Editie juni 2015

Gsm
Gsm
Rubriek: 
Auteur: 
Tanneke Schoonheim, INL

Taaleconomie: grote letters worden klein

Het Nederlands kent veel woorden die bestaan uit een lettercombinatie als afkorting van een woordgroep. Zo betekent btw  ‘belasting over de toegevoegde waarde’, cao  ‘collectieve arbeidsovereenkomst’ en or  ‘ondernemingsraad’. Zo’n afkorting ontstaat als het begrip, meestal een hele mond vol, vaak gebruikt wordt. Je zou het 'taaleconomie' kunnen noemen.

Bij hun introductie werden BTW, CAO en OR met hoofdletters geschreven. Die hoofdletters hebben een signaalfunctie. Ze geven aan dat het om afkortingen gaan, want als je ze voluit zou schrijven, gebruik je die hoofdletters niet. In die vorm werden BTW en CAO ook vermeld in de Woordenlijst 1995.

Voor de Woordenlijst 2005 werd besloten om ze voortaan met kleine letters te spellen. Hoofdletters worden in afkortingen alleen nog gebruikt in eigennamen (NPO, VRT), in een aantal ontleende medische en technische termen (ISBN, USB), om onduidelijkheden te voorkomen (IQ, NB) en in een paar ingeburgerde gevallen (EHBO, SOS).

Zo veranderden BTW en CAO in btw en cao en werd or toegevoegd als afkorting van ondernemingsraad. Ook gsm kwam met kleine letters in de Woordenlijst terecht, ook al is dat van oorsprong de naam van een studiegroep die in 1982 werd geformeerd om een standaard voor een netwerk van mobiele telefonie op te richten (Groupe Spéciale Mobile). Het woord is in het Nederlands immers ingeburgerd als benaming voor de mobiele telefoon en niet voor de studiegroep die achter het onderliggende systeem zat.