Editie februari 2015

Rubriek: 
Auteur: 
Margot Vanderstraeten

Margot Vanderstraeten: De macht van het woord

De verwerpelijke aanslag op Charlie Hebdo heeft indirect de macht van potlood en pen weer ontbloot. Ja, een tekening kan sterker zijn dan een kalasjnikov. Ja, het geschreven woord kan als een wapen dienen, een dat uithaalt maar niet doodt.

Of je nu tekent of schrijft, de pen biedt ons de mogelijkheid om onze mening te uiten. De graad van deze vrijheid van meningsuiting hangt af van het land waarin je je bevindt. En uiteraard hangt hij ook van jezelf en van de ander af.

Als schrijver en journalist ben ik me constant bewust van de kracht van het woord. In mijn beroep weet je dat het ene woord het andere niet is. En ook weet je dat woorden bruggen kunnen slaan en kloven groter kunnen maken. Er zijn natuurlijk eveneens woorden die volstrekt onverschillig laten.

Maar je hoeft geen schrijver, humorist of satiricus te zijn om het woord op waarde te schatten. Ook binnen talrijke andere sectoren ervaren mensen dagelijks dat taal daadwerkelijk kracht heeft.

Een poos geleden sprak ik met een gevangenisdirecteur met een lange staat van dienst. Het viel me op dat hij in zijn discours geen enkele keer het woord ‘criminelen’ gebruikte. Ik maakte hem daar attent op. ‘Iemand, ondanks zijn criminele daden, louter en alleen als een crimineel benoemen is zo naar hem kijken en zo met hem spreken. Dat is oneerlijk en stigmatiserend, met dergelijk taalgebruik duw je de ander weg, en onze taak bestaat er juist in om hem meer naar ons toe te halen,’ luidde zijn antwoord.

Of neem de politica die ik interviewde. Ze zei me dat ze zich ergerde aan het adjectief ‘bazig’ waarmee ze blijkbaar altijd beschreven werd. ‘Ik ben zogezegd een bazige vrouw. Maar ik ben lang niet zo bazig als mijn baas (m). Alleen worden mannen nooit bazig genoemd. Met de woordcombinatie ‘bazige vrouw’ word ik en zovele andere vrouwen in een negatief hokje geplaatst.’

In Vlaanderen spreekt men al enige tijd niet meer van een bestaansminimum. Deze minimale bijstand heet vandaag ‘leefloon’ een term die minder arm en minder stigmatiserend zou klinken. Schoonmakers zijn sanitair helpers. En iemand liet me weten dat er in de pers al jarenlang sprake is van ‘dodelijke slachtoffers’ omdat ‘doden’ tout court te hard zou aankomen.

Hoe je iets zegt, is dus veelzeggend. Dit inzicht, dat woorden wel degelijk iets kunnen bewerkstelligen, is zeker zo oud als onze beschaving. Woorden kunnen dus warm of koud zijn. Ze kunnen slaan en zalven. Ze kunnen ziek maken en genezen. Ze kunnen aanzetten tot oorlog en tot vrede.

Geen wonder dus dat de schrijvers van de beste speeches ter wereld de kracht van het woord zo goed weten in te schatten. Ze zetten het wapen van het woord voor hun doeleinde in. Want: Yes, words can!