van de dialogen is gewoon in het Engels, maar de rest is in fantasietalen als Skroth en Ghiscari, waarbij er Engelse ondertiteling is, net als bij een echte vreemde taal. Deze verzonnen talen hebben hun eigen syntaxis, morfologie, semantiek en fonologie. Men nam geen genoegen met vaag gebrabbel dat dan een onbekende spraak moest voorstellen, neen, het productieteam huurde de Amerikaanse linguïst David J. Peterson in om speciaal voor deze serie talen te ontwerpen, opdat de kijker ook op basis van het gehoor een idee kon krijgen van hoe complex en veelzijdig de wereld is waarin de gebeurtenissen zich afspelen.

Ongebruikelijke indeling

Zo kent de wereld van Game of Thrones het Valyrian dat vooral bij plechtige gelegenheden wordt gesproken (vergelijkbaar met ons Latijn). Peterson koos ervoor om de woorden en aanduidingen niet onder te verdelen in mannelijk, vrouwelijk of onzijdig maar in de categorieën maan, zon, aarde en water. Deze ongebruikelijke grammaticale indeling zegt volgens hem iets over hoe de sprekers van het Valyrian tegen de wereld aankijken: hun wereldbeeld wordt bepaald door de elementen en niet door het geslacht.

Woest steppevolk

Even interessant is de wijze waarop Peterson het Dothraki vormgaf, dat wordt gesproken door de Dothraki’s: een woest steppevolk dat doet denken aan de Hunnen. Hun leven draait om paarden. Niet alleen rijden ze paard, ook eten ze paard, maken ze van paardenmelk wodka en dienen ze een paardengod. Niet voor niets betekent ‘Dothraki’ zoiets als ‘de ruiters’. Het werkwoord ‘rijden’ gebruiken zij waar wij in het Engels of het Nederlands het werkwoord ‘gaan’ zouden gebruiken. Bij ons is het woord ‘gaan’ relatief passief, omdat we het ook gebruiken in een niet-letterlijke betekenis zoals ‘het gaat niet zoals ik wil’. ‘It’s not going well’ betekent dus in het Dothraki: ‘Ik rijd niet goed.’ In de manier waarop de Dothraki’s zich uitdrukken, is er nooit sprake van iets ondergaan, want zij kennen alleen actieve zinsconstructies. ‘Het overkomt me’ wordt dan ‘Ik rijd het tegemoet.’ Veelzeggend is dat de lompe, norse Dothraki’s bijvoorbeeld ook geen uitdrukking hebben om iemand te bedanken, omdat dat passiviteit zou suggereren.

Deze kunsttalen benadrukken dus hoe de syntaxis, fonologie, morfologie en semantiek het wereldbeeld en de levenshouding van de sprekers bepalen. Wie nu denkt dat zulke kunsttalen maar een kort leven beschoren is, heeft het mis. Er zijn fans die zichzelf Valyrian leren en online zijn er al dichtwedstrijden, namelijk haikuwedstrijden, in het Dothraki te vinden, op www.dothraki.com: een website die aan deze spraak is gewijd. Peterson ontwierp een kunsttaal die op haar beurt weer wordt gebruikt om kunst mee te maken. Opmerkelijk is dat in die gedichten, zo zeggen de schrijvers van deze haiku’s, een totaal andere kant van hun persoonlijkheid naar voren komt. Wie van taal verandert, verandert van geest. Zo vertellen zelf ontworpen talen niet alleen iets over hoe we ons kúnnen uitdrukken, maar ook hoe we kúnnen zijn.