Editie juli 2016

 

Fieke Van der Gucht (Universiteit Gent) speurt naar de Staat van het Nederlands.
Rubriek: 
Auteur: 
Inge Schelstraete
Foto: 
Dries Luyten

Hoe vitaal is onze taal?

Fieke Van der Gucht (Universiteit Gent) speurt naar de Staat van het Nederlands.

Volgens een UNESCO-rapport verdwijnt negentig procent van de talen die nu worden gesproken voor het eind van de 21ste eeuw. Het Nederlands scoorde op veel punten erg goed in die studie, maar hoe zal het evolueren in een mobiele maatschappij? Dat wil de Taalunie voortaan elke twee jaar peilen in de 'Staat van het Nederlands'.

'Ik spreek mijn favoriete taal omdat dat is wie ik ben. We leren onze kinderen onze favoriete taal omdat we willen dat ze weten wie ze zijn.' Als motto voor zijn rapport Language Vitality and Endangerment koos UNESCO een uitspraak van Christine Johnson, een ouderling van de Noord-Amerikaanse Tohono O’odham-natie. Het citaat vat samen waarom onze moedertaal ons zo na aan het hart ligt: elke taal is een geconcentreerde vorm van de cultuur en de ervaring van een volk. Elke taal die verdwijnt, maakt de wereld een beetje armer. 

Niet vrolijk

Je wordt niet vrolijk van dat UNESCO-rapport. Het stelt vast dat er vandaag nog meer dan 6000 talen gesproken worden, maar dat 90 procent daarvan tegen het eind van de eeuw verdwenen kan zijn. Op dit moment drukt 97 procent van de wereldbevolking zich uit in 4 procent van de wereldtalen. Die dominante talen winnen nog terrein om politieke en economische redenen – omdat een centrale of bezettende overheid ze als officiële taal oplegt en de kleine talen verbiedt, of omdat mensen om financiële en professionele redenen de taal van een economisch centrum beginnen te gebruiken. Als ze het niet langer de moeite vinden om hun moedertaal te gebruiken en door te geven, en die enkel door een kleine, vergrijzende bevolking wordt gesproken, sterft ze uit.

Steeds meer sprekers Nederlands

'Het Nederlands zit niet bij die bedreigde talen', zegt Fieke Van der Gucht van de Universiteit Gent. 'We weten dat er steeds meer sprekers van het Nederlands zijn', zegt Marten van der Meulen van het Meertens Instituut. 'Het is de taal van onderwijs, overheid, media en literatuur. Het wordt overgedragen tussen generaties. Maar er zijn veel dingen die we niet weten: hoeveel gebruikers van het Nederlands spreken de taal ook met hun ouders of kinderen, en hoeveel schakelen met hen wel eens over naar het Fries, Frans of Arabisch? Welke taal gebruiken we op Facebook?'

Vrijwilligers gezocht

Dat gaan Van der Gucht en Van der Meulen voor de Taalunie onderzoeken in de 'Staat van het Nederlands'.  Ze zullen data verzamelen zoals de taal van wetenschappelijke publicaties en doctoraten die in Vlaanderen en Nederland verschijnen. Maar een belangrijk deel van hun gegevens hopen ze bij gebruikers van het Nederlands te vinden. Ze maakten een online vragenlijst en zoeken vrijwilligers die die om de twee jaar willen invullen. 

Op dit moment drukt 97 procent van de wereldbevolking zich uit in 4 procent van de wereldtalen.

Terwijl ze de data begonnen in te zamelen, stelden ze al snel vast dat er in Vlaanderen en Nederland een paar andere vragen zouden moeten worden gesteld. Van der Gucht: 'Het wettelijk kader verschilt soms. Nederlands als tweede taal, de zogenaamde NT2, maakt in Vlaanderen deel uit van het inburgeringstraject. Die cursussen worden dus door de overheid georganiseerd. In Nederland gebeurt dat door privéorganisaties. Dat betekent dat ik in Vlaanderen gewoon kan opvragen hoeveel mensen NT2 volgen, maar dat die cijfers in Nederland niet voorhanden zijn.'

