Editie mei 2015

Geert Joris
Geert Joris
Rubriek: 
Auteur: 
Geert Joris

Iedereen aan het woord!

Creatief schrijven, dictees, leescampagnes, een terminologiedag, literaire festivals. Dat is maar een kleine greep uit de keur aan activiteiten die in oktober 2015 worden georganiseerd tijdens de eerste Week van het Nederlands. Die is er voor u!

Met de organisatie van deze week wil de Taalunie zo veel mogelijk ‘spelers’ samenbrengen op het terrein van de taal die daar een gemeenschappelijk belang hebben. Met ‘spelers’ bedoel ik: culturele en sociale organisaties, onderwijsinstellingen, onderzoeksgroepen, bedrijven, media en ook privépersonen die beroepshalve of als hobby bezig zijn met taal. Wij richten ons zowel op grote organisaties, nationaal én internationaal, als op kleine, plaatselijke. Die nodigen wij allemaal uit om mee te werken op hun eigen manier en met eigen middelen. De Taalunie ondersteunt de deelnemende organisaties bij de bekendmaking en promotie van - hopelijk - tientallen activiteiten in die week.

Wij geloven in een eigen plaats en meerwaarde voor het Nederlands in een meertalige wereld en blijven de positie van het Nederlands versterken.

We organiseren deze week in de eerste plaats om de krachten te bundelen voor hetzelfde doel: de meerwaarde van het Nederlands onderstrepen. Wij, en u vast ook niet, zijn geen doemdenkers die het einde van onze taal voorvoelen en bang onder de tafel kruipen in afwachting van een verwoestende verengelsing. Wij geloven in een eigen plaats en meerwaarde voor het Nederlands in een meertalige wereld en blijven de positie van het Nederlands versterken. Dat doen we zowel in Nederlandstalige regio’s als in het buitenland. En dat blijven we doen, ook nu we door de opgelegde bezuinigingen keuzes moeten maken.

Een voorwaarde voor die positieve toekomst is dat de taalgebruiker het geloof in de meerwaarde van het Nederlands deelt en onze taal als een volwaardige taal blijft zien, die geen terrein hoeft prijs te geven door internationaliserende tendensen. Wij willen in deze week met onze partners de veelzijdigheid van onze taal tonen en daarmee de waarde van het Nederlands voor elke taalgebruiker. Dat doen we onder meer door het pure taalplezier te demonstreren en door middelen aan te reiken om méér te doen met taal. Als de man en de vrouw in de straat daarvan overtuigd zijn, zullen ze hun taal graag doorgeven aan hun kinderen, in hun beroepsleven het Nederlands een eersterangsrol laten vervullen, de Nederlandstalige cultuur koesteren en erin investeren.

De kans dat we dat doel bereiken wordt groter als veel organisaties meewerken. Daarom onze ‘brede’ uitnodiging aan organisaties met een positieve houding tegenover het Nederlands. Dan bereiken we ook onze tweede doelstelling: een netwerk vormen tussen al die partijen, zodat ze in de toekomst elkaar gemakkelijker kunnen vinden, elkaar beter kunnen begrijpen en elkaar kunnen versterken.