Editie november 2015

Rubriek: 
Auteur: 
Tanneke Schoonheim

Choqueren en shockeren

Er wordt al eeuwenlang bezwaar gemaakt tegen het overnemen van ‘vreemde’ woorden in het Nederlands. Al in de 16de eeuw waren er mensen die riepen om geen woorden uit het Frans over te nemen en tegenwoordig horen we vaak dat er veel te veel woorden uit het Engels in onze taal terechtkomen. Wie naar de herkomst van veel woorden kijkt, die als ‘echt Nederlands’ beschouwd worden, ziet dat een aanzienlijk deel daarvan oorspronkelijk ‘vreemde’ woorden waren. 

Dat geldt bijvoorbeeld voor kaas, een woord dat we al vroeg uit het Latijn overnamen. De Germanen maakten weliswaar al een kaasproduct voordat de Romeinen kwamen, maar dat kende een andere bereidingswijze. Het Romeinse kaasproduct verving het Germaanse en we namen de Latijnse benaming caseus over als kaas. Net als de Duitsers (Käse), Engelsen (cheese) en Friezen (tsjiis) overigens. Hoe we kaas noemden voordat de Romeinen kwamen, is niet bekend, maar het kan best het woord zijn geweest dat in Scandinavië nog steeds gebruikt wordt, namelijk ost.

Sommige ‘vreemde’ woorden zijn dus inmiddels volledig ingeburgerd in het Nederlands. Andere zijn in de loop van de tijd vervangen door Nederlandse equivalenten. Dat geldt bijvoorbeeld voor veel voetbalwoorden. Bij de introductie van het voetbalspel in Nederland, kwam de Engelstalige terminologie mee. Hoewel we nog steeds woorden als corner, keeper en penalty kunnen gebruiken, zijn hoekschop, doelman en strafschop inmiddels even gebruikelijke synoniemen.

Een enkele keer wordt een woord twee keer overgenomen. Zo werd het in de 14de eeuw geleende Franse woord biscuit ons Nederlandse beschuit, terwijl we het in de 18de eeuw in de vorm biscuit nog een keertje overnamen als benaming voor een bepaald soort fijn gebak.

Soms komt een bepaald begrip ook vanuit twee verschillende talen in het Nederlands terecht. Dat is bijvoorbeeld het geval met ‘aanstoot geven’, dat we zowel op z’n Frans (choqueren) als op z’n Engels (shockeren) kunnen schrijven. Hoewel deze woorden in uitspraak en betekenis gelijk zijn, hebben ze vanwege hun verschillende herkomst allebei een eigen spelling.

Choqueren (uit het Franse choquer) komt al vanaf halverwege de 17de eeuw in het Nederlands voor. Vanaf 1954 staat het onafgebroken in het Groene Boekje. Het sluit aan bij de vele aan het Frans ontleende woorden op -eren, zoals centreren, flamberen en reclameren.

Het woord shockeren is recenter; het werd pas in 1984 voor het eerst opgenomen in Van Dale en debuteerde in 1990 in het Groene Boekje. In deze spelling komt het woord uit het Engels (van (to) shock), net als een op vergelijkbare wijze gevormd werkwoord als formatteren. Opvallend is dat Van Dale in zijn editie van 1992 meldt dat shockeren geen erkende spelling is en doorverwijst naar choqueren, terwijl het woord wel in de Groene Boekjes van 1990 en 1995 staat.

In 2005 werd shockeren uit het Groene Boekje geschrapt, wat overigens niet automatisch betekent dat deze spelling daarmee ook als fout werd aangemerkt. Toch leidde dit tot verwarring, al was het maar omdat shockeren hierdoor uit beeld verdween, terwijl choqueren nog wel zichtbaar was. In de sterk uitgebreide editie van 2015 zijn ze allebei daarom weer present, zowel het aan het Frans ontleende choqueren als het aan het Engels ontleende shockeren. Net als in Van Dale trouwens.