Editie december 2017

 

Wim Rutgers: 'Waarom zou ik schrijven over iets wat geen aandacht waard is?’
Rubriek: 
Auteur: 
Pieter van Maele
Foto: 
Michiel van Kempen

Oorkonde voor ‘heraut van de Antilliaanse literatuur’

Wim Rutgers: 'Waarom zou ik schrijven over iets wat geen aandacht waard is?’

Al langer dan veertig jaar schrijft en doceert Wim Rutgers (75) over de literatuur van de voormalige Nederlandse Antillen, Aruba en Suriname. De Taalunie bekroonde hem ervoor tijdens een conferentie over Nederlandse taal- en letterkunde die eind november op Aruba plaatsvond. ‘Via de literatuur leer je een land kennen.’

Dat het anders is gelopen, komt in belangrijke mate door een ontdekking die Rutgers in Suriname deed: een hartstochtelijke liefde voor Caribische literatuur.

Wie het heeft over de literatuur van de voormalige Nederlandse Antillen kan onmogelijk om Wim Rutgers heen. Sinds de jaren zeventig woont en werkt de éminence grise onder de caribisten op Aruba, waar van 22 tot 24 november de Caribische Associatie voor Neerlandistiek (CARAN) haar vierde CARAN-conferentie organiseerde. De Taalunie greep de kans om hem tijdens die conferentie te eren voor zijn inzet en werk als een van de grondleggers van de studie van de Caribische literatuur.

Recensies

Rutgers doceert en publiceert over literatuur van en over de voormalige Nederlandse Antillen, Aruba en Suriname. Daarnaast schreef hij recensies voor onder andere Amigoe, Antilliaans Dagblad, OSO en Ons Erfdeel. In 1994 promoveerde Rutgers aan de Universiteit Utrecht met een proefschrift over literatuur van de Nederlandse Antillen en Aruba.

‘Na in 1971 in Nederland te zijn afgestudeerd als onderwijzer, leek het me leuk om even naar het buitenland te trekken. Eerst werkte ik vier jaren lang als leerkracht in Suriname, daarna kon ik op Aruba aan de slag. Het was aanvankelijk nooit de bedoeling definitief te emigreren, maar het is dus helemaal anders gelopen’, vertelt Rutgers.

‘Strafhok’

Dat het anders is gelopen, komt in belangrijke mate door een ontdekking die Rutgers in Suriname deed: een hartstochtelijke liefde voor Caribische literatuur. ‘Het eerste boek van een Caribische auteur dat ik in handen kreeg, was Strafhok van Bea Vianen. Ik was meteen geïntrigeerd. Het was nieuw terrein, waarop het al snel erg prettig vertoeven bleek.’ Rutgers specialiseerde zich in die literatuur. Het begon met recensies, daarna volgde een tiental publicaties. Daarin valt telkens zijn enorme liefde voor zijn vakgebied op. ‘Ik noem het ‘inclusieve’ kritiek’, legt hij uit. ‘Ik krijg er weleens opmerkingen over, dat ik altijd zo positief schrijf. Wel, ik recenseer de boeken en schrijvers waarvan ik echt houd. Waarom zou ik schrijven over iets wat geen aandacht waard is?’

‘Je leert een land en de mensen beter kennen door de boeken te lezen die zij zelf hebben geschreven.’

Regionale literatuur

De Caribische literatuur bood Rutgers als dertiger een venster op zijn nieuwe leefomgeving. Rutgers: ‘Je leert een land en de mensen beter kennen door de boeken te lezen die zij zelf hebben geschreven. Dat is meteen een belangrijke functie van de Caribische literatuur. Ook hier moeten mensen verhalen kunnen lezen die over hun eigen context en omgeving gaan, en niet alleen over Europa. Ik werkte ooit op een Arubaanse school waar de hele boekenkast volstond met Europese auteurs, zoals Guido Gezelle. Ik heb er toen voor gezorgd dat daar een heel pak regionale literatuur naast kwam te staan.’

Beetje weggedrukt

Toch lijkt de belangstelling voor die ‘eigen’ literatuur de laatste jaren wat te tanen, voegt Rutgers er zelf aan toe. ‘Vooral op het einde van de jaren negentig was de belangstelling erg groot, ook in het buitenland. Nu is het allemaal wat minder geworden. Er wordt erg veel geschreven, ook in niet-westerse landen als Iran en Turkije is een hele generatie belangrijke schrijvers opgestaan. Wij zijn maar een klein eiland, en volgens mij heeft de aandacht voor die grotere gebieden ons een beetje weggedrukt.’

Het vertellen van verhalen, de oraliteit, heeft altijd al een enorm belangrijke rol gespeeld in de Cariben.

Verhalen vertellen

Rutgers: ‘Toch ben ik allerminst pessimistisch over de toekomst, integendeel. Het vertellen van verhalen, de oraliteit, heeft altijd al een enorm belangrijke rol gespeeld in de Cariben. Alleen gebeurt dat vandaag iets minder door zogenaamd traditionele schrijvers, die boeken uitgeven. Maar als ik kijk naar de jongeren van Aruba, die zijn nog steeds volop bezig met het vertellen van verhalen.’

Vooralsnog blijft Rutgers doceren aan de universiteit van Curaçao, al wil hij het in de toekomst rustiger aandoen. ‘Mijn huidige contract loopt nog twee jaar, maar ik ben niet zeker of ik die nog volmaak. Dat steeds weer vliegen van eiland naar eiland is geen pretje. Gelukkig kan ik via het digitale platform van de universiteit ook doceren via het internet, op die manier kan ik nog even doorgaan. En ik werk aan een nieuwe publicatie: een boek over de toneelgeschiedenis van Aruba.’

‘Rutgers worstelt met liefde voor zijn vakgebied’

Rutgers werkte tijdens zijn carrière vaak samen met Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam. De twee worden vaak in één adem genoemd: Rutgers als geschiedschrijver van de Antilliaanse literatuur, Van Kempen als geschiedschrijver van de Surinaamse.

Van Kempen: ‘Rutgers is een van de grondleggers van de studie van de Nederlandstalige Caribische literatuur. Noem hem gerust een wandelende heraut van de Antilliaanse literatuur. Hij is een veelschrijver, over wie zelf veel minder is geschreven. Dat hij zoveel liefde heeft voor de literatuur die hij ook recenseert, daarmee worstelt hij zelf al zijn hele leven. Maar er verschijnt tegenwoordig weinig nieuw werk op de eilanden. Moet je dan meteen alles ontzettend kritisch bespreken, of moet je je energie wijden aan de boeken die het lezen waard zijn? Rutgers heeft voor dat laatste gekozen.’