Editie juli 2017

 

Docenten werken tijdens de zomercursus met elkaar aan opdrachten.
Rubriek: 
Auteur: 
Inge Schelstraete

Taalunie Docentencursus NVT en Neerlandistiek: actueler en breder

Docenten werken tijdens de zomercursus met elkaar aan opdrachten.

Docenten Nederlands die buiten ons taalgebied actief zijn, kunnen deze maand weer alle nieuwe ontwikkelingen, inzichten en methodes op het vlak van onderwijs Nederlands als Vreemde Taal leren kennen. De docentencursussen vinden plaats in Utrecht, Amsterdam of Leuven. Voor het eerst richt een docentencursus zich ook op onderzoekers.

‘Er zijn landen waar één docent op zijn eentje zit te pionieren’, vertelt Christine van Baalen (Universiteit van Amsterdam) over de vakgroepen Nederlands aan hogescholen en universiteiten buiten ons taalgebied. ‘In Turkije en Armenië bijvoorbeeld.' Voor zo’n docent zijn de docentencursussen van de Taalunie een unieke gelegenheid om ervaring uit te wisselen met collega’s. Maar de cursussen zijn voor docenten vooral dé manier om alle nieuwe ontwikkelingen, inzichten en methodes op het vlak van onderwijs Nederlands als Vreemde Taal te leren kennen.

Actualisering en verbreding

De zomercursussen hebben een lange traditie, maar vorig jaar laste de Taalunie een evaluatiemoment in, met onder meer een enquête onder de docenten. ‘Het is geen revolutionaire omwenteling geworden’, zegt Ingrid Degraeve, adviseur bij de Taalunie, ‘eerder een actualisering en verbreding.'

‘De vraag hoe je zo effectief en efficiënt mogelijk stof overbrengt, blijft heel je carrière actueel.'

Laatste ontwikkelingen

Didactiek blijft de focus van de cursussen, omdat daar de meeste vraag naar is, maar het wordt geactualiseerd met kennis van maatschappij en cultuur. ‘Je moet als docent stof overbrengen’, zegt Van Baalen, die cursusleider is van het Seminarium didactiek, taal en cultuur en van de Verdiepingscursus didactiek, taal en cultuur. ‘De vraag hoe je dat zo effectief en efficiënt mogelijk doet, blijft heel je carrière actueel. Wij bekijken handige manieren om de woordenschat van je cursisten te vergroten, hoe je feedback geeft waar je cursist mee verder kan. Maar we geven in de cursussen ook de laatste ontwikkelingen in de neerlandistiek mee, en vertellen welk nieuw lesmateriaal er in Vlaanderen en Nederland is bijgekomen.'

Praktische workshops

Twintig docenten beginnen in juli aan de Universiteit van Amsterdam aan het seminarium. Na een week voegen ze zich bij de twintig docenten die de kortere verdiepingscursus volgen aan de KU Leuven, waarbij ze de verschillen in taal en cultuur tussen Nederland en Vlaanderen zelf ervaren. De laatste dag brengen ze samen in Brussel door, waar experts van de Taalunie en de academische wereld hen up-to-date brengen over het taalbeleid. ‘De cursus in Amsterdam en Leuven bestaat uit praktische workshops’, zegt Van Baalen. ‘Hoe leer je woordenschat aan, hoe kun je muziek gebruiken in taalonderricht, of computers en andere digitale instrumenten, hoe neem je een examen af voor het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal?’

‘In de onderwijspraktijk loop je vaak tegen dingen aan waar collega’s ook al oplossingen voor hebben gezocht.’

Intervisie

Met die opgefriste kennis kunnen de docenten hun eigen onderwijspraktijk evalueren. Of ze evalueren elkaar in ‘peer reviews.' Eén docent geeft les, zijn collega’s letten elk op een aspect van die les, zoals de duidelijkheid van de instructies of het taalgebruik van de docent. ‘Het is eerder intervisie dan een beoordeling’, zegt Van Baalen. ‘Het is een erg waardevolle oefening, omdat je in de onderwijspraktijk vaak tegen dingen aanloopt waar collega’s ook al oplossingen voor hebben gezocht, een grammaticale eigenaardigheid van het Nederlands bijvoorbeeld.’

