Editie februari 2015

Carnaval
Carnaval
Rubriek: 
Auteur: 
Sjaak Kroon en Jos Swanenberg

Dialect viert hoogtij tijdens carnaval

Het gebruik van dialect is een van de opmerkelijkste kenmerken van carnaval in Nederland. Dat is natuurlijk niet zo vreemd. Carnaval wordt immers vooral gevierd in gebieden waar het dialect nog volop wordt gesproken. 

Omgekeerde wereld

Maar als je bedenkt dat carnaval het feest is van de tijdelijk omgekeerde wereld – waarin mannen zich verkleden als vrouwen, leken als pastoors of nonnen, arbeiders als directeuren en waarin de burgemeester de sleutels van zijn stad afgeeft aan de carnavalsprins, zou je verwachten dat het dialect juist zou worden vervangen door de standaardtaal. Wat de taal betreft, bestaat de omkering er vooral uit dat er dialect gebruikt wordt op plaatsen waar dat anders niet gebeurt: op het gemeentehuis bij de sleuteloverdracht, in de kerk tijdens de carnavalsmis en in de (carnavals)krant …

Carnaval is ook een feest van vaste tradities en gebruiken, en vaak gebeurt dat in het plaatselijk dialect. Zo kent Carnavalsvereniging De Krölstarte uit Middelaar (Nederlands Limburg) de traditie van het ‘pötje pletse’ en het ‘pötje raoje’: bij de start van het carnavalsseizoen, op de elfde van de elfde, wordt in de enige resterende plaatselijke kroeg een fooienpot geplaatst, die tijdens carnavalsactiviteiten gevuld wordt en op Aswoensdag, bij het ‘hèrring schèlle’ (haring happen), wordt de inhoud ervan geraden.

Oeteldonks

In Den Bosch wordt het grootste carnavalsfeest van de Nederlandse provincie Noord-Brabant gevierd. De stad wordt voor drie dagen omgedoopt in een dorp met de naam ‘Oeteldonk’, en de burgers worden boeren. Echte Bosschenaren dragen dan ook boerenkielen en de vrouwen zijn ‘durskes’. In het Bossche dialect is een meisje echter een ‘mèske’. Het Oeteldonkse ‘durske’ wordt alleen gebruikt in de dialecten van Meierijse boerendorpen ten oosten en zuiden van de stad. Oeteldonks is dan ook niet hetzelfde als het Bossche stadsdialect. Neem het woord ‘oetel’, dat voor kikker wordt gebruikt, het symbool van carnaval in Den Bosch. In het Bosch is een kikker een ‘kikvors’, het woord ‘oetel’ wordt buiten het domein van carnaval niet gebruikt.

Dialectspelling

Regelmatig wordt ons gevraagd om dialectteksten na te kijken voor carnavalskrantjes, spandoeken, badges of praalwagens. Dat is mooi, zou je zeggen, want men wil blijkbaar het dialect op de juiste manier spellen en daarmee toont men respect voor dialect. Anderzijds kan een moeizame discussie over dialectspelling al snel leiden tot scherpslijperij. Dan gaat de spelling het dialectgebruik in de weg staan en dat kan niet de bedoeling zijn. We willen zeker niet te streng zijn over spelling, maar schrijfwijzen als ‘op rullekus’, op rolletjes (beter: ‘rullekes’), ‘mun eiguh’, mezelf (beter: ‘m’n eige’) lijken toch wat ongelukkig omdat ze zonder dat dat ergens goed voor is tegen het Nederlandse woordbeeld ingaan.

Wat geldt voor Brabant, geldt ook voor (Nederlands) Limburg. Noord-Limburg is daarbij een bijzonder geval. Waar men in het zuiden van de provincie een beroep kan doen op de Veldeke-spelling, is dat voor de Noord-Limburgers wat lastiger. Daar oriënteert men zich liever op de spellingregels van plaatselijke dialectwoordenboeken. Of men volgt de klank van het dialect en het eigen taalgevoel. Soms gaat dat uiteraard mis en treft men bijvoorbeeld ‘Prins Dirk dun Örste’ aan waar ‘d’n’ op zijn plaats zou zijn geweest.

