Editie mei 2015

Philipp Fauser
Philipp Fauser
Rubriek: 
Auteur: 
Ingrid Degraeve

Valse vrienden ontwarren in Gelsenkirchen

Philipp Maximilian Fauser komt uit Duitsland. Meer bepaald uit het Ruhrgebied waar het Nederlands als buurtaal een belangrijke positie heeft. Hij is nu 31 en heeft Engels en aardrijkskunde gestudeerd. En toch geeft hij nu cursussen Nederlands aan de Ruhr-Universität in Bochum en aan de Volkshochschule (VHS) in Gelsenkirchen. Hoe is dat gekomen?

Hoe bent u dan wel voor de klas beland?

Philipp Maximilian Fauser: Door mijn partner ben ik in contact gekomen met de Nederlandse taal. Op zijn dertiende begon hij als autodidact Nederlands te leren. Hij heeft me er later mee aangestoken. En sindsdien ben ik verliefd, ook op de Nederlandse taal. Ik heb alle cursussen gevolgd die ik aan het talencentrum van mijn universiteit kon volgen. Ik heb er ook deelgenomen aan een tandemproject met de Universiteit van Amsterdam. Na al die leerervaringen ben ik uiteindelijk uit enthousiasme zelf gaan lesgeven.

Omdat Nederlands een buurtaal is, is er in uw regio grote belangstelling voor cursussen Nederlands. Ook de Volkshochschule biedt cursussen Nederlands aan. Maar wat is dat, een Volkshochschule?

Ik geef Nederlandse les aan de Volkshochschule (VHS) in Gelsenkirchen. In Duitsland kent iedereen de VHS en je vindt er een in bijna elke stad. Volkhochschulen bieden mensen in Duitsland de mogelijkheid om levenslang te leren. Op zo’n volkshogeschool kan je een nieuwe taal leren maar ook een yoga- of naaicursus volgen. Een VHS biedt dus een breed spectrum aan onderwijs voor mensen van alle leeftijden. Het aanbod past zich voortdurend aan: aan de vraag van de leerders, maar ook aan wat er op dat moment actueel is.

Wat kenmerkt de modale VHS-student?

Mijn werk aan de VHS heeft een heel uitdagende eigenschap, en dat is: onvoorspelbaarheid. De eerste les van een nieuwe cursus zit altijd vol verrassingen omdat je nooit weet wie in jouw cursus terechtkomt en welke motivatie de deelnemers hebben om Nederlands te leren. Op dit moment heb ik cursisten van 8 tot 88 jaar. De eerste vraag die dan altijd bij me opkomt, is hoe ik zo'n diverse groep onder één hoed krijg?

Hoe speelt u dan in op de diversiteit in uw groepen?

Ik vraag eerst en vooral naar hun motivatie. De ene wil gewoon een nieuwe taal leren en koos voor een van de buurtalen van Duitsland. Een ander heeft al jaren ergens in Nederland een camper staan of brengt jaarlijks zijn vakantie door in Nederland of België. Die wil tegen zijn buren eindelijk meer kunnen zeggen dan “goedemorgen” en “tot ziens”. En weer een ander probeert in de Lage Landen een baan te vinden en wil zich daarop voorbereiden.

Eenheid in de groep bereik ik door met divergente differentiatie te werken. Ik probeer dus aan te sluiten op de individuele niveaus en onderwijsbehoeften van mijn leerders. Er zijn altijd mensen die geen behoefte hebben om de grammatica in detail te leren. Een ander wil net dat. Op dat moment bied ik uiteenlopende opdrachten aan die voor iedereen iets zinvols inhouden.

Zijn er bepaalde woorden of uitdrukkingen waar uw studenten het moeilijk mee hebben of die ze misschien net heel erg leuk vinden?

Een goede uitspraak kost altijd de grootste moeite. De afkomst van de studenten speelt daarbij ook een rol. Het woordje “Duits” kan je goed uitspreken, of je maakt er “Duts” “Deuits” of “Doitsj” van. Ik maak dus vaak uitspraakoefeningen met hen, want ze vinden het belangrijk om niet meteen als Duitser te worden ontmaskerd. Meestal slagen we daar wel in.

Het Nederlands en het Duits lijken natuurlijk wel op elkaar. Besteedt u daar extra aandacht aan?

Ja, vaak levert die gelijkenis grappige momenten op en beleven we net daardoor veel plezier aan het leren van onze buurtaal. Zo vertelde een van mijn jongere cursisten dat hij aan het winkelen was in Nederland. Terwijl hij kleren aan het passen was, vroeg de verkoopster of alles goed liep. Hij reageerde op een voor ons typische manier met ‘Ik kom klaar’. Tot zijn grote verbazing zag hij de aanwezige Nederlanders schateren van het lachen. Klarkommen betekent in onze regio immers zoveel als ‘alles is goed’. De Nederlandse betekenis mocht ik dan wel uitleggen. Hij was in een van de ‘valse vrienden’ tussen het Duits en het Nederlands getrapt. Daar besteden we dus wel aandacht aan. Onze talen lijken op elkaar, maar net daardoor kan je vervelende fouten maken en kan je zelfs iemand voor het hoofd stoten.

Hoe besteed je aandacht aan de cultuur van de Nederlandstalige landen?

Ik vind het altijd leuk om dat voor een groot deel over te laten aan mijn cursisten. De meesten hebben contact met de Nederlandse of Vlaamse cultuur. Zij hebben daarom een grote voorraad aan ervaringen waarop ik kan bouwen. Een kleine anekdote uit hun leven levert altijd een verhaal op waar we dan over kunnen spreken en waar ik in de volgende les een kleine tekst over kan meebrengen. Het is voor mij daarom altijd geven en nemen. Vaak groeien zulke verhalen uit tot boeiende discussies. Dan durven ze wel eens over te stappen op het Duits, maar volgens mij leren ze daardoor meer dan wanneer ik hun onderwerpen serveer die ze helemaal niet interessant vinden.

Interessante links: