Editie september 2015

Kees Beekmans
Kees Beekmans
Rubriek: 
Auteur: 
Kees Beekmans

'Zet die telefoon in je tas'

Ook in de Caraïben wordt Nederlands gesproken. En u kunt wel bedenken dat dat niet hetzelfde taaltje is dat u in het tv-journaal hoort. 

Pas hier, op Aruba, heb ik ontdekt dat als en of maar weinig in betekenis verschillen. Dat inzicht dank ik aan mijn leerlingen, die van huis uit Papiamento spreken, of Spaans, dat komt ook veel voor, maar hier Nederlandstalig onderwijs volgen. Standaard grijpen ze naar als waar ze in hun eigen taal si zouden gebruiken. 'Wilt u ons niet zeggen meneer als u van plan bent morgen een overhoring te geven?´

De eerste keer dat ik zoiets hoorde moest ik de leerling vragen dit nog eens te herhalen, pas toen begreep ik het. Later ging me opvallen dat niet alleen leerlingen maar ook mijn Arubaanse collega's deze fout bijna zonder uitzondering maken. Het Nederlandse of kennen ze natuurlijk wel maar gebruiken ze alleen in gevallen van keuze: óf dit, óf dat. In alle andere gevallen is het als.

Dat is het leuke van buitenlanders die je taal onbewust verhaspelen: ze maken je bewuster.

Nog zo´n aardigheidje is het woordje ongeveer dat leerlingen op dit eiland te pas en te onpas gebruiken. 'Hoe gaat het met je?' 'Ongeveer.' 'Hoe ging je toets?' 'Nou, ongeveer.' Uiteraard vertalen ze ook hier uit hun eigen taal: mas o menos, dat ikzelf met min of meer zou vertalen (hoewel dat ook afhangt van de context). In het begin legde ik leerlingen nog uit dat je dat niet zo kunt zeggen in het Nederlands, maar omdat dat weinig helpt, ben ik daar maar mee gestopt.

Overigens, in het Papiamentu (niet Papiamento, dat is Arubaans) van Curaçao zegt men in dit soort gevallen niet mas o menos maar entre medio, zo las ik in Dubbelspel van Frank Martiuns Arion.

Maar het meest opvallend op Aruba is de verruiming van de betekenis van zetten. Hier lijkt werkelijk een variant van het Nederlands te zijn gecreëerd. Een Arubaanse collega zei laatst: 'Ik heb die brief in je postvakje gezet.' Waar Nederlanders doen, stoppen, leggen of zetten gebruiken, daar gebruikt de Arubaan immer zetten. Dezelfde collega tegen zijn leerlingen: 'Telefoon niet op de bank, zet 'm in je tas.'

En dan, tot slot, is er nog het beleefde en, voor mij, alomtegenwoordige meneer. De Arubaanse leerling acht het onbeleefd een hoogstaand persoon als een docent direct aan te spreken, dus niet: 'Hoe gaat het met u?' maar 'Hoe gaat het met meneer?' In Nederland reserveren we deze aanspreekvorm eigenlijk alleen nog voor leden van de koninklijke familie. Het kan leiden tot juweeltjes als deze, iets dat een nieuwsgierige leerling mij eens vroeg, ik was toen nieuw op school: 'Is meneer eigenlijk altijd meneer geweest?'

Kees Beekmans (1961) werkt sinds 2012 als docent Nederlands op Colegio Arubano op Aruba, een school voor havo en vwo. Daarvoor werkte hij zes jaar als freelance journalist in Marokko, voor o.a. De Volkskrant en De Groene Amsterdammer. Hij schreef er o.a. het succesvolle Marokko voor Beginners. Daarvoor weer werkte hij tien jaar lang op verschillende zwarte scholen in Amsterdam, waarvan hij in Eén hand kan niet klapt, bekroond met de E. du Perronprijs (2004), op aanstekelijke wijze verslag deed.