Editie december 2015

Rubriek: 
Auteur: 
Geert Joris

Literatuur is meer dan lezen

We hebben al enige tijd voor Nederland en voor Vlaanderen een lijst van auteurs en boeken die je zou moeten kennen, de literaire canon. We hebben een bijna complete Geschiedenis van de Nederlandse literatuur. We hebben de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (dbnl.org). En toch gaat de kennis van ons literair erfgoed achteruit. Is daar wat aan te doen?

In deze aflevering van Taalunie:Bericht stellen hoogleraren en hoofddocenten literatuur vast dat ze eerstejaarsstudenten over de vloer krijgen die zelfs beroemde teksten niet kunnen situeren en die nauwelijks verschil zien tussen Harry Potter en Max Havelaar. Of het moest zijn dat ze de avonturen van de eerste met spanning lezen, en geeuwen bij het relaas van de tweede.

Maakt het onderwijs nog voldoende onderscheid tussen lectuur en literatuur? Het is een delicate vraag. Ik begrijp dat veel onderwijzers en docenten al blij zijn dat hun leerlingen een keer van het computer- of tv-scherm weg kijken en een boek ter hand nemen. Zij leggen daarom de nadruk op leesplezier, en of je dat haalt uit spannende avonturen dan wel uit verhelderende essays, dat maakt niet veel uit. Als ze maar lezen. Misschien vinden sommige leerlingen er een nieuwe hobby in. Misschien opent het vensters op een andere wereld. Misschien komt kwaliteit toch bovendrijven en wint de literatuur het van de pulp.

Maar ik vind dat het onderwijs ambitieuzer moet zijn. En veel docenten zijn dat wel degelijk. Hun bezieling verwezenlijkt wat literaire canons en boeken of zelfs bibliotheken met achtergrondinformatie op zich nooit kunnen bereiken: de vonk doen overslaan tussen het betere boek en de lezer. Alleen: deze docenten hebben ondersteuning en werkmiddelen nodig. En ook de genoemde achtergrondinformatie. De literaire canons helpen, de Geschiedenis van de Nederlandse literatuur helpt, de dbnl helpt. Maar ze doen het werk niet in de plaats van de leerkracht.

Ik wil een voorstel doen. Neem het pas gepubliceerde deel van de Geschiedenis van de Nederlandse literatuur, Bloed en Rozen van Jacqueline Beldat de twintigste eeuw behandelt. Precies de tijd die leerlingen van vandaag erg kan aanspreken, onder meer omdat het de eeuw van hun ouders en grootouders is. Met boeken die leerlingen wellicht niet uit zichzelf zullen openslaan, maar die dicht genoeg bij ons aanleunen, onder meer wat taal betreft. Een goed geïnformeerde en enthousiaste leerkracht kan wonderen doen met dit naslagwerk. Niet door het aan de leerlingen op te geven als verplichte lectuur; daar is het niet voor bedoeld. Maar als de leerkracht de inzichten ervan weet te vertalen naar de klas, kan hij duidelijk maken dat literatuur van gisteren relevant is voor de tijd van vandaag.