Editie januari 2015

Rubriek: 
Auteur: 
Ingrid Degraeve

Nederlands in veelkleurig Brussel

Dag Houdmont (38 jaar) is na enkele tussenhaltes in Brussel beland, waar hij Nederlands doceert aan een Franstalige universiteit. Hij is momenteel assistant-chercheur (assistent-onderzoeker) aan de afdeling Nederlands van de Université Libre de Bruxelles (ULB). Daar doceert hij literatuur en taalverwerving en werkt hij aan een imagologisch onderzoek naar de manier waarop Noord-Frankrijk en Vlaanderen naar elkaar kijken.

Waarom heb je voor Brussel als standplaats gekozen?
Eén van mijn beste stappen, na vele omzwervingen, is dat ik in Brussel ben komen wonen, zonder twijfel. Ik ben in Kortrijk geboren en heb in Gent Germaanse Talen Engels-Nederlands gestudeerd. Negen jaar geleden belandde ik hier, aangetrokken door de veelkleurigheid van deze stad die soms als een grijze muis gezien wordt.

Welke weg heb je tot nu toe in het NVT-onderwijs afgelegd?
Eén van de eerste schreden op mijn onderwijspad was, gedurende één jaar, Nederlandse les geven aan volwassenen in Brussel. Het was ook het meest kleurrijke jaar uit mijn onderwijscarrière. Pas aangekomen in deze veelzijdige stad kreeg ik dankzij mijn werk een fascinerende staalkaart in levendige kleuren op een blaadje aangeboden. Ik kon hiermee mensen van over de hele wereld laten vertellen over de verschillende aspecten van hun leven aan de hand van de lesthema’s.

Later pendelde ik elke dag over de Belgische taalgrens heen en weer en uiteindelijk over de landsgrens naar volledig Franstalig gebied, naar de Université Lille3 in Noord-Frankrijk. Na die opdracht van twee jaar gaf ik taalverwerving Nederlands aan de Université de Namur en de Université catholique de Louvain. Sinds september 2013 ben ik verbonden aan de Université Libre de Bruxelles. Brussel is dus inderdaad mijn standplaats, om het even aan welke universiteit ik lesgeef.

Aan de ULB doceer je nu literatuur en taalverwerving. Zijn er bepaalde woorden of uitdrukkingen, schrijvers of boeken waar je studenten het moeilijk mee hebben of die ze net heel erg leuk vinden?
Annelies Verbeke en Sanneke van Hassel gingen er vorig jaar goed in bij de studenten. Verhulst en Grunberg veel minder. Het naturalistische en donkere trekje van de Nederlandse literatuur is iets waar studenten nogal snel hun buik van vol hebben. Claus is dan weer typisch een auteur die sterkere en rijpere studenten wel weten te waarderen. Vergevorderde studenten weten het beeldrijke van de Nederlandse uitdrukkingen heel erg te appreciëren. Zeker alle uitdrukkingen rondom de zeevaart. Dat aspect van onze taal spreekt tot de verbeelding.

Heb je ook een gedenkwaardige anekdote?
‘Relaties’ was eens het thema van een les en om het wat meer kleur te geven, had ik het omgedoopt tot ‘Lief & leed’. Ik ging van start met de stoutmoedige vraag of er iemand was die iets wilde vertellen over zijn of haar liefdesleven. De meestkleurige, want meesttalige, persoon die ik ooit ontmoette, stak onmiddellijk en vastbesloten de hand op en zei: ‘Ja, ik.’ En hij vertelde met heldere en energieke stem: ‘Vorige week was ik voor m’n werk in Helsinki. Na het werk namen de mensen met wie ik daar werkte me een avondje uit. Ik heb die avond een vrouw ontmoet, we hebben de hele avond gedanst. We hebben nog contact en ik hoop haar snel opnieuw te zien.’ Het werd een fantastische les want anderen voelden zich aangespoord om ook dingen uit hun leven te vertellen die ze anders nooit met zo’n groep zouden delen. Na de les kwamen cursisten me vragen of het Helsinki-verhaal van de Tsjechische student waar was. Daar kende ik toen het antwoord niet op.

Ondertussen zijn mijn oud-student en de Finse vrouw getrouwd en was ik zijn getuige. Het werd een bont feest in een oud, houten landhuis aan een meer in de bossen rond Helsinki. Laat op de avond liep ik ook nog tegen een man aan van Indische origine die me aansprak in het Nederlands met West-Vlaamse tongval…

Kan je een paar voorbeelden geven van wat je studenten met het Nederlands willen bereiken?
In Rijsel (Lille) had ik een paar studenten die in Nederland wilden gaan wonen. Ze waren ooit in Amsterdam geweest en verslingerd geraakt aan die stad. Ze hadden nog maar één doel: in Nederland gaan wonen. In Brussel zijn er nogal wat studenten die leerkracht Nederlands in het Franstalig onderwijs willen worden.

Welke rol speelt het Nederlands in de grensgebieden waar je je toe aangetrokken voelt?
Het Nederlandse taalgebied bevindt zich in de spreekwoordelijke 'achtertuin' van mijn Brusselse studenten. Toch is contact met Vlamingen of Nederlanders niet vanzelfsprekend. Ik probeer studenten daarom meerdere keren per jaar mee te nemen naar het toneel. Ondanks hun interesse vinden ze niet gemakkelijk toegang tot het Nederlandstalige culturele aanbod in Brussel. Daarnaast ga ik met de tweedejaars voor een lang weekend naar Amsterdam.

Hoe gingen je studenten in Noord-Frankrijk om met het nabijgelegen Vlaanderen?
Wanderlust bracht me naar de afdeling Nederlands van de Université Lille3 in Frankrijk. Ik wisselde de  veelkleurigheid van Brussel in voor een scherpe tweekleurigheid: Nederlands in een volledig Franstalig gebied. De mensen daar ervaren het Nederlands en het Nederlandstalig gebied, daar nauwelijks twintig kilometer vandaan, als iets exotisch. In de hoofden van mijn Franse studenten was Parijs dichterbij dan het eerste Vlaamse stadje over de grens. Dat collega’s dagelijks uit Parijs kwamen gespoord, leek de normaalste zaak van de wereld, maar een uitstapje naar Gent leek een reis naar een ver, onbekend land.

Verwonderd was ik daar niet over: net over de grens aan Belgische zijde ligt de streek waar ik geboren ben en een deel van mijn jeugd heb doorgebracht. Voor de mensen daar is Frankrijk ook een exotisch vakantieland en behoort het Frans, verdrongen door het Engels, tot een van de vele vreemde talen die de Belgen nu leren.

Hoe is het voor jou om in een hoofdzakelijk Franstalige omgeving te werken? Heeft je dat tot inzichten gebracht die je voor je werk kan gebruiken?
Het grensgebied tussen Noord-Frankrijk en Vlaanderen is uiteindelijk mijn onderzoeksterrein geworden: ik probeer in kaart te brengen hoe de twee zijden van deze grens elkaar zien, welk beeld ze van elkaar hebben.