Editie juni 2014

Roel Vismans
Roel Vismans
Rubriek: 
Auteur: 
Patricia De Laet

Lesgeven in Engeland: 'Uiteindelijk verander je erdoor'

Roel Vismans komt uit Rotterdam maar heeft zijn hart verloren aan Engeland. Hij doceert er al meer dan 10 jaar Nederlands aan de University of Sheffield. Naast taalverwerving aan de half gevorderden geeft hij in het tweede jaar een algemene cursus taalkunde en in het vierde jaar sociolinguïstiek. 

Hoe bent u in Engeland terecht gekomen?

Na mijn studie Engels kreeg ik een zgn. Hartingbeurs om een jaar in Engeland te gaan studeren. Zo kwam ik eerst in Manchester terecht. Voorwaarde voor de beurs was dat je moest helpen bij de cursussen Nederlands. Dat vond ik zo leuk dat ik ben gebleven. En ja, er waren ook nog romantische redenen. Na twee jaar kon ik aan de slag in Hull, en elf jaar geleden begon ik in Sheffield, omdat het Nederlands hier toen werd uitgebreid.

Is de belangstelling voor het Nederlands dan zo toegenomen?

Ja, die is wel groter geworden, vooral als je weet dat het aantal talenstudenten afneemt. Het is een nationale trend die o.a. met het hoge collegegeld in Engeland te maken heeft. Maar in Sheffield neemt het aantal studenten Nederlands niet af, we hebben nu ongeveer 90 studenten Nederlands. Dus proportioneel doen we het goed. Dat komt omdat Nederlands een aantrekkelijke taal is om naast een ‘grotere’ taal te studeren, én omdat we veel werk maken van onze rekrutering.

Met elk nieuw woord dat een student leert komt er een paar gram cultuur bij. 

Waarom wil iemand in Sheffield Nederlands studeren?

Onze studenten ambiëren meestal een carrière waarin ze hun talen kunnen gebruiken. Naast Nederlands studeren ze minstens één andere taal. Vaak is dat Duits, maar steeds vaker ook Frans of Spaans en soms Russisch. Ze hebben de keuze uit 11 talen. 

Wat vinden uw studenten van onze cultuur?

Als ze de taal beginnen te leren, is dat vaak met een bijna ongekende naïviteit. Ze voelen zich bijvoorbeeld aangetrokken door de vermeende Nederlandse ruimdenkendheid, maar weten nagenoeg niets over het land. Hun kennis van andere Nederlandstalige landen is verder vrijwel nihil. Na vier jaar Nederlands studeren zijn ze hun enthousiasme voor de cultuur zeker niet kwijt, maar ze kijken er wel veel genuanceerder tegenaan.

Met elk nieuw woord dat een student leert komt er een paar gram cultuur bij. Sommige woorden wegen cultureel natuurlijk zwaarder dan andere (denk maar aan gezellig), maar taal ís cultuur. Je kan zelfs met grammatica-uitleg cultuur meegeven, met verkleinwoordjes bijvoorbeeld. Er zijn natuurlijk ook vakken die meer op cultuur dan op taal zijn gericht (kennis van land en volk, literatuur, sociolinguïstiek), maar dan telt het andersom en kan je soms alleen maar met een Nederlands woord uitleggen hoe iets in elkaar zit. Hoe praat je anders over begrippen als verzuiling, poldermodel of Verkavelingsvlaams?

'Ook bij examens moet je kunnen lachen.'

Wat vinden uw studenten moeilijk of juist leuk aan het Nederlands?

Heel moeilijk vinden ze alle nuances van het eens zijn met iets/iemand. En leuk? Verkleinwoordjes, lange samenstellingen en speelse uitdrukkingen als je ei kwijt kunnen. Als ze eenmaal de letterlijke en figuurlijke betekenis aan elkaar verbinden, dan kunnen ze er goed mee spelen. Soms word ik verrast door een student die op een heel toepasselijk moment zo’n uitdrukking gebruikt.

Ze zijn ook creatief: laatst gebruikte iemand in een tekst over tijdverspilling door te veel pendelen, het woord kwijtijd. Ja, niet helemaal perfect gespeld, maar ik zit dan wel even te grinniken en geef zo’n student een bonuspuntje. Ook bij examens moet je kunnen lachen.

Hoe kijkt u terug op uw begintijd in Engeland?

Mijn studie in Engeland was natuurlijk een groot avontuur. Ik ben blij dat ik die ervaring heb gehad. Al onze studenten brengen een jaar door in een land waarvan ze de taal studeren. Dat is vrij normaal voor talenstudies in het Verenigd Koninkrijk en daardoor weet ik zelf ook hoe mijn studenten aankijken tegen dat jaar in het buitenland. Het is op allerlei manieren spannend: je verheugt je erop, maar je doet het soms ook in je broek. En uiteindelijk verander je er ook door.