Editie maart 2016

 

Nicoline van der Sijs en haar team lijsten maar liefst 18.000 uitleenwoorden op
Rubriek: 
Auteur: 
Inge Schelstraete

Woorden met een paspoort

Nicoline van der Sijs en haar team lijsten maar liefst 18.000 uitleenwoorden op

Dat wij liaison uit het Frans hebben gehaald, mindfulness uit het Engels en tsunami uit het Japans, dat wist u wel. Maar wist u ook dat 57 talen het woord baas uit het Nederlands overnamen?

Het is leuk grasduinen in de Uitleenwoordenbank die het Meertens Instituut een paar weken geleden online opende. De databank maakt korte metten met het vooroordeel dat het Nederlands veel meer woorden heeft ontleend aan andere talen dan omgekeerd. Nicoline van der Sijs en haar team lijsten maar liefst 18.000 uitleenwoorden op, met uitleg over de soms bizarre veranderingen die ze op hun reis ondergingen, plus overzichtelijke kaartjes waarop u hun verspreiding kunt volgen. Van der Sijs schreef in 1996 het Leenwoordenboek. 'Ik dacht toen al dat het leuk zou zijn om ook op zoek te gaan naar de woorden die de andere kant zijn uit gereisd. Dat werd Nederlandse woorden wereldwijd', vertelt ze.

Amerikanen kozen na de onafhankelijkheid het woord 'baas' omdat ze absoluut niet het Engelse woord 'master' wilden gebruiken.

De Uitleenwoordenbank is het verlengde van dat boek. 'Maar de databank laat ons toe veel meer informatie te geven, zoals de etymologie uit de woordenboeken in vreemde talen. We hebben de woorden ook gegroepeerd in 22 thema's als wetenschap, muziek, handel, mens en wereld, enzovoorts. Zo kun je op de kaart zien dat het Japans veel meer wetenschappelijke woorden heeft ontleend uit het Nederlands dan het Frans, waar de uitleenwoorden meer uit de huis-tuin-en-keukensfeer komen. Het was een omvangrijk project. Maar als je onderzoek doet over verschillende talen, kun je ook één student op elke taal zetten en gericht gaan zoeken: dit woord duikt op in het Noors en Deens, kunnen we even nagaan of het ook in het Zweeds wordt gebruikt?'

Maar had u verwacht zoveel trefwoorden te vinden? En werd u zelf wel eens verrast?

Ik had geen idee wat te verwachten, maar dat we er 18.000 zouden vinden, verraste me zeker. Daar zaten regelmatig grappige en originele woorden bij. Zo signaleerde een correspondent me dat hij in het Swahili de uitdrukking Pas op had gehoord. In Rwanda vind je het woord pasopo bijvoorbeeld op verkeersborden.

Niet enkel woorden worden ontleend, maar ook uitdrukkingen?

Ja, en die kunnen één nieuw woord vormen of in nieuwe uitdrukkingen worden gebruikt. In het Creools Frans van Martinique bestaat de uitdrukking béc aou voor zwijgen. Die komt van bek houden; bij de Franse kolonisten van het eiland zaten blijkbaar ook wat Nederlanders. En tête kaal betekent daar zoveel als hufter. Kaal wordt in het Caribische gebied trouwens ook gebruikt in de Nederlandse betekenis. In het Sranantongo van Suriname betekent het blut – niet zo'n grote gedachtesprong. Maar om te snappen waarom paleis in het Soendanees dwangarbeid betekent, helpt het om te weten dat het paleis van de Gouverneur van de VOC in Batavia grotendeels door dwangarbeiders is gebouwd.

Dat geeft een inkijkje in de geschiedenis waar Nederlanders en Vlamingen niet zo fraai uitkomen.

Klopt, maar je moet heel voorzichtig zijn bij de interpretatie van uitleenwoorden. Zo is het meest uitgeleende Nederlandse woord baas. Dat betekent niet dat de Nederlanders overal baas waren of de baas speelden: het was een aanspreektitel. Je kon zeggen hey baas, geef me die hamer even. Het werd ook gebruikt op schepen, waar verschillende nationaliteiten samenwerkten en de hiërarchie niets met je nationaliteit te maken had. En ten slotte verkozen de Amerikanen na de onafhankelijkheid het woord baas omdat ze absoluut niet het Engelse woord master wilden gebruiken. Boss was niet besmet, zoals dat woord.

Baas is dus het meest uitgevoerde woord van het Nederlands?

