Editie juli 2015

Maud Vanhauwaert
Maud Vanhauwaert
Rubriek: 
Auteur: 
Maud Vanhauwaert
Foto: 
Jimmy Kets

Nuance in trekpop en grol

Maud Vanhauwaert, schrijver en tekstperformer, was de afgelopen maanden op pad met dichters en vertalers, studenten en docenten Nederlands in het buitenland om haar werk te vertalen. Een verslag over trekpoppen en grollen.

Maart 2015. Ik verblijf drie weken in Engeland, dankzij de Taalunie en het Vlaams Fonds voor de Letteren. Ik reis naar universiteiten in Londen, Nottingham en Sheffield, waar studenten Nederlands, onder begeleiding van hun docenten en van vertaler David Colmer, fragmenten uit mijn poëzie vertalen.

Juni 2015. Ik zit aan een grote tafel in Berlijn. Een 'werkeiland', dat klinkt zo mooi. Aan deze tafel zitten ook de Duitse dichteres Nora Gomringer en vertaler Allard van Gent. Tussen ons een thermoskan koffie en een mand met koekjes. Ik tank wat koffie bij. Mijn gedachten vliegen op, fladderen over België, over het Kanaal, en strijken neer in Engeland.

Hier in Berlijn neem ik deel aan een project genaamd 'VERSschmuggel'. Het idee is heel simpel. Ik vertaal gedichten van Nora naar het Nederlands, zij vertaalt gedichten van mij naar het Duits. Allard helpt ons daarbij. Soms discussiëren we hardop, nu werken we een paar uur in stilte.

Wat vreemd, denk ik, ik zit in Duitsland maar mijn gedachten zijn in Engeland. Afstand tussen lichaam en geest.

Nora grolt. Allard werkt rustig verder.

Een noodzakelijke afstand. Ik kan alleen schrijven over een geliefde in de afwezigheid van die geliefde. Ik kan alleen schrijven over een stad, als ik er niet meer ben. Ik heb de afwezigheid van het beschrevene nodige. In Londen schreef ik een gedicht over Antwerpen. Misschien schrijf ik er hier in Berlijn wel een over Londen. Misschien over Bloomsbury, waar ik mijn eerste dagen doorbracht en waar ik in een boekhandeltje The Waves kocht, dat schitterende kleinood van Virginia Woolf. Waarin alle stemmen in elkaar overvloeien.

Nora grolt nog eens. Harder nu.

In Engeland werd in groepjes gewerkt, elk samengesteld uit studenten van verschillende universiteiten. Wekenlang werd het e-mailverkeer tussen die universiteiten op de spits gedreven. Ik bezocht eerst de studenten van Londen, dan die van Nottingham en ik eindigde in Sheffield, waar een afsluitende videoconferentie werd georganiseerd, met de hele groep. We zaten dus op drie verschillende locaties, en via camera's en microfoons konden we met elkaar communiceren. Het klinkt misschien wat ingewikkeld? Dat was het ook.

Twee uur lang discussieerde een groep van vijftig studenten over een aantal twijfelgevallen in de vertaling van mijn poëzie. Meestal is er één vertaler. Wel, ik had er meer dan vijftig, tegelijkertijd! Wat een geschenk. Vijftig gedachtenstromen, vijftig stemmen, golvend, door en langs en over elkaar. Het ontroerde me.

Meer dan een half uur lang bogen de studenten zich over dit fragment: ‘Je bent een kind nog, een trekpop, kijk'. En ze trekt. Ik spreid mijn armen en benen, ze kijkt naar mijn geslacht en noemt het mijn maquette, te roos nog, te klein, te zacht.

'Hoe zouden we ‘een trekpop’ kunnen vertalen?' gooide een student in de groep.

'Misschien als a puppet on a string?' suggereerde een tweede student.

'Hm, ik denk het niet', opperde een derde, 'want bij zo'n puppet hangen de touwtjes bovenaan, en bij een trekpop hangt het touwtje tussen de benen.'

'Ja, zoals bij een tampon', reageerde een vierde student, bloedserieus.

'Het beeld moet in elk geval een zekere intimiteit uitdrukken', concludeerde een vijfde.

 

Nora bijt op een koekje. Alsof het haar hersenen zijn die kraken. Ze kijkt op. 'Mag ik iets vragen? Hoe grolt die hond eigenlijk?' Haar vraag lijkt voor een buitenstaander misschien wat absurd, en helemaal uit het niets te vallen. Maar Allard en ik, op hetzelfde eiland, weten meteen wat ze bedoelt. Nora is bezig met het vertalen van dit fragment: Er grolt een handtas, iedereen kijkt op. Een vrouw ritst een hond tevoorschijn. 'Rustig maar, maar is hier'.

'Goh, daar heb ik eigenlijk niet over nagedacht', beken ik.

Allard kijkt op en zegt: 'Misschien grolt hij zo.' (Allard grolt heel diep.)

'Zou hij ook zo kunnen grollen', vraagt Nora. (Nora grolt, met een schriel stemmetje en opgetrokken wenkbrauwen, alsof ze het lijdende hondje gestalte wil geven.)

'Hm', zeg ik, 'nu ik erover nadenk, volgens mij grolt hij toch eerder zo' (Ik grol en probeer daarbij wat te schuimbekken.)

 

Tien minuten later zijn we nog altijd met zijn drieën aan het grollen.

We vonden geen perfecte Engels vertaling voor 'trekpop'.

We vinden geen perfecte Duitse vertaling voor 'grollen'.

Ik vond het niet erg.

Ik vind het hoegenaamd niet erg.

In wezen maakt het niet veel uit hoe 'trekpop' nu precies wordt vertaald.

Het maakt niet uit hoe die hond precies grolt. De wereld zal er niet wakker van liggen. En eerlijk? Ook ik lig er niet wakker van. Ik streef niet naar een ultieme vertaling van mijn gedichten. Ik geloof toch niet dat die bestaat. Veel interessanter dan het resultaat van een vertaling vind ik het proces en de polyfonie die ontstaat wanneer schrijver en vertaler(s) elkaar proberen te vinden.

Het is door mijn verblijf in Engeland, door de toewijding van studenten en docenten daar, dat ik zo'n groot ontzag heb voor vertalers. Ik wist al: poëzie vertalen is bijzonder ingewikkeld en de moed die vertalers kunnen opbrengen is op zijn minst bewonderenswaardig. Ik wist al: vertalers zorgen ervoor dat gedichten niet gevangen blijven binnen de grenzen van een taal, maar kunnen reizen, net zoals gedachten, over taalbarrières heen.

Maar sinds mijn verblijf in Engeland geloof ik sterk: vertalers zijn nog veel meer dan moedige dienstbodes van dichters en poëzie. Ze vervullen een voorbeeldfunctie in onze maatschappij. Want vertalen gaat niet over woordjes. Poëzie vertalen gaat, mijns inziens, in wezen zelfs niet over poëzie. Het gaat over tijd nemen, desnoods absurd lang, om elkaar te begrijpen. Over waarde hechten aan nuance. Vertalers als hoeders van de nuance.

Hoeveel leed zouden we niet kunnen voorkomen, als we altijd, nog voor het eigenlijke gesprek, eerst grondig de tijd namen om elkaar te vinden in taal. Ook al moeten we daarvoor eerst dagenlang grommen. Of er tekeningetjes bij maken. Om te tonen waar precies het koordje hangt.