Carnavalskranten

Van de andere kant is het dialect primair een gesproken taal. In die hoedanigheid is ze in de geschreven vorm zeker niet tegen de standaardtaal opgewassen. Niet voor niets zijn in de carnavalskrant van vereniging De Krölstarte de door het bestuur van de Jeugdafdeling, de Jeugdprins en de Jeugdvorst geschreven teksten in het Nederlands en niet in het dialect. De proclamatie van Jeugdprins Rick d’n Örste daarentegen is net als die van Prins Wim de Zèsde in het dialect. Daarbij is wel duidelijk dat waar de elf geboden van Prins Wim de spelling van het Genneps dialectwoordenboek volgen, de proclamatie van zijn jeugdige collega nog wel dialectkenmerken heeft maar veel minder ‘echt’ Middelaars is, eerder een soort regiolect. Uit onderzoek van het 1V Jongerenpanel van Een Vandaag in 2013 bleek dat carnaval steeds meer een jongerenfeest wordt. Carnaval verandert en daarmee het gebruik van het dialect. In de verandering schuilt de kracht van zowel dialect als carnaval.

Hyperdialect

Carnaval is een feest van de parodie, dus het carnavaleske taalgebruik in Brabant maakt deel uit van die parodie. In carnavalsgeschriften zie je ook de stand van zaken van het dialect weerspiegeld. Een ‘cool clubske’, en ‘unne commissie’ zijn volgens de moedertaalsprekers van het dialect niet correct (-ske bij verkleinwoorden in het Brabants alleen na k of g, niet na b: ‘clubke’ dus; commissie is vrouwelijk dus ‘un commissie’, want ‘unne’ komt alleen bij mannelijke woorden voor), maar dit zijn wel taalkenmerken die van de uiting onmiskenbaar ‘plat Brabants’ maken. Ze passen daarmee perfect bij de intentie van de carnavalsschrijver. Zulke taalvormen worden wel hyperdialect genoemd en zijn symptomatisch voor dialecten in staat van verandering.

Skihutrepertoire

Uit het aangehaalde onderzoek blijkt ook dat van de Limburgse ondervraagden 89 procent carnavalsliedjes in dialect kan meezingen, en van de jongeren uit Brabant kan 55 procent dit. Ook in Brabant en Limburg zien we ieder jaar het onontkoombare geweld van de ‘carnavalshits’. Ze variëren van het paard dat de gang van buurvrouw Jansen nooit meer lijkt te zullen verlaten tot een woonboot die nota bene in de Amstel ligt en een uitgebreid skihutrepertoire. Maar er bestaan ook nog steeds authentieke Limburgse en Brabantse carnavalsschlagers, gezongen op eigen muziek en met teksten in het dialect. Jaarlijks in competitie en met groot enthousiasme ten gehore gebracht op plaatselijke schlagerfestivals is hun lot dat ze vaak niet langer dan één jaar meegaan en ook geen partij zijn voor pakweg de bloemkolen van Ria Valk. Ze zijn daarvoor misschien wel te authentiek. Zo bleek van het nummer ‘Ich kin de wereld aon’ van het Maastrichtse duo Nick en Patrick dat tijdens de finale van het ‘Limburgs Vastelaovesleedjes Konkoer’ in Kerkrade ten gehore werd gebracht behalve een Maastrichtse versie ook een Konkour-versie te bestaan. Zou de Maastrichtse versie van de schlager te Maastrichts zijn om kans te maken? Hoe dan ook, winnaar werd het duo Spik en Span uit Susteren met het lied ‘Es vastelaovend Limburg bênne vêlt’. En daar is geen woord Hollands bij.

Over carnaval

Carnaval, Vastenavond of Vastelavond is een eet-, drink- en dansfestijn voordat de onthouding van de vasten begint: carne vale dus, vlees vaarwel, 40 dagen doorbijten tot het begin van de lente. Of het kan een verwijzing zijn naar carrus navalis, het narrenschip dat we al zien op de schilderijen van Jeroen Bosch uit de vijftiende eeuw en tegenwoordig als wagen in de carnavalsoptocht.

Over de auteurs

Sjaak Kroon is hoogleraar 'Meertaligheid in de multiculturele samenleving' en Limburger. Jos Swanenberg is bijzonder hoogleraar 'Diversiteit in taal en cultuur in Brabant' en zelf Brabander. Zij zijn beiden verbonden aan het Departement Cultuurwetenschappen van de Universiteit van Tilburg.