Editie november 2016

 

Rubriek: 
Auteur: 
Desmond Thuis

De meerwaarde van buurtaalonderwijs in de grensregio

Er zijn maar liefst 400.000 leerders van het Nederlands in de grensgebieden*. De positie van het Nederlands is daar enorm belangrijk. En dus worden in deze regio’s veel initiatieven en activiteiten ontwikkeld ter ondersteuning van het onderwijs Nederlands. 

Een recent initiatief is Spreek je buurtaal – Sprich deine Nachbarsprache. In dit project staat het geven van kwalitatief hoogwaardig buurtaalonderwijs op basisscholen in de grensregio centraal. Begin 2017 gaan ongeveer veertig scholen met dit grensoverschrijdende project van start. Projectleider Tom Lamers (Gemeente Aalten) over de meerwaarde van het spreken van elkaars taal en de kansen die het wonen in een grensregio biedt.

Waarom dit project?

Je merkt dat heel veel zaken bij de grens ophouden en dat men zich laat belemmeren door een artificiële grens die nog in de hoofden leeft. Als je die grens niet hebt, wordt het interessant op het gebied van wonen, werken en recreëren. De jongeren in de grensregio (Achterhoek, Twente/Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen) groeien op in een unieke internationale omgeving met Nederland of Duitsland als achtertuin. Qua volume staat de handelsrelatie tussen Nederland en Duitsland bijvoorbeeld op plek twee, na die tussen Canada en de VS. Maar om de kansen te benutten die deze grensregio biedt, is het van groot belang dat zij de buurtaal leren. En dat kan het beste al op jonge leeftijd, vanaf de basisschool.

Maar het geven van Nederlands of Duits op de basisschool is geen vanzelfsprekendheid. Er was op bepaalde scholen wel sprake van uitwisselingen tussen beide landen, maar eerder spontaan dan structureel. Gevoed door geslaagde pilotprojecten in de Achterhoek, ervaringen in Limburg en een groeiend urgentiebesef bij lokale overheden zijn we aan de slag gegaan met als doel om het geheel duurzamer en structureler te maken.

Hoe krijgen we de buurtaal in ons toch al volle urenpakket geplaatst, en hoe dient er les in de buurtaal te worden gegeven?

Wat zijn de drempels voor scholen om het Nederlands of Duits aan te bieden? 

De deelnemende scholen zeggen unaniem dat ze de buurtaal wel willen integreren in hun lesprogramma maar dat ze niet goed weten hoe de stappen te zetten met beperkte mankracht. En als ze het doen, willen ze het vooral goed doen. De belangrijkste vragen die bij scholen spelen zijn: hoe krijgen we de buurtaal in ons toch al volle urenpakket geplaatst, en hoe dient er les in de buurtaal te worden gegeven?

En daar komen jullie om de hoek kijken?

Het is belangrijk om te zeggen dat dit project in de eerste plaats bedoeld is voor scholen en ouders van leerlingen die ook zelf willen dat er Duits of Nederlands aan hun kinderen wordt aangeboden. Wij bieden daarbij zoveel mogelijk ruimte aan scholen zelf, om de taalles aan te laten sluiten bij hun manier van onderwijs aanbieden. Wij zeggen alleen: als je het goed wil doen, doe het dan met een visie en verwerk het in je leerplan. De voorbeelden van oplossingen voor scholen zijn legio. Naast het aanbieden van een aparte les buurtaalonderwijs, geven sommige scholen hele mooie nascholingsklassen, of integreren zij de buurtaal in bijvoorbeeld de aardrijkskunde- of muziekles. Sommige scholen werken weer met zogenaamde talentenklassen voor een extra stimulans voor kinderen die daar behoefte aan hebben. De integratie van buurtaalonderwijs verschilt per school, en is aan het schoolbestuur om te bepalen.

Door de taal van je buur te spreken heb je meer inzicht in de cultuur, omgangsvormen en begrip en finesses van de taal.

Welke ondersteuning bieden jullie?

Onze ondersteuning bestaat uit het opzetten van een projectstructuur, waarbij wij onder andere de kennis en expertise bij scholen die wel buurtaalonderwijs aanbieden, ontsluiten en kijken op welke manier andere scholen daar gebruik van kunnen maken. Denk daarnaast ook aan opleidingen in taal- en vakdidactiek en de ontwikkeling van lesconcepten en –materialen en het organiseren van uitwisselingen tussen leerkrachten en scholen. Op deze manier kan men op een directe manier van elkaar leren.

Een doelstelling van het project is om die expertise die wordt opgebouwd blijvend te kunnen aanbieden, en een makkelijk toegankelijk punt te creëren waar schoolbesturen en docenten terecht kunnen. Maar het belangrijkste doel is dat de scholen dit project uiteindelijk zelf kunnen gaan dragen.

Engels is alomtegenwoordig. Waarom blijft het van belang om elkaars landstaal te spreken?

In het Engels kun je elkaar verstaan. Maar door het spreken van elkaars landstaal leer je elkaar echt te begrijpen. En dat maakt het grote verschil. Door de taal van je buur te spreken heb je meer inzicht in de cultuur, omgangsvormen en begrip en finesses van de taal.

* De grensgebieden zijn de Federatie Wallonië-Brussel, Noord-Frankrijk, Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen.

De Taalunie biedt samen met andere partijen financiële ondersteuning aan ‘Spreek je buurtaal – Sprich deine Nachbarsprache’. Voor meer info kunt u contact opnemen met Tom Lamers via t.lamers@aalten.nl

Vijftien jaar na het colloquium ‘Nederlands in de grensgebieden’ organiseert de Taalunie op 18 en 19 november 2016 het vervolg ‘Nederlands als buurtaal’  in Luik. Sinds 2001 zijn er veel initiatieven en activiteiten ontwikkeld ter ondersteuning van het onderwijs Nederlands in de buurlanden.

Het colloquium in Luik brengt lesgevers, lerarenopleiders en –begeleiders, schooldirecteuren, maar ook provincies, Euregio, ministeries en beleidsmakers uit de grensgebieden bij elkaar om van gedachten te wisselen over de ontwikkeling van het Nederlands als Vreemde Taal. Met de uitkomsten van het colloquium wordt een gezamenlijk actieplan opgesteld dat wordt ondertekend door de regio’s.