Editie november 2014

Wordle
Wordle
Rubriek: 
Auteur: 
Ludo Permentier

Hoe Vlaams kan standaardtaal zijn?

'De meerkost van onze verbouwing loopt snel op. We verwachten ons aan een financiële catastrofe. Op vraag van mijn vrouw doe ik daarom een omhaling. Ik hou eraan u te danken voor uw bijdrage' (*). Geen Nederlander krijgt dit uit zijn pen, maar de meeste Vlamingen vinden het doodgewoon Nederlands, zelfs Vlaamse taalprofessionals. Moeten taaladviseurs zich daarbij neerleggen?

Het is een oude discussie in Vlaanderen: bestaat er zoiets als ABN met typisch Vlaamse woorden en uitdrukkingen? Anders gesteld: moeten Vlamingen alles wat volgens de naslagwerken ‘Belgisch’ is, uit hun taalgebruik weren om echt bij het Nederlandse taalgebied te horen? En als dat niet lukt, moeten we dan spreken van twee verschillende talen: het Nederlands en het Vlaams?

Gelijkwaardig

De Taalunie staat al sinds 2003 op het standpunt dat de Nederlandse, Belgische en Surinaamse variëteiten van de standaardtaal gelijkwaardig zijn. Maar het is de vraag of zinnen zoals die hierboven tot het Standaardnederlands behoren. Dat doen ze niet volgens woordenboeken, spraakkunsten en taaladviseurs die deze gevallen ‘niet algemeen’, ‘niet door iedereen aanvaard’, ‘regionaal’ of ‘spreektaal’ noemen. In het beste geval krijgen ze een onduidelijke status mee. Kort door de bocht samengevat: geen aanbevelenswaardig Nederlands.

En dat terwijl de man en de vrouw in de straat deze woorden onbezorgd in de mond nemen. Zelfs professionele taalgebruikers zoals leerkrachten, advocaten, journalisten, schrijvers en vertalers doen dat. In opdracht van de Taalunie, De Standaard en Radio 1, heeft Johan De Schryver van de KU Leuven dit soort zinnen voorgelegd aan beroepsschrijvers en -sprekers. Hij vroeg of ze de zinnen aanvaardbaar vonden in de krant of in het journaal, dus in een formele context. Er kwamen meer dan drieduizend antwoorden binnen.

Geen alarm

De zinnen hierboven deden bij meer dan driekwart van de ondervraagden geen alarmlichtje knipperen. Ook andere probleemgevallen, zoals een gekende persoon (bekende), allergisch zijn aan (voor) en moest zoals in moest ze mij om raad gevraagd hebben… (als ze mij om raad gevraagd had) worden door bijna alle beroepsschrijvers en –sprekers beoordeeld als standaardtaal.

Ook deze Vlaamse formuleringen werden door de meeste ondervraagden geaccepteerd:

  • Toen ze wou beginnen werken (beginnen te): 66,7%
  • Iets bijhebben (bij zich hebben): 65,3%
  • Ze waren die dag met vier (vieren): 63,4%
  • We deden beroep doen op haar (we deden een beroep op haar): 62,6%
  • Op het eerste zicht (gezicht): 61,7%
  • Vier maand geleden (maanden): 60,2%
  • Ik kan er niet aan (ik kan er niet bij): 56,5%
  • Vuilbak (vuilnisbak): 55,8%
  • Postbedeling (postbezorging): 54,9%
  • Ze heeft hem een computer gekocht (voor hem): 53,9%

Toch werden niet alle Vlaamse eigenaardigheden door de taalprofessionals aanvaard. Vijf gevallen die slechts door een minderheid werden goedgekeurd:

  • Omwille van omstandigheden (door omstandigheden): 43,3%
  • Mutualiteit (ziekenfonds): 42,7%
  • Genieten van steun (steun genieten): 40,3%
  • Zo’n dagen (zulke, dergelijke dagen): 39,1%
  • Tien na zes (tien over zes): 36,9%

Nederlands onbekend

In de test zaten ook enkele formuleringen die alleen in Nederland te horen zijn, en het viel op dat sommige daarvan door de Vlamingen niet als standaardtaal worden (h)erkend. Vooral de occasion (tweedehandse wagen), de woordvolgorde in dat ze hem op had moeten bellen (had moeten opbellen) en het hulpwerkwoord zullen in dat ze op reis hadden zullen gaan (op reis zouden gaan) vonden geen genade in de ogen van de respondenten.

Hier de resultaten van enkele typisch Nederlandse woorden die toch in het zuiden worden aanvaard (tussen haakjes staat een in Vlaanderen veel gebruikte vorm):

  • Suède laarsjes (daim): 80,2%
  • Presentiegeld (zitpenning): 64,6%
  • Contributie (lidgeld): 63,6%
  • Recycling (recyclage): 54,6%

Realistisch taaladvies?

De resultaten van het onderzoek roepen de vraag op of ons taaladviesbeleid realistisch is, zegt Johan De Schryver. ‘Het heeft weinig zin in het taalonderwijs te blijven beweren dat telkens als voegwoord (‘telkens hij komt’) of na in tijdsaanduidingen (‘tien na zes’) fouten zijn omdat dergelijk taalgebruik in Nederland niet voorkomt, terwijl prestigieuze beroepsgroepen, de natuurlijke normbepalers, het daar niet mee eens zijn.’

Hij hoopt dat het publieke debat over de standaardtaal na dit onderzoek een nieuwe wending kan nemen. De relevante vraag is volgens hem niet meer of in Vlaanderen nog de Noord-Nederlandse norm moet gelden, maar welke geledingen van de Vlaamse maatschappij de norm moeten bepalen: Vlaamse taalbeschrijvers (auteurs van woordenboeken, spraakkunsten, schoolboeken…), Vlaamse taalprofessionelen (docenten, schrijvers, journalisten) of Vlaamse beroepsgroepen met enig prestige, (politici, academici, advocaten).

*  *  *

Vlamingen die een korte test willen doen om het Vlaams in hun Standaardnederlands te meten, kunnen dat via www.standaard.be/taaltest.

*  *  *

(*) 'De meerkosten van onze verbouwing lopen snel op. We verwachten een financiële catastrofe. Op verzoek van mijn vrouw doe ik daarom een collecte. Ik stel er prijs op u te danken voor uw bijdrage.'

Taaldebat Hoe Vlaams is ons Standaardnederlands?

Boekenbeurs, dinsdag 4 november, van 18.30u tot 20u, Blauwe Podium

Een aanzet tot het debat wordt alvast gegeven op de Boekenbeurs in Antwerpen op 4 november. Hoe Vlaams is het Standaardnederlands van Vlaamse taalprofessionals, en wat beschouwen zij zelf als Standaardnederlands? I.s.m. de Taalunie, Radio 1 en KU Leuven voerde de krant De Standaard hier recent een onderzoek naar. Vier prominente taalminnaars geven hun mening over de resultaten van het onderzoek: Mia Doornaert (journaliste), Siegfried Bracke (politicus N-VA), Sarah Van Hoof (taalonderzoekster), Dirk Caluwé (taaladviseur Taaltelefoon) en Marc Reugebrink (auteur). Jan Hautekiet (Radio 1) modereert.