Editie maart 2017

 

Taalcompetentie: het geheel aan kennis, vaardigheden en attitude om taal en tekst te kunnen begrijpen en gebruiken
Rubriek: 
Auteur: 
Inge Schelstraete
Foto: 
Ronald van der Heide

Visienota pleit voor ontwikkeling taalcompetentie

Taalcompetentie: het geheel aan kennis, vaardigheden en attitude om taal en tekst te kunnen begrijpen en gebruiken

Iedereen Taalcompetent! Dat is de titel van een onlangs verschenen visienota over duurzaam, eigentijds en ambitieus onderwijs Nederlands in de 21ste eeuw. Het werken aan taalcompetentie staat daarin centraal: het geheel aan kennis, vaardigheden en attitude om taal en tekst te kunnen begrijpen en gebruiken.

Stelt u zich een les Nederlands voor, ergens in Vlaanderen of Nederland. Voor de klas staat een leraar of lerares die weet dat zijn of haar leerlingen, nog meer dan hun ouders, zelfverzekerd met de Nederlandse taal zullen moeten kunnen omgaan. Aan hen de prachtige uitdaging om kinderen en jongeren talige kennis en vaardigheden en een positieve attitude ten aanzien van dat Nederlands bij te brengen.

Onze samenleving wordt almaar taliger. Zowel in Vlaanderen als in Nederland wordt in steeds meer situaties een stevig beroep gedaan op onze talige competenties. Het Nederlands is de olie die onze complexe samenleving soepel laat draaien: het is de taal die ons in staat stelt om onszelf te ontwikkelen en onze identiteit te vormen, om sociale relaties aan te knopen en te onderhouden, om deel te nemen aan de samenleving en aan het democratisch proces, enzovoort. Daar gaat een flinke uitdaging mee samen voor het onderwijs Nederlands. De visienota Iedereen taalcompetent! wil een antwoord geven op de vraag hoe dat onderwijs er uit zou moeten zien.

Aanleren en verfijnen

Goed luisteren, vlot praten, problemen kernachtig formuleren, online rapporten invullen, vergaderen, sociale media benutten; de 21ste-eeuwse mens moet kunnen communiceren. Kris Van den Branden, hoofddocent aan de Faculteit Letteren van de KU Leuven, is lid van de kerngroep die adviseerde bij het schrijven van de visietekst. 'In Australië is net nog een opleiding voor boekhouders volledig herzien', vertelt hij. 'De opstellers hadden over het hoofd gezien dat boekhouders veel moeten communiceren, met klanten, overheidsdiensten, auditeurs, advocaten. Dat kun je aanleren en verfijnen.'

‘In Nederland en Vlaanderen is het Nederlands de olie die de complexe samenleving soepel laat draaien.’

Dat geldt ook voor schriftelijke communicatie. ‘We vergissen ons als we denken dat we veel minder schrijven dan vroeger', zegt Jan Rijkers, voorzitter van de kerngroep en oud-directeur van een school voor voortgezet onderwijs. 'We schrijven nog steeds veel, maar wel in andere vormen en contexten. Een brief, bijvoorbeeld, wordt steeds minder geschreven en is ingehaald door chats, blogs en Facebookberichten. Dat zijn complexe, hybride vormen: ze bevatten kenmerken van geschreven taal, maar ook van gesproken taal. Bovendien kunnen ze emoticons, foto's en filmpjes bevatten’. De populariteit van deze nieuwe vormen betekent niet dat de taalkennis van jongeren naar de haaien gaat. 'Er is onlangs onderzocht hoeveel woorden jongeren lezen en schrijven: dat is nog steeds behoorlijk veel. Maar ze leren minder woorden op school dan daarbuiten, ze leren ze op het internet, of in boeken die niet alle docenten Nederlands op de leeslijst willen zetten.' Ook leuk om te weten: de lingua franca van tieners is niet het Engels. 'De Nederlandstalige hiphopgroep Broederliefde stond vorig jaar veertien weken op één, in Vlaanderen is De Jeugd Van Tegenwoordig bijna nog populairder dan in Nederland.' Toch zijn de uitdagingen voor het onderwijs Nederlands niet gering, wil het aansluiten bij de talige behoeften van mensen in de 21ste eeuw. 'Het zou ook vreemd zijn als de 21ste eeuw geen nieuwe eisen stelde aan onze taalcompetentie', zegt Rijkers.

