Editie oktober 2016

 

Taalcoach Marjan de Visser begeleidt op Saba en St. Eustatius docenten bij de nieuwe leermethode.
Rubriek: 
Foto: 
Rens van der Hammen

Nederlands onder de zon

Taalcoach Marjan de Visser begeleidt op Saba en St. Eustatius docenten bij de nieuwe leermethode.

 

Nederlands als Vreemde Taal (NVT). Het is even wennen voor de leerkrachten op Sint-Eustatius, Sint-Maarten en Saba. Het lesmateriaal van Nederlands onder de zon is helemaal afgestemd op kinderen die opgroeien in een omgeving waar buiten school weinig tot geen Nederlands wordt gesproken. ‘Mooi om te zien dat leerlingen Nederlands leuk gaan vinden.’

Taalcoach Marjan de Visser begeleidt docenten bij het gebruik van de nieuwe leermethode. Daartoe is zij bijna maandelijks op Sint-Eustatius en Saba, waar zij de klassen in gaat tijdens de Nederlandse les. Zij legt uit: ‘Omdat het gaat om een andere manier van lesgeven, met ander materiaal dan tot dusver, is het belangrijk dat de docenten worden begeleid bij het gebruik van de nieuwe lesmodules. Maar vooral ook bij de manier van lesgeven. Belangrijk daarin is dat ik de docenten coach in het activerend lesgeven. Dus de focus ligt op de activiteiten van de leerlingen tijdens de lessen Nederlands. Leerlingen worden uitgedaagd Nederlands te spreken.’

'Vooral wordt gewaardeerd dat de teksten en illustraties aansluiten bij de belevingswereld van kinderen op de bovenwindse eilanden.'

Leuk vinden

De ervaringen zijn tot nu toe heel positief. Marjan: ‘Ik zie docenten steeds creatiever worden in het gebruik van diverse didactische werkvormen. Ze worden zich bewust van het feit dat het activeren van leerlingen de sleutel is voor het leerproces. Mooi om te zien dat leerlingen Nederlands leuk gaan vinden’. Eén van de dingen waar docenten aan moesten wennen, is het feit dat zij tijdens de Nederlandse les het Nederlands als voertaal moeten gebruiken. Marjan: ‘Zeker op Saba maar ook op St. Eustatius, waar sinds dit schooljaar het Engels de instructietaal is. Dat vergt moed van de docenten, het is gemakkelijker om een woord of begrip te vertalen dan het te omschrijven of uit te beelden. Op St. Maarten zijn ook enkele scholen begonnen met Nederlands onder de zon. Ook hier begeleid ik de docenten en zie ik de omslag van een vak dat als moeilijk en niet leuk werd ervaren naar een vak waarbij je spelenderwijs Nederlands leert. Leerlingen worden door hun docenten gestimuleerd in wat ze kunnen en niet afgerekend op wat ze niet kunnen. Ineens gaat het Nederlands met sprongen vooruit.’

Leguanen en heremietkrabben

Docenten en leerlingen zijn volgens Marjan blij met het nieuwe materiaal. Marjan: ‘De materialen zien er mooi en kleurrijk uit, wat de kinderen natuurlijk aanspreekt. Maar wat vooral wordt gewaardeerd, is dat de teksten en illustraties aansluiten bij de lokale context en belevingswereld van kinderen op de bovenwindse eilanden. Er zijn bijvoorbeeld lessen over leguanen en heremietkrabben. De hoofdpersonen in de boekjes gaan snorkelen in Lower Bay (het gedeelte op Statia waar zich de stranden bevinden, red.). Zij beklimmen treden van ‘The Ladder’ (een in de rotsen uitgehouwen trap, red.) op Saba, zij maken mee wat er gebeurt als er een orkaan dreigt aan te komen en zij praten met toeristen in Philipsburg.’

Inventarisatie

Omdat een deel van het materiaal op dit moment nog wordt ontwikkeld, is de terugkoppeling naar het ontwikkelteam een andere, belangrijke taak van Marjan: ‘Zo bleek er veel behoefte te zijn aan extra materiaal voor leerlingen, niet alleen lezen en woordenschat, maar ook voor de andere vaardigheden, zoals luisteren, schrijven, spreken en gespreksvaardigheid. Daardoor zijn de modules voor het basisonderwijs (primair onderwijs) uitgebreider geworden dan oorspronkelijk de bedoeling was. Ook is er ruimte voor bijzondere verhalen van mensen uit de regio. Dat maakt deze modules tot een succes; het materiaal is herkenbaar.’ Nederlands onder de zon omvat materialen voor de groepen 5 tot en met 8 en voor de eerste twee leerjaren van het voortgezet onderwijs (secundair onderwijs). Voor de groepen 1 tot en met 4 van het PO en de leerjaren 3 tot en met 5 van het VO wordt vooralsnog gebruik gemaakt van bestaande materialen. Dit in afwachting van het beschikbaar komen van nieuw NVT-materiaal dat is ontwikkeld voor groep 1 tot en met 4 op andere eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen. Marjan vertelt: ‘Binnenkort ga ik aan de slag met een inventarisatie onder alle eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen, om een totaal beeld te krijgen van wat er precies aan NVT-materialen beschikbaar is.’

'Door met elkaar samen te werken, kunnen we veel kosten besparen en kennis en inzichten uitwisselen.'

Samenwerken

Aansluitend kan er gericht materiaal gemaakt worden dat aansluit bij de lacunes in het beschikbare aanbod. Het mooie van dit traject is, volgens Marjan, dat de eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen hierin weer met elkaar zijn gaan samenwerken: ‘Op Sint-Maarten loopt ondertussen een pilot bij vier Engelstalige scholen in het basisonderwijs met de modules Nederlands onder de zon. De benedenwindse eilanden hebben ook belangstelling voor dit materiaal. De eilanden zitten immers met een gelijke problematiek, voor het Nederlands. Door met elkaar samen te werken, kunnen we niet alleen veel kosten besparen. De eilanden kunnen zo ook kennis en inzichten uitwisselen, over de meest effectieve aanpak om bij de leerlingen een goede beheersing van het Nederlands te kunnen realiseren.’ 

Nederlands onder de zon is lesmateriaal Nederlands voor leerlingen op Sint-Eustatius, Sint-Maarten en Saba, ontwikkeld in opdracht van de Rijkdienst Caribisch Nederland en met ondersteuning van de Taalunie. Nederlands onder de zon bevat leesteksten en bijbehorende oefeningen die aansluiten op de belevingswereld van de leerlingen op deze eilanden. De lesmethode bestaat uit leesboekjes, oefenboekjes, aanvullend lesmateriaal, een audio-cd, een docentenhandleiding en een website: www.nederlandsonderdezon.nl.

Dit artikel verscheen eerder, in iets andere vorm, in What's new van mei-juni 2016, een uitgave van RCN/OCW met achtergrondinformatie over onderwijsontwikkelingen in Caribisch Nederland.