Editie januari 2017

 

Rubriek: 

De ‘verengelsing’ van de maatschappij

De Taalunie ontvangt regelmatig vragen over het Nederlands. In Taalunie:Bericht lichten we er telkens één uit. Deze keer de vraag wat de mening is van de Taalunie over de ‘verengelsing’ van de taal in onze maatschappij.

De vraag: Wat vindt de Taalunie ervan dat er steeds meer Engelse woorden in onze maatschappij worden gebruikt. Kan zij daar niet iets tegen doen?

Van: Een bezoeker van een bijeenkomst die de Orde van den Prince organiseerde in Den Haag. Liesbet Vannyvel, medewerker van de Taalunie, gaf daar op verzoek een presentatie over de ontwikkeling van het Nederlands.

Het antwoord: Voor het Nederlands is het op zich geen probleem dat er woorden uit andere talen worden ontleend en overgenomen. Leenwoorden, zeker als die iets nieuws aanduiden, verrijken de taal al eeuwenlang. Maar het is weinig zinvol woorden en uitdrukkingen uit andere talen over te nemen als er al volwaardige Nederlandse alternatieven voor bestaan. Dan is de ontlening of de overname eigenlijk niet nodig en gebeurt die om andere redenen, bijvoorbeeld omdat de andere taal leuker wordt gevonden