Editie juni 2015

Dries Vervecken
Dries Vervecken
Rubriek: 
Auteur: 
Ingrid Degraeve

Liever niet 'volhardend', maar wel 'empathisch'

Volhardend. Wetenschappelijk. Grote kans dat vooral mannen reageren op een vacaturetekst, waarin deze kwalificaties staan. Dries Vervecken doet onderzoek naar de invloed van taal op beroepskeuzes van meisjes en vrouwen. Want wat blijkt? De taal die vaak gebruikt wordt om beroepen te beschrijven vormt een drempel voor vrouwen om voor dat beroep te kiezen. Vervecken pleit daarom voor ‘genderstrategische taal’.

Wat betekent de term ‘genderstrategisch’ precies?

Dries Vervecken: Genderstrategisch taalgebruik zien we als een taalhervorming met als doel genderstereotiepe waarnemingen en gedragingen te beïnvloeden.

Kunt u een voorbeeld geven van hoe gendergekleurde taal eruit ziet?

Dit raadseltje illustreert de invloed van taal op een genderstereotiep wereldbeeld: Een vader en een zoon rijden samen in de auto naar het werk. Ze krijgen een verschrikkelijk verkeersongeluk. De vader sterft ter plekke en de zoon wordt zwaargewond naar het ziekenhuis gevoerd. Wanneer de jongen het ziekenhuis binnengedragen wordt, roept een voorbijgaande chirurg uit: “Oh nee, dat is mijn zoon”. Wat is de relatie tussen de chirurg en de gewonde jongen?

Uit onderzoek blijkt dat 75% van de mensen die dit soort raadseltjes nog nooit eerder gelezen heeft, niet in staat is de oplossing te vinden. Sterker nog, de helft van de mensen die dit soort raadseltjes eerder hoorde, is nog steeds niet in staat om de oplossing te vinden. Misschien herkent u uzelf wel in één van de antwoorden: ‘de jongen heeft twee vaders, de chirurg vergist zich, het is niet de echte vader die sterft tijdens het ongeluk'. Voor slechts een enkeling ligt de oplossing voor de hand: ‘de chirurg is de moeder van de jongen’.

Uw voorbeeld laat de kracht van taal zien. Welke conclusies trekt u daaruit?

Recent onderzoek toont aan dat de taal die we traditioneel gebruiken om beroepen te beschrijven een structurele drempel vormt voor de toegang van vrouwen tot traditioneel mannelijke beroepen. Vanuit een economisch perspectief is dit bijzonder verlieslatend, omdat bepaalde stereotiep mannelijke beroepen zoals die uit de zogenaamde STEM-sectoren (Science, Technology, Engineering & Mathematics) wereldwijd met een tekort aan gekwalificeerde arbeidskrachten kampen.

‘Als we mannelijke beroepen ook met vrouwelijke persoonskenmerken omschrijven, worden ze door vrouwen als aantrekkelijker beoordeeld’

Hoe kun je dit probleem oplossen? 

We moeten vrouwen taalkundig meer zichtbaar maken. Dat kan door bepaalde stereotiep vrouwelijke kenmerken die relevant zijn voor succes in het beroep, zoals "coöperatief", "klantvriendelijk", "empathisch", taalkundig meer in de verf te zetten. Zo worden traditioneel mannelijke beroepen aantrekkelijker voor vrouwen. Je kunt taal inzetten bij vacatures en studiebrochures om meer vrouwen aan te trekken voor stereotiep mannelijke beroepen.

Hoe zien zulke vacatures er concreet uit?

Je richt je pijlen op de functietitel, adjectieven en het beschrijven van gedrag in plaats van eigenschappen. Puur taal dus. Stel dat er in het raadseltje over een chirurge gesproken zou worden, dan maakten we veel sneller associaties met een vrouw en vonden we de oplossing sneller. Een genderstrategisch middel dat internationaal vaak ingezet wordt, is om het biologische geslacht van de referent(e) ook taalkundig zichtbaar te maken. In situaties waar de gendersamenstelling van een groep niet bekend of irrelevant is, wordt aangeraden om een paarvorm - zoals chirurgen en chirurges, onderzoekers en onderzoeksters - te gebruiken in plaats van de mannelijke vorm alleen.

Bestaat er voor elke mannelijke functietitel een alternatief?

Een bruikbare vrouwelijke variant maken van bestaande mannelijke functietitels is niet altijd evident in de Nederlandse taal. Het werk van De Caluwe en Van Santen biedt een uitvoerig overzicht van de mogelijkheden (*).

In vacatureteksten en studiefolders wordt het profiel van de geschikte kandidaat en kandidate omschreven met persoonskenmerken in de vorm van adjectieven. Denk aan "volhardend", "wetenschappelijk", "ondernemend". Bepaalde adjectieven roepen associaties met mannelijkheid, zoals "ondernemend",  terwijl andere adjectieven eerder associaties met vrouwelijkheid oproepen, bijvoorbeeld "coöperatief". Onderzoek toont aan dat de adjectieven die gebruikt worden in vacatures de aantrekkelijkheid van het beroep en de zelf ingeschatte geschiktheid van vrouwen beïnvloeden.

Mannelijke beroepen worden traditioneel met mannelijke persoonskenmerken omschreven. Maar als we mannelijke beroepen ook met enkele vrouwelijke persoonskenmerken omschrijven, worden ze door vrouwen als veel aantrekkelijker beoordeeld. Zo vergroten ze de kans dat vrouwen solliciteren. Mannen blijken immuun voor de gebruikte taal in vacatures; hun interesse voor bepaalde beroepen blijft dezelfde ongeacht de adjectieven waarmee ze omschreven zijn.

En tot slot: beschrijf stereotiepe mannelijke eigenschappen als gedrag in plaats van als eigenschap. Zo kan je schrijven: ‘Je kan op een wetenschappelijke manier nieuwe inzichten ontwikkelen’ in plaats van ‘je bent een echte wetenschapper’. Vragen om gedrag te vertonen spreekt meer mensen aan, dan vragen om een bepaalde eigenschap te bezitten.' 

(*) De Caluwe, J. & Van Santen, A. (2001). Gezocht: Functiebenamingen (M/V). Den Haag: Nederlandse Taalunie.

Dries Vervecken 

Dr. Dries Vervecken werkt als onderzoeker en beleidsmedewerker onderwijs aan de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen. Hij promoveerde aan de Freie Universität Berlin met de studie ‘Changing (S)expectations. The Impact of Gender Fair Language Use on Children’s Gendered Occupational Beliefs and Listeners' Perceptions of Speakers’.

Info project STEM/sters

Van juni en september 2015 worden trainingen aangeboden aan dienstverleners (bijvoorbeeld HR-medewerkers/sters en medewerkers/sters communicatiediensten). Verder wordt er onderzocht in hoeverre taal in studiebrochures de interesse van meisjes voor STEM-opleidingen (Science, Technology, Engineering & Mathematics) op dit moment beïnvloedt. Dit project wordt gefinancierd door het Europees Sociaal Fonds en is een samenwerking tussen de Karel de Grote-Hogeschool, Universiteit Antwerpen, Agoria en VDAB.

Voor meer informatie of voor deelname aan een gratis training kunt u contact opnemen met dr. Vervecken via dries.vervecken@kdg.be.