Verschillen

'Er zijn nog wettelijke verschillen. In Vlaanderen mag je niet-taalvakken in het lager onderwijs bijvoorbeeld alleen in het Nederlands onderwijzen; er zijn maar een paar scholen waar daarvoor een proefproject loopt. In Nederland mag een lagere school vrij beslissen om wiskunde in het Engels te geven. Vlaamse bedrijven zijn verplicht bepaalde documenten voor het personeel in het Nederlands ter beschikking te stellen. Het zal interessant zijn om te kijken of die wettelijke voorschriften ook leiden tot verschillen in het gebruik van de taal.'

Zorgen

Veel gebruikers maken zich zorgen over het Nederlands. 'Dat klopt, gebruikers denken vaak vanuit een bedreigde positie. Ze stellen bijvoorbeeld vast dat advertenties voor vacatures steeds vaker in het Engels verschijnen, of dat ze op het werk meer in Frans of Duits vergaderen en rapporteren. Ze kennen meer multiculturele en dus meertalige gezinnen dan vroeger. De dienst Internationalisering van mijn universiteit stuit bijvoorbeeld op verzet van binnenin: wat brengt dat op, cursussen in het Engels doceren? Waarom kiezen we er niet voor al onze studenten in het Nederlands les te laten volgen? Eigenlijk willen ze weten of het Nederlands op termijn niet wordt weggedrukt door deze ontwikkelingen. Om dat vast te stellen, beginnen we nu met dit onderzoek.'

Taalkeuze

'Zelf ben ik erg benieuwd naar de taalkeuze van mensen die meerdere talen spreken', zegt Van der Gucht. 'Hoe vlot schakelen ze tussen talen? In huissituaties en op het werk moet dat vrij makkelijk vast te stellen zijn. In cultuur en media wordt het moeilijker. We weten uit gelijkaardige onderzoeken dat de antwoorden verrassend kunnen zijn. Uit de Brio-taalbarometer, een onderzoek naar de taalkeuze van Brusselaars, bleek bijvoorbeeld duidelijk dat er niet zo'n duidelijk verband is tussen de mate waarin je een taal beheerst en de mate waarin je die gebruikt. De onderzoekers peilden naar de taalkeuze thuis en informele en formele situaties, maar vroegen ook hoe de rapporteurs hun taalkennis inschatten. Veel anderstaligen gaven aan dat hun kennis van het Nederlands beperkt was, maar dat ze het wel gebruikten in het gemeentehuis, in de sportclub of in andere publieke ruimten. In situaties waar het makkelijker is om Nederlands te gebruiken, ga je dat ook doen, zelfs al spreek je het niet zo goed.'

Onze toegenomen mobiliteit en nieuwe media hebben een merkbare invloed op onze dagelijkse taalkeuzes.

Onze toegenomen mobiliteit en nieuwe media hebben een merkbare invloed op onze dagelijkse taalkeuzes. 'In het wijkgezondheidscentrum waar ik naar de dokter ga, ben ik een van de weinige patiënten die Nederlands als moedertaal heeft', zegt Van der Gucht. Het boeit me hoe de communicatie daar verloopt. Het viel me bijvoorbeeld op dat ik niet alle talen herken die ik er hoor. In de enquête hebben we daarom ook de optie 'ik weet het niet' toegevoegd aan de lijst met talen die je ergens hoort. Zo zijn er veel nieuwe situaties waarin verschillende talen samenkomen. We kunnen ons bijvoorbeeld voorstellen dat er in een meertalig gezin wordt geskypet in een andere taal dan het Nederlands, maar de rest van de tijd wel Nederlands wordt gebezigd.'

Deelnemen aan de enquête? Doe dat zo snel mogelijk, is het verzoek van de onderzoekers, want dan dragen de antwoorden ook bij aan de eerste resultaten. 'Tegen de Week van het Nederlands in oktober publiceren we onze eerste vaststellingen', zegt Van der Gucht. 'Het werkelijke rapport volgt dan in het voorjaar van 2017. Over twee jaar zullen we eventuele trends voor het eerst met cijfers kunnen aantonen. Dan zullen we bijvoorbeeld weten of bedrijven meer of minder in het Engels adverteren en hoeveel meer of minder.'

Wilt u graag meewerken aan de Staat van het Nederlands? De enquête is via deze link te vinden. Deelnemers krijgen naderhand een samenvatting van de resultaten toegestuurd. De Taalunie verloot onder de panelleden een aantal exemplaren van Waaitaal van Thomas Verbogt, geestige observaties over de taal van alledag.