Editie juni 2016

 

Wereldwijde taalervaringen van schrijfster Jeanette Raghunath
Rubriek: 
Auteur: 
Jeanette Raghunath

Een taalreis door de wereld

Wereldwijde taalervaringen van schrijfster Jeanette Raghunath

 

Henny’s Tuin, een familiekroniek. Met dat boek debuteerde, op tachtigjarige leeftijd, Sue Sheila, pseudoniem van Jeanette Raghunath. Het beschrijft haar veelkleurige levenservaringen. De op Curaçao opgegroeide schrijfster ontwikkelde een bijzondere band met verschillende talen, mede doordat ze Surinaamse van geboorte is, in Kenia en Nederland woonde en kleinkinderen heeft in Parijs. Ze vertelt er graag over: ‘Taal is een kostbaar goed en het waard om alles erover te leren.’

Als heel jong schoolkind op Curaçao ervaarde ik al dat taalperikelen uiterst verwarrend kunnen zijn. Toen ik ouder werd, kwamen er vragen bij me op over het onderwijs. Waarom kregen wij uitsluitend onderwijs in het Nederlands? Waarom was het spreken van de dialecten en contacttalen Papiaments (Curaçaose volkstaal) en Sranang Tongo (de destijds nog 'Takkietakkie' genoemde Surinaamse volkstaal) verboden en stond er zelfs straf op als je betrapt werd op de overtreding van dat gebod? Het waren de jaren veertig. Onderwijzers, leraren en ouders waren het erover eens, dat om de school met succes te kunnen doorlopen en te beëindigen, de leerlingen uitsluitend Nederlands hoorden te speken. Zelfs op de speelplaats mocht alleen Nederlands gesproken worden. En ook thuis in de vertrouwde omgeving zagen ouders er nauwlettend op toe, dat de schoolgaande kinderen alleen Nederlands spraken.

Zelfs op de speelplaats mocht alleen Nederlands gesproken worden.

Koeterwaals

Voor mij was dat geen punt, wij spraken thuis Nederlands. Mijn ouders spraken met elkaar weliswaar soms Sranang Tongo en met mijn oma van vaders kant werd Hindi gesproken. Het was de kinderen ten strengste verboden die talen te gebruiken. Met onze Engelstalige ‘nanny’ spraken we Engels, het zogenaamde officiële 'King's’ English. Zij kwam van het eiland St. Kitts en sprak met haar vrienden wel hun eilandtaal 'Pidgin English'. Zoals de Franstalige bevolking van Frans St. Maarten en de Haïtianen onderling 'Patois' spreken. Deze dialecten zijn voor anderen, ook diegenen die op school Engels en Frans geleerd hebben, koeterwaals.

‘Verboden talen’

Als kind vond ik deze gang van zaken bijna vanzelfsprekend, ik besefte niet dat het een wonderlijke wereld was waarin ik leefde. Je deed meestal wel wat je gezegd - en van je verlangd - werd. Maar ondanks het algemene verbod, leerde je de 'verboden' talen op de een of andere manier toch aan en je vermaakte jezelf en andere kinderen ermee. Op een eiland als Curaçao kan het bijna niet anders of je groeit meertalig op. Met de Spaanse taal die op school al heel vroeg onderwezen wordt, en onwillekeurig en ongemerkt een Zuid-Amerikaanse tongval krijgt bij de inwoners van Curaçao, verrijkten wij onze talenschat. De Engelse taal beschouw ik als mijn tweede taal. Misschien zit het Engels wel in mijn genen omdat ik Schotse voorouders heb. Ik schrijf graag gedichten in zowel Nederlands als Engels. 

Ik besefte niet dat het een wonderlijke wereld was waarin ik leefde.

Boordevol humor

Omdat ik op school alleen Nederlandstalige vrienden en vriendinnen had, had ik weinig interesse voor de Papiamentse taal. Ik durfde het nauwelijks te spreken toen ik als bijna dertigjarige terechtkwam in een werkkring waar collega's weigerden Nederlands te spreken. Wij werkten in een team van acht personen en doordat men mij op m'n gemak stelde, leerde ik het Papiaments beter kennen en waarderen. Deze – destijds voor mij nog een contacttaal - taal bleek een heel bijzondere te zijn. Elk woord heeft minstens drie betekenissen en zit boordevol humor, als je het goed beheerst. Wat ik frappant vond, is de creativiteit van de sprekers. Door intonatie en houding lijken zij bijna te zingen en acteren en daardoor is vooral de taal een zeer boeiende. Bovendien is het een levendige taal en zeer de moeite van het leren waard, qua idioom en groei van de woordenschat, vooral op literair gebied.

Sranang Tongo

Hoewel ik van geboorte - ik was nauwelijks drie jaar oud toen mijn ouders naar Curaçao emigreerden – een Surinaamse ben, heb ik pas het gevoel gekregen dat ook te zijn, toen ik onlangs het boek Zenobia las van Cynthia McLeod. Het verbaasde me dat ik de Nederlandse vertalingen in het boek helemaal niet nodig had en het boek in één ruk uit kon lezen. Sranang Tongo spreek ik verre van vloeiend, maar ik begrijp en versta het heel goed en kan me ook verstaanbaar maken als ik me wat inspan.

Een taal ontwikkelt zich niet alleen door interesse en geboeidheid, maar ook doordat we manieren vinden om ons verstaanbaar te maken.

Kindermeisje

Een talenknobbel heb ik beslist niet, toch heb ik me met mijn schoolfrans redelijk goed kunnen redden steeds wanneer ik mijn zoon en zijn gezin in Parijs (waar hij vijftien jaar gewoond heeft) opzocht. Mijn drie kleinzoons, in Parijs geboren, spraken vooral onderling Frans en vonden het grappig dat oma zo haar best deed met hen te converseren. In het begin nog wat onwennig, maar door de noodzaak gedreven, allengs vlotter. Toen wij langere tijd in Mombasa in Kenia woonden heb ik de kusttaal Swahili voornamelijk via de kinderen leren spreken. Ook een noodzaak omdat het kindermeisje alleen die contacttaal kende.

Ik wil maar benadrukken dat mijns inziens streektaal of dialect nooit geheel en al zal verdwijnen. En naarmate hetgeen wij onbewust doen als kind - bijvoorbeeld stilzwijgend luisteren naar wat er om ons heen gesproken werd - beklijft. Een taal ontwikkelt zich niet alleen door interesse en geboeidheid, maar ook doordat we manieren vinden om ons verstaanbaar te maken. Het is niet vreemd wanneer we 'mime' gebruiken en met gebaren, handen en voeten spreken. Taal is een kostbaar goed, een rijkdom, iets om liefdevol en met respect mee om te gaan en het waard om alles erover te leren.

Henny’s Tuin

Het autobiografische Henny’s Tuin beschrijft hoe een gezin een nieuw leven opbouwt in een nieuw land. Moeder Henny en dochter Seelah omringen hun familieleden met liefde, toewijding, creativiteit en humor. ‘Het is een ode aan mijn moeder’, vertelt de auteur. ‘Voor de kleinkinderen en achterkleinkinderen van mijn moeder, die in het buitenland wonen, is het een authentieke kennismaking met hun oma en overgrootoma.’ ISBN: 9789402219487.