Editie oktober 2014

Geert Joris
Geert Joris
Rubriek: 
Auteur: 
Geert Joris

Geen schaduw over het Zuiden

In dit nummer van Taalunie:Bericht schrijft de Vlaamse auteur Margot Vanderstraeten dat haar moedertaal, het Nederlands van het Zuiden, overschaduwd wordt door ‘haar machtige en autoritaire variant in het Noorden.’ Ze vindt dat vooral jammer omdat het Nederlands van de Belgen ‘onze gezamenlijke taal, het Nederlands, zo veel rijker en gevarieerder’ kan maken.

Met dat laatste ben ik het volmondig eens. Er zijn voldoende redenen om de Nederlandse, de Belgische en de Surinaamse variëteit van het Nederlands als gelijkwaardig te behandelen. Om er één te noemen: die landen zijn partners in de Taalunie. Als een daarvan zich autoritair zou opstellen tegenover de andere, moet dat worden rechtgezet. Het overleg van de taaladviseurs die samen onze website Taaladvies.net beheren, heeft alvast opgeleverd dat woorden en wendingen erkend kunnen worden als standaardtaal in België, ook al zijn ze niet gangbaar in Nederland of Suriname. Hetzelfde geldt ook omgekeerd, trouwens.

Maar het argument dat Margot Vanderstraeten aanhaalt, mag ook wel eens onderstreept worden. Vlamingen, en dan vooral Vlaamse schrijvers, verrijken het Nederlands evenzeer als Nederlanders en Surinamers dat doen.

Het is niet rechtvaardig dat anderen, al dan niet professionele taalgebruikers, minder zichzelf zouden kunnen zijn in hun taal.

Het is een feit dat zelfs publicerende Vlamingen met een grote reputatie vroeger een Nederlandse redacteur met een scherpe schaar toegewezen kregen. Die moest erop toezien dat er geen barbarismen in de teksten bleven staan, want daar grossierden die zuiderlingen volgens de ‘Hollanders’ in. Die mentaliteit is snel aan het veranderen. Auteurs en taalkunstenaars als Tom Lanoye, Dimitri Verhulst en Wim Helsen worden in het Noorden net gewaardeerd om hun expressieve Nederlands. Het is niet rechtvaardig dat anderen, al dan niet professionele taalgebruikers, minder zichzelf zouden kunnen zijn in hun taal.

Ik vraag me af of uitgevers die krampachtig proberen hun auteurs het ‘zuivere’ Nederlands van de Randstad op te leggen, hun publiek niet onderschatten. 

In mijn werkomgeving, die bij uitstek een mix van Nederlands en Vlaams is, merk ik weinig van de autoritaire houding van de noorderlingen. Ik woon als Vlaming in Den Haag en ook in mijn buurt voel ik mij niet gediscrimineerd om mijn accent of mijn typische woorden. Ik vraag me af of uitgevers die krampachtig proberen hun auteurs het ‘zuivere’ Nederlands van de Randstad op te leggen, hun publiek niet onderschatten. En ik vraag me ook af hoe ze zullen reageren op de nieuwe generaties schrijvers van vreemde origine die popelend op de drempel staan van een literaire carrière in ons aller Nederlands.