‘Nepnieuws’

De visietekst was in de afrondende fase toen het verschijnsel 'nepnieuws' de kop opstak, maar informatieverwerking was al een van de kernthema's van de tekst. 'Voor mij is dat, nog meer dan 25 jaar geleden, een van de centrale doelstellingen van het onderwijs Nederlands', zegt Van den Branden. 'Jonge mensen worden overspoeld door informatie die vaak niet objectief of zelfs fout is. Ze moeten leren bronnen te vergelijken en die informatie kritisch en doelgericht te verwerken.' Rijkers vult aan: 'Je moet ze ook alert maken voor verschillende taalregisters. Je moet weten dat sommige contacten een bepaalde stijl vragen, en het is ook belangrijk om een register als ironie te leren kennen.’

'Jonge mensen worden overspoeld door informatie die vaak niet objectief of zelfs fout is.’

Het is van cruciaal belang dat in elke les aandacht is voor de ontwikkeling van taalcompetentie. 'Stel dat een leerling motorvoertuigtechniek stage gaat doen in een garage', zegt Rijkers. 'Dat houdt diverse taaltaken in: hij moet op stagegesprek bij de zaakvoerder, tijdens de stage moet hij communiceren met collega's en klanten, achteraf moet hij een stageverslag schrijven, enzovoort. Als niet vooraf is afgesproken welke leraar hem zal klaarstomen voor deze taken, wie hem zal opvolgen en evalueren, is het niemands verantwoordelijkheid. Of leerlingen die een werkstuk voor biologie moeten schrijven: in de lessen Nederlands krijgen ze idealiter de instrumenten aangereikt voor hoe ze dit kunnen aanpakken, maar bij de feedback van de leraar biologie op hun werkstuk moet niet alleen ruimte zijn voor feedback op de inhoud, maar ook op hoe het werkstuk eruitziet: hoe is het opgebouwd, is het coherent, is het goed geschreven, enzovoort. Die samenwerking tussen vakken is iets waar de school een beleid over moet afspreken.'

Plezier

De leraar Nederlands heeft een cruciale rol in de ontwikkeling van taalcompetentie. 'Het vak Nederlands is meer dan een steunvak; het is een centraal vak, een kernvak', zegt Rijkers. 'De leraar Nederlands onderwijst niet alleen in en met taal, maar over taal', zegt Van den Branden. 'Ook het plezier in taal en de verwondering over wat je met taal kan bereiken, moeten centraal staan. Uit nogal wat onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat hoe meer leerlingen voor hun plezier lezen - het maakt eigenlijk minder uit wat - hoe beter ze presteren.'

'Ook het plezier in taal en de verwondering over wat je met taal kan bereiken, moeten centraal staan.’

Late talkshows

'Ik denk dat er geen vak is waar de vrijheid om de les in te vullen zo groot is als het vak Nederlands', zegt Van den Branden. 'Als een onderwerp relevant is en de leerlingen interesseert, dan is het geschikt voor de les. Jongeren debatteren bijvoorbeeld graag mee over de vluchtelingencrisis. Ze zijn ook geïnteresseerd in taalonderwerpen, zoals de discussie of sms'en slecht is voor je spelling. Zoek daar een tekst over en ga aan de slag! Je kunt YouTube en apps gebruiken in de klas, of verfilmingen van boeken zoals De helaasheid der dingen. Je kunt de ironische kijk op het nieuws van de late talkshows bespreken. Veel docenten doen dat al.'

'Als je een spellingkampioen bent: geweldig, maar nog belangrijker is hoe duidelijk en vlot je kunt communiceren, en dat je het juiste register vindt.'

'Het onderwijs Nederlands heeft geen revolutie nodig, wel moet meer aandacht zijn voor de ontwikkeling van taalcompetentie en voor alles wat daarmee samengaat, zegt Rijkers. 'Als je een spellingkampioen bent: geweldig, maar nog belangrijker is hoe duidelijk en vlot je kunt communiceren, en dat je het juiste register vindt. Mensen mogen zich niet te jong in hun bubbel terugtrekken. Wij zeggen: leuk als je op Facebook door je vrienden wordt begrepen, maar als je van Ieper tot Groningen begrepen wil worden, dan zijn hier de instrumenten waarmee je dat kunt bereiken.'

Taalcompetentie is het geheel aan talige kennis, vaardigheden en attitudes dat nodig is om geschreven, gesproken en multimodale teksten te begrijpen, te evalueren en te gebruiken zodat:

(a) volwaardige deelname aan de samenleving mogelijk wordt;
(b) de eigen doelen gerealiseerd kunnen worden;
(c) de eigen kennis en mogelijkheden levenslang en duurzaam kunnen worden ontwikkeld.

De visietekst is op 25 januari 2017 aangeboden aan het Comité van Ministers van de Taalunie. Meer informatie over de tekst en over de totstandkoming ervan vindt u op de website van de Taalunie.