Editie mei 2016

 

'Je eigen uitspraak bepaalt hier hoe je het woord schrijft'
Rubriek: 
Auteur: 
Tanneke Schoonheim

Eén woord, twee spellingen

'Je eigen uitspraak bepaalt hier hoe je het woord schrijft'

 

De basisregel van onze spelling is dat we de woorden spellen zoals we ze in de standaardtaal uitspreken. Soms leidt dat tot verschillende schrijfwijzen van hetzelfde woord. Zo kun je een regel die geldt voor spelling een spellingregel noemen, maar ook een spellingsregel. Dat is allebei goed Nederlands, als je de s zegt, mag je hem ook schrijven. Zo zijn er heel wat woorden in onze taal die zowel met als zonder een s in het midden geschreven mogen worden.

Ook woorden die beginnen met een afkorting mogen soms op verschillende manieren geschreven worden. De regel is dat je ze met een koppelteken schrijft als je de letters van de afkorting los van elkaar uitspreekt, zoals in btw-tarief en vzw-wetgeving (bee/tee/wee-tarief, vee/zet/wee-wetgeving) en helemaal aan elkaar als je de afkorting als een woord uitspreekt, zoals in aidspatiënt en vutregeling. De meeste afkortingen hebben maar één manier van uitspreken, meestal bepaald door de uitspreekbaarheid van de combinatie. Een afkorting als ngo (niet-gouvernementele organisatie) kun je immers bijna niet anders dan in losse letters uitspreken, terwijl de afkorting havo (hoger algemeen voortgezet onderwijs) al bijna van nature als één woord wordt uitgesproken.

Opletten geblazen dus, als je aan een dictee deelneemt!

Er zijn echter ook afkortingen die op beide manieren kunnen worden uitgesproken. Een voorbeeld is hiv (human immunodeficiency virus). Wie dat uitspreekt als haa/ie/vee, schrijft in de samenstellingen daarmee hiv-besmetting, hiv-infectie en hiv-patiënt, maar wie het uitspreekt als hiv, mag het koppelteken weglaten en hivbesmetting, hivinfectie en hivpatiënt  schrijven. Andere voorbeelden zijn de Nederlandse zmok(-)school (school voor zeer moeilijk lerende kinderen) en de vos(-)school (school voor voortgezet onderwijs voor senioren) in Suriname. Je eigen uitspraak bepaalt hier dus hoe je het woord schrijft.

Dat geldt echter niet bij het maken van een dictee. Daar moet je het woord schrijven zoals het wordt uitgesproken door de voorlezer van het dictee. Gebruikt die losse letters, dan moet je een koppelteken schrijven, spreekt deze het uit als één woord, dan mag dat juist niet. Opletten geblazen dus, als je aan een dictee deelneemt!