Editie september 2015

Rubriek: 
Auteur: 
Geert Joris

Taal leren op de werkvloer

Het zijn niet alleen schrijvers, vertalers en journalisten die hun brood verdienen met taal. Ook voor andere 'pratende beroepen' is taal een werkinstrument. Zelfs voor de postbode, de havenarbeider en de kinderoppas is taal van belang. Taal stelt ze niet alleen in staat om goed over de opdracht te communiceren en om samen met collega’s te overleggen over werkwijzen. Maar als het wat moeilijker gaat op het werk, is erover praten de eerste stap om de zaken uit te klaren.

Deze editie van Taalunie:Bericht zoemt in op taal op het werk. Voor de meesten van ons is die taal het Nederlands, onze moedertaal. Maar steeds meer werknemers bij ons hebben Nederlands moeten leren om hier aan de slag te kunnen. En dan blijkt dat elke werksituatie een specifieke vorm van taalbeheersing vereist. Daarom wordt vreemdetalenonderwijs voor volwassenen tegenwoordig gericht op en verbonden met 'de werkvloer'.

De Taalunie ondersteunt het gebruik van het Europees Referentiekader Nederlands als vreemde taal (zie: erknederlands.org). Als buitenlanders begeleid worden in een traject om Nederlands te leren, kijkt men altijd naar wat deze mensen nodig hebben om te functioneren. Veel heeft dan te maken met hun (toekomstige) werksituatie. Dat lijkt me een gezonde evolutie, want ze getuigt van realisme. Taal is dan niet het doel, maar een middel om vooruit te komen in het leven. Een middel waar ook de samenleving, te beginnen met de werkomgeving, beter van wordt.

Een concreet voorbeeld. We maken deze maand in de rubriek Grenzeloos kennis met Mikolaj Turek, die in Warschau onder meer taalles geeft aan Polen die met kennis van het Nederlands een goede baan willen bemachtigen. En dat doen ze blijkbaar met succes. Toen hij zelf solliciteerde bij een bank en toegaf dat hij van bankzaken weinig kaas had gegeten, kreeg hij als antwoord: 'We kunnen u leren bankieren tijdens een korte opleiding, het Nederlands daarentegen leert niemand in een paar maanden tijd. Daarom krijgt u deze baan.'

Als de personeelsdienst van een bank in Warschau zo denkt over het Nederlands, met hoeveel overtuiging en respect zouden wij er dan niet over moeten praten?