Editie maart 2015

Ingrid van Alphen
Ingrid van Alphen
Rubriek: 
Auteur: 
Ingrid Degraeve

Ingrid van Alphen: Mythes over taal en gender

Dr. Ingrid van Alphen (1951) studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam met als bijvakken Algemene Taalwetenschap en Tsjechisch. Gaandeweg ging haar aandacht uit naar de relatie tussen taal en mensen - sociolinguïstiek. Van Alphen promoveerde op de onderlinge gespreksvoering van Nederlandse pubers. 

U doceert in de bachelor- en masteropleiding Taalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Waar gaan uw colleges precies over? Waar ligt uw expertise?

Ik noem mijzelf een interactioneel sociolinguïste. Een 'sociolinguïste' omdat ik mij richt op de relatie tussen taal en sociale factoren. En ‘interactioneel’ omdat het mij gaat om wat mensen met taal in gesprekken doen. Zo moeten studenten bij Taal en Interactie een gesprek met zichzelf en twee anderen (v/m) opnemen. Een echt huis-tuin-en-keukengesprek. We kijken dan gericht naar de manier van interrumperen, vragen stellen, beurtwisseling of minimale responsen geven zoals ‘hm’, ‘o ja’. Door micro-analyse van dit soort elementen, worden gespreksrollen duidelijk. Wie heeft het hoogste woord? Wie bepaalt het onderwerp?

In mijn mastercursus Sociolinguistics zitten studenten uit de hele wereld. Daar bestuderen we linguïstische verschijnselen vanuit cross-linguïstisch perspectief. Zo brengt elke student een eigen TU/VOUS-systeem mee. Is er een keuze in aanspreekvorm 'jij' of 'u'? Gaat dat over respect, afstand (vous) of intimiteit en loyaliteit (tu)? Hoe verhouden die systemen zich tot vroeger en tot de theorie?

We debatteren ook over de vraag of taal het denken beïnvloedt. Wat zijn de theorieën hierover? Wat zijn de consequenties van het feit dat een sleutel, la llave in het Spaans, als vrouwelijk ‘elegant’ wordt gezien en dezelfde sleutel, der Schlüssel in het Duits, als mannelijk ‘sterk’?

Zo zijn we meteen bij taal en gender beland. Welke toepassingen ziet u in de maatschappij van de kennis die er bestaat over taal en gender?

Mijn voornaamste taak is het weerleggen van stereotiepe opvattingen over ‘de’ taal van vrouwen. Een echte toepassing is het gebruik van vrouwelijke beroepsnamen om vrouwen zichtbaar te maken in taal, ook als ze onzichtbaar zijn in het werkveld. Hooglerares wordt als vreemd gezien. Lerares niet. Directrice geldt alleen voor een meisjespensionaat. Terwijl veel belangrijke instellingen tegenwoordig een directrice hebben. Die zich helaas vaak directeur noemen. Waardoor die connotatie met het meisjespensionaat niet verdwijnt. Ook bleek uit mijn onderzoek dat meisjes liever ‘iets met dolfijnen’ willen worden, i.p.v. 'dolfijnentrainster’. Hierna zijn sommige beroepskeuzetesten uitgebreid met ‘iets met...’.

Zijn vrouwen beter in taal dan mannen? Is het taalgebruik van vrouwen anders?

De vraag of het taalgebruik van vrouwen ‘anders’ is, heeft als vooronderstelling dat ‘het’ mannelijk taalgebruik de norm is. Dus die vraagstelling wijs ik ten zeerste af. Ik draai het altijd om. Spreken mannen anders dan vrouwen? Er is echter geen eenduidig antwoord te geven op die vraag.

Zijn er mythes rond het taalgebruik van vrouwen die u kunt bevestigen of ontkrachten?

Ja, er bestaan wel enkele mythen. Alle antwoorden die ik geef, zijn gebaseerd op onderzoek.

