Editie maart 2015

Geert Joris
Geert Joris
Rubriek: 
Auteur: 
Geert Joris

Niet te mannerig met taal

‘Als je iemand met een scheldnaam mag aanspreken, dan moet je wel goede vrienden zijn.' Ik herkende meteen wat professor Reinhild Vandekerckhove zegt in het interview dat we deze maand brengen in Taalunie:Bericht.

Mensen onderhouden contacten met elkaar op een veel complexere manier dan iemand ooit kan beschrijven in wat voor taalboek dan ook. Een ruw woord, tegen de juiste persoon in de juiste omstandigheid op de juiste toon gezegd, kan inderdaad heel teder zijn. Omgekeerd kun je iemand diep kwetsen met een ogenschijnlijk onschuldige opmerking.

Taal brengt veel meer van ons karakter en onze denkbeelden naar buiten dan we zelf vermoeden. Jan Mulder komt in zijn column tot de ontdekking dat zijn taal veel masculiener is dan hij besefte – en dan hij zelf zou willen. Remco Campert, laureaat van de Prijs der Nederlandse Letteren 2015, verklapt in ons interview dat hij het altijd erg moeilijk heeft gevonden verhalen te schrijven vanuit het perspectief van een vrouw. ‘Ik ben er toch te mannerig voor, denk ik.’

Dat brengt me bij ‘Vrouw en taal’, het motto van deze editie van Taalunie:Bericht. Dat is geen lukraak gekozen thema. Vrouwen zijn, volgens Reinhild Vandekerckhove, taalkundige trendsetters. Dat komt doordat ze over het algemeen scherper dan mannen aanvoelen hoe woorden overkomen in het sociale verkeer. Daar bestaan allerlei psychologische en sociologische verklaringen voor. Er zouden verbanden zijn met het modebewustzijn van vrouwen en met het feit dat ze minder op competitie uit zijn.

Hoe het ook zij, vrouwen voelen waarschijnlijk beter dan mannen aan wat een woord allemaal aan goeds en kwaads teweeg kan brengen. Ze zijn ook meer bereid hun taal om te schakelen of bij te schaven, als ze daardoor in een bepaalde omgeving beter opgemerkt en aanvaard kunnen worden. Ze slagen er met andere woorden beter dan de gemiddelde man in met taal hun doelen te bereiken.

Iets waar we allemaal – vrouwen én mannen – op uit zijn, toch?