Ja, we vinden het in 57 talen terug. In de top van meest uitgeleende Nederlandse woorden staan vooral termen uit de huiselijke sfeer. Op twee staat gas, een woord dat de Vlaming Jan Baptist van Helmont heeft verzonnen op basis van het Griekse woord chaos voor een stof in luchtvormige toestand. Op drie staat kraan, op vier pomp, op vijf pen, op zes bak en op zeven pot.

Tot mijn verbazing heeft het Japans het woord thermometer geadopteerd.

Ja, tarumometoru, al is dat nu wel verouderd. Nederland had twee eeuwen lang een handelspost op het eiland Deshima voor Nagasaki. De Nederlanders mochten het maar één of twee keer per jaar verlaten om naar de hoofdstad te gaan en mengden zich dus niet onder de Japanse bevolking. Maar de Japanse tolken reisden wel vrij heen en weer en zij adopteerden veel namen van dingen die ze niet kenden, zoals thermometer. Maar onder meer ook garasu voor glas, het materiaal, niet het ding waaruit je drinkt.

Waarschijnlijk ontleende het Indonesisch meer Nederlandse woorden dan andere talen?

Dat klopt, we hebben er nu 5500. Dat kan nog stijgen als we oudere bronnen bekijken, die woorden bevatten die inmiddels in onbruik zijn geraakt. Het begon al met de administratie: de Indonesiërs namen bijvoorbeeld de namen van de maanden over, omdat zij tot de komst van de Nederlanders een andere tijdsnotatie gebruikten. Verder natuurlijk ook veel woorden die verband houden met de Bijbel en het christelijk geloof, zoals pastoor.

Hoe weet u nu of een woord een leenwoord in een taal is, dan wel of het op eenzelfde basis teruggaat als het Nederlandse woord?

Het is inderdaad niet altijd mogelijk dat onderscheid te maken. In het Engels komt to calve, afbrokkelen, pas voor sinds halverwege de achttiende eeuw, terwijl het Nederlandse (af)kalven minstens een eeuw ouder is, en dus de bron van het Engelse woord is. Ook de klank of spelling kunnen een indicatie zijn: woorden met een 'c' in het Nederlands zijn per definitie leenwoorden. Het Indonesisch kende dan weer geen f, daarom werd fabriek daar pabriek.

De Vlaming Jan Baptist van Helmont heeft het woord gas verzonnen op basis van het Griekse woord chaos voor een stof in luchtvormige toestand.

Als het niet zeker is via welke taal een woord in een taal is beland, geven we dat in de Uitleenwoordenbank ook aan. Polisi-ya voor politie kan via het Nederlands of het Portugees in het Singalees zijn beland. In de middeleeuwse Hanze waren zowel Nederlandse als Duitse steden verenigd: de verkeerstaal was het Nederduits. Nederduitse woorden werden tot nu toe altijd bij het Duits gerekend, maar het Saksisch dat tot de zeventiende eeuw werd gesproken in het oosten van Nederland en het westen van Duitsland was heel uniform, je kunt niet uitmaken of dergelijke woorden via het Nederlandse of Duitse grondgebied zijn uitgeleend. Bij die woorden vermeld ik dat ze Nederlands of Nederduits zijn.

Zijn er eigenlijk ook specifiek Vlaamse woorden in andere talen overgenomen?

Er zijn veel Vlaamse uitleenwoorden, met name in de Noord-Franse dialecten. Het gaat om woorden als boekweitekoek, botermelk voor karnemelk en tuchthuis. En de uitroep pak vast, als in houd de dief!, is er verbasterd tot het zelfstandig naamwoord pakfas voor een dief. De vraag Wat is dat? is dan weer geëvolueerd tot wastat in uitdrukkingen als djazer l'wastat – Vlaams spreken – vola l'wastat – daar zit 'm de kneep – of comprinde li wastat – de kern van de zaak begrijpen. De woorden tique en mite, voor teek en mijt, zijn overigens via het Vlaams in het standaardfrans beland.

Zijn er eigenlijk ook gebieden waar u meer van had verwacht?

Jazeker: er zijn weinig woorden in verband met de hogere kunst uit het Nederlands overgenomen, ondanks de grote invloed van de zeventiende-eeuwse Nederlandse schilderkunst. Het Engelse easel komt van onze schildersezel, maar zoveel schilderstermen als het Italiaans, daar komen we niet aan.

De Uitleenwoordenbank van het Meertens Instituut is mede mogelijk gemaakt door de Taalunie.