Editie juli 2017

 

Met een zomercursus voor vertalers speelt het ELV in op de groeiende populariteit van Nederlandstalige auteurs in het buitenland.
Rubriek: 
Auteur: 
Jan Willem Bloemen

Studenten Zomercursus Vertalen: ‘Je ziet ze overal terug’

Met een zomercursus voor vertalers speelt het ELV in op de groeiende populariteit van Nederlandstalige auteurs in het buitenland

Boeken van Nederlandstalige auteurs vinden steeds gretiger aftrek in het buitenland. Het Expertisecentrum Literair Vertalen speelt er al jaren op in met een speciale cursus voor literair vertalers. Vertalingen uit het Nederlands moeten immers wel van niveau zijn. Op 21 augustus start in Utrecht de vijfdaagse zomercursus, dit jaar voor vertalen in het Engels, Frans en Turks. Projectmedewerker Anne Lopes Michielsen (haar tweede boekvertaling uit het Portugees rolde net van de persen) kijkt vooruit: ‘Oud-cursisten zien we overal terug’. 

Voor wie is de cursus bestemd?

Voor vertalers die nog echt aan het begin staan van hun carrière en serieus van plan zijn om de komende jaren als literair vertaler te gaan werken. Deze zomercursus is bestemd voor vertalers die uit het Nederlands willen vertalen in het Engels, Frans en Turks. Zij zijn moedertaalspreker van één van die talen en kunnen zich daarin uitstekend schriftelijk uitdrukken. Verder beheersen zij het Nederlands goed en hebben de vertalers in het Engels en Frans al enige ervaring als literair vertaler. Er was ook dit jaar veel belangstelling en uiteindelijk zijn 18 studenten geselecteerd. Die hebben een digitaal voortraject gevolgd van twee maanden.

‘De colleges vond ik allemaal interessant, er was een goede balans tussen theorie en praktijkgerichte stof.’

Hoe ziet de cursus eruit?

De cursus is een combinatie van theorie en praktijk. De cursisten werken ‘s ochtends eerst met elkaar aan een collectieve vertaling, die zij op de slotdag presenteren en waar de moderatoren, ervaren vertalers, dan feedback op geven. Het is leuk om te zien wat hun vertaalopvattingen zijn en welke vertaalproblemen zich voordoen.

In het tweede deel van de ochtend vinden er hoorcolleges plaats. Die gaan over vertaalwetenschap, de hedendaagse Nederlandstalige literatuur, met bijvoorbeeld de vraag of een Nederlander of Belg de Nobelprijs voor literatuur kan winnen, en het vertalen van kinder- en jeugdliteratuur en poëzie. Er is ook een beroepspraktijksessie. Cursisten leren actoren kennen uit het literaire veld, zoals redacteuren, uitgevers en fondsen. Ze ontdekken hoe ze zich (online) kunnen profileren en hoe ze aan opdrachten kunnen komen. Dat netwerk is heel belangrijk.

‘Het programma geeft een breed scala aan instrumenten, hulpmiddelen en nuttige contacten om verder te gaan met de literaire vertaling.’

In de middag zijn er dan praktische vertaalateliers. Met ervaren vertalers werken de cursisten aan de teksten die zij in het voortraject hebben vertaald. Dit jaar waren dat fragmenten uit Jij zegt het van Connie Palmen en De Stamhouder van Alexander Münninghoff. Ze gaan met elkaar aan de slag, ze leren met en van elkaar. Onder meer de gerenommeerde Sam Garrett, die Reve, Grunberg, Koch en Wieringa in het Engels heeft vertaald, staat de vertalers bij.

‘Ik vond het programma heel leuk, afwisselend en goed in elkaar gezet. De teksten waren heel interessant en de moderators heel vaardig.’

Waarom in het Engels, Frans en Turks?

Met onze partners, de letterenfondsen in Nederland en Vlaanderen en de Taalunie, hebben we een taalbeleid afgesproken. We bekijken per jaar welke talen interessant zijn om in te vertalen. Daarbij houden we onder meer rekening met de vraag naar vertalingen in een taal, het opleidingsaanbod voor die taal en de aanwasmogelijkheden. Voor de Nederlandstalige literatuur is steeds meer aandacht en het Engels is een grote markt. Dit jaar is de campagne Les Phares du Nord begonnen, een literaire campagne van de twee letterenfondsen gericht op Frankrijk, en voor Nederlands-Turks zijn weinig opleidingsmogelijkheden. Vandaar dit jaar deze keuzes. Volgend jaar kunnen dat weer heel andere talen zijn.

‘Geweldig om samen met medevertalers twee weken lang ondergedompeld te zijn in een omgeving waar alles draait om het literair vertalen. Ik voelde me uitgedaagd en ondersteund tegelijkertijd.’

Wat vinden de cursisten ervan?

De cursus wordt altijd ontzettend goed beoordeeld, we kregen vorig jaar een gemiddeld rapportcijfer van 9,3. Cursisten geven aan dat ze het gevarieerde programma en de combinatie van theorie en praktijk zeer op prijs stellen. De samenstelling van de groepen spreekt aan en het niveau is erg hoog. Voor hen is het een unieke kans om samen te werken en doordat de cursus in Nederland of Vlaanderen plaatsvindt, krijgen ze ook de kans om met de cultuur hier in aanraking te komen. Dat vinden ze een geweldige ervaring.

‘Een uitgelezen kans om nieuw verworven kennis meteen in de praktijk toe te passen en te leren van medestudenten en om de diepte in te duiken met een mooie en moeilijke hedendaagse tekst.’

Wat zien jullie terug van de cursisten?

We zien vertalingen van oud-cursisten voorbijkomen en ze blijven meedoen aan de verschillende programma’s van ons, ze vragen bijvoorbeeld mentoraten aan waarbij ze begeleid worden door ervaren vertalers. Enkele van onze voormalige cursisten zijn ondertussen zelf moderator bij de zomercursus geworden. En cursisten melden zich aan voor het vertalersbestand op onze website, zodat uitgeverijen ze gemakkelijk weten te vinden. Onze oud-cursisten zien we dus overal terug!

De citaten in dit artikel zijn afkomstig van studenten van de Summer School 2015 en de Zomercursus Literair Vertalen 2016.

Het ELV is een partnerschap van de Taalunie, de KU Leuven en de Universiteit Utrecht, in samenwerking met het Nederlands Letterenfonds en het Vlaams Fonds voor de Letteren. Het ELV stelt zich ten doel een impuls te geven aan de kwaliteit van het literair vertalen in en uit het Nederlands. Meer informatie op de website.

In Taalunie:Bericht verscheen eerder een artikel over de competenties waarover literair vertalers zouden moeten beschikken.