Editie maart 2017

 

Ellen Deckwitz: kennis Middelnederlands goed voor onze zelfbeheersing en realiteitszin
Rubriek: 

Wat verdwenen woorden zeggen

Ellen Deckwitz: kennis Middelnederlands goed voor onze zelfbeheersing en realiteitszin

Het mooist zijn de dingen die voorbij zijn, zeker als het om taal gaat. Wanneer ik een Middelnederlandse tekst tot me neem, kan ik dolgelukkig worden vanwege al het prachtigs waarmee degenen die voor ons in dit land woonden, zich uitdrukten. 

Neem bijvoorbeeld het woord avonturen. Ja, ik hoor u nu denken, wtf Ellen, dat woord gebruiken wij anno 2017 ook nog steeds hoor, zoals in de zin ‘De komende verkiezingstijd zal voor de nodige avonturen zorgen!’ U heeft natuurlijk groot gelijk beste lezer. Tegenwoordig gebruiken we het woord avonturen inderdaad nog, maar alleen als zelfstandig naamwoord. In het Middelnederlands was het ook een werkwoord. En dat zegt iets over hoe onze voorouders in het leven stonden: het avontuur was niet iets wat hen overkwam, maar wat ze ondernamen! Goed, het is hier lastig om feit en fictie netjes van elkaar te scheiden: de gemiddelde middeleeuwer was vermoedelijk drukker met zichzelf in leven te houden (we kennen avonturen uit verhalen, die doorgaans alleen over ridders gingen) dan om op speurtocht te gaan, maar laten we eerlijk zijn: wanneer was het de laatste keer dat wijzelf op zoek gingen naar een draak of een jonkvrouw die werd gegijzeld door een Moor? Precies. Dat we tegenwoordig vrij weinig avonturen, wil niet zeggen dat de gedachte eraan niet fantastisch is.

Soms zegt iets wat er niet meer is meer over wat we zijn, dan over wat we waren.

Maar dat is niet het enige Middelnederlandse woord dat bewondering en een herinstallatie verdient. Neem het prachtige orewoet, vooral bekend geworden dankzij de teksten van de 13e- eeuwse mystica en dichteres Hadewych. Over de exacte betekenis van het woord zijn proefschriften volgeschreven, maar de kenners zijn het er over het algemeen over eens dat het zoiets betekent als vurige begeerte. Waarnaar is tot op heden onderwerp van discussie, maar er is zo ongeveer consensus dat het niet een nachtelijke trek in kaas of roomijs is: het is een verlangen naar iets wat je eigen individualiteit overstijgt. Het is een spagaat tussen hoop en wanhoop, de sluimerende wetenschap dat de tastbare geliefde/werkelijkheid nooit alle verwachtingen die haar absentie oproept, zal kunnen inlossen. Een scepticus zou kunnen zeggen dat de hele consumptiemaatschappij juist drijft op het feit dat we geen woord als orewoet meer hebben, omdat het woord zelf de bevestiging inhoudt dat we nooit geheel bevredigd kunnen worden, in tegenstelling tot wat de winkels en diensten ons willen doen geloven. Reden temeer om dit woord opnieuw te gaan gebruiken, om ons te doen inzien dat we behoeften voelen die, hoeveel geld we er ook aan willen uitgeven, misschien nooit zullen worden bevredigd.

Wat meer kennis van het Middelnederlands zou goed zijn voor onze zelfbeheersing en realiteitszin. Wie weet wat er zou gebeuren als we zouden gaan avonturen naar de orewoet, in plaats van haar te proberen af te kopen. En daarom is het prachtig en tragisch dat deze twee woorden in ons huidige Nederlands naar de achtergrond zijn verdwenen, en zegt wat er niet meer is soms meer over wat we zijn, dan over wat we waren.