  • Mannen interrumperen meer dan vrouwen. Nee, dit gaat niet op voor alle mannen op de wereldbol. Het hangt van de situatie en context af. In sommige talen of culturen is overlap (gelijktijdig spreken) een norm. In andere talen of culturen spreekt de een na de ander met een rustpauze ertussen. Sekse speelt hierbij geen rol. Gespreksnormen wel.
  • Vrouwen stellen meer vragen dan mannen. Nee. In mijn corpus pubergesprekken stellen meisjes en jongens evenveel vragen. Slechts enkele zijn verzoeken om informatie, de meerderheid heeft een andere functie. Bij meisjes om instemming te ontlokken: ‘Vind je dat niet leuk?’ Bij jongens in grappen en grollen: ‘Moet je geen schoonheidsbehandeling?’
  • Mannen roddelen minder dan vrouwen. Nee. Mannen, blijkt uit onderzoek in België en Engeland, doen dit vaker dan vrouwen!
  • Vrouwen praten (te) veel. Nee. Dit is contextafhankelijk. De deskundige (v/m) in een gesprek praat vaak het meest. In privégesprekken zijn vrouwen vaak meer bedreven, in openbare debatten domineren mannen vaker.
  • Meisjes zijn beter in taal. Ja, voor zover het de eerste taalverwerving betreft. Meisjes verwerven sneller hun moedertaal dan jongens. Dat heeft vele oorzaken: de eerdere ontwikkeling van de hersenen bij meisjes, meer taalinput omdat ze vaker binnen (zouden) spelen. En meisjes scoren beter in taaltesten omdat ze beter hun best doen.

Wat is uw drijfveer om te focussen op taal en gender?

Al van jongs af aan heb ik geleerd dat iedereen gelijkwaardig is. Zo zat mijn moeder in het leger en mijn vader niet. In de jaren zeventig heb ik aan de UvA samen met anderen ‘Vrouwenstudies Letteren’ opgericht. Mijn taak als linguïste was daarmee bepaald: onderzoek doen naar taal over vrouwen (seksismen) en taal van vrouwen (mogelijk genderspecifiek taalgebruik).

Waar haalt u uw inspiratie vandaan?

Mijn drijfveer is academische en menselijke nieuwsgierigheid. Ik wil ontrafelen welke rol taal speelt in de alledaagse praktijk van het menselijk bestaan, waar nog zoveel ongelijkheid voorkomt. Helaas niet alleen tussen vrouwen en mannen.

*  *  *

Wilt u meer weten over het werk van Dr. Ingrid van Alphen? Klik hier! http://home.medewerker.uva.nl/i.c.vanalphen

In het kader van dit themanummer over vrouw en taal vond Ingrid van Alphen het interessant om een citaat mee te geven van Multatuli, die zich al in de 19e eeuw het hoofd brak over taal en gender.

Multatuli, Idee 195 *

Wat maakt ge van onze dochters, o zeden! Ge dwingt haar tot liegen en huichelen. Ze mogen niet weten wat ze weten, niet voelen wat ze voelen, niet begeren wat ze begeren, niet wezen wat ze zyn. "Dat doet geen meisje. Dat zegt geen meisje. Dat vraagt geen meisje. Zo spreekt geen meisje!"

Ziedaar schering en inslag van de opvoeding. En als dan zo'n arm ingebakerd kind gelooft, berust, gehoorzaamt... als ze heel onderworpen haar lieve bloeityd heeft doorgebracht met snoeien en knotten, met smoren en verkrachten van lust, geest en gemoed... als ze behoorlyk verdraaid, verkreukt, verknoeid, heel braaf is gebleven – dat noemen de zeden braaf! -- dan heeft ze kans dat deze of gene lummel haar 't loon komt aanbieden voor zoveel braafheid, door 'n aanstelling tot opzichtster over z'n linnenkast, tot uitsluitend-brevetmachine om zyn eerwaard geslacht aan de gang te houden. 't Is wel de moeite waard!

* uit De Ideeën, het belangrijkste werk van Multatuli na zijn eerste werk, Max Havelaar, verschenen tussen 1862 en 1877 in zeven bundels.