Omdat er in grensgebieden als Noord-Frankrijk, Wallonië en Noordrijn-Westfalen een groeiende interesse is voor het Nederlands, zijn deze cursussen voor het eerst opengesteld voor docenten die niet op de lijst van 175 universiteiten en hogescholen staan waarmee de Taalunie samenwerkt. Dat kunnen dus leraars zijn die aan jongeren lesgeven, al staan die deelnemers van deze editie nog allemaal in het voortgezet onderwijs.

Gloednieuwe cursus onderzoeksvaardigheden

Tijdens de enquête gaven veel docenten aan ook te willen werken aan hun onderzoeksvaardigheden. Dat resulteerde in de gloednieuwe docentencursus NVT en Neerlandistiek: onderzoek en didactiek. Die werd ontwikkeld aan de Universiteit Utrecht. Het team daar legde de focus stevig op de internationale positie van de Nederlandse taal en cultuur. ‘Als je het Nederlands onder een stolp bestudeert, maak je het misschien kwetsbaar’, zegt cursusleider Bart Besamusca. ‘Aan de Universiteit Utrecht zetten we al een poos in op een internationale positionering van het Nederlands, onder meer met een nieuwe master neerlandistiek die het Nederlands in zijn internationale context bestudeert. We werken hier trouwens ook nauw samen met de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek. De zomercursus past uiteraard volledig in die optiek.’

Pittig

De docenten krijgen ook in Utrecht een pittig programma. ‘We beginnen elke ochtend met een lezing over een specifiek deel van de neerlandistiek: vertaalwetenschap, letterkunde, taalkunde en interculturele communicatie’, zegt mede-cursusleider Femke Essink. ‘Daarna ontmoeten de docenten spelers uit het veld. Dat kunnen andere academici zijn, maar dat hoeft niet. Om vertaling als voorbeeld te nemen – veel onderzoekers vertalen ook uit het Nederlands: Geert Buelens, hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde, geeft een lezing over hoe de Nederlandstalige literatuur in de wereld circuleert, daarna ontmoeten we beleidsmakers van het Letterenfonds. Op die manier kunnen onze deelnemers de theoretische inzichten meteen toetsen aan de praktijk en hun netwerk met mogelijke opdrachtgevers verstevigen.’

‘Elke namiddag werken de docenten aan een eigen project dat ze vooraf hebben voorgesteld, een hoorcollege over de verwerving van bijvoeglijke naamwoorden in het Nederlands bijvoorbeeld. Ze keren straks naar huis terug met nieuwe contacten met wie ze hun project kunnen afwerken, mensen die ze persoonlijk hebben ontmoet.’

‘Er zijn docenten bij uit Indonesië, Rusland, Zuid-Korea, Polen en Bulgarije.’

Cultuurverschillen

Ook hier komt een portie didactiek aan te pas. ‘Een vraag die vaak voorkomt, is hoe je het Nederlands als vreemde taal aanleert en tegelijk rekening houdt met cultuurverschillen’, zegt Essink. ‘Hoe kun je literaire teksten bijvoorbeeld gebruiken om taal én cultuur te verwerven? Er zijn methoden die daar speciaal op zijn gericht, ook voor onderwijs buiten ons taalgebied, maar die zijn niet echt flexibel, je moet de bijhorende teksten gebruiken. Terwijl je als docent natuurlijk afwisseling en vernieuwing wil.’

Uitdagender

‘Deze groep is veel diverser dan we ooit over de vloer hebben gehad’, zegt Besamusca. ‘Er zijn docenten bij uit Indonesië, Rusland, Zuid-Korea, Polen en Bulgarije. Dat maakt het voor ons uitdagender en voor de deelnemers verrijkender. Wij zijn natuurlijk ook benieuwd welke studenten in Polen op het vak Nederlands afkomen en met welke onderzoeken ze daar bezig zijn.’

‘Als je een taal leert of aanleert, is regelmatig contact met het taalgebied nodig om fris en up-to-date te blijven’, zegt Van Baalen. ‘Dat kun je niet alleen via het internet doen, zoals de online voor- en natrajecten bij deze cursussen. Dat heb ik zelf ervaren in de zeven jaar dat ik in Wenen werkte. Als je terugkeert, merk je dat je nieuwe uitdrukkingen en referenties hebt gemist.’

Voor algemene vragen over de docentencursussen van de Taalunie, mail naar Ingrid Degraeve.

Meer informatie op de website van de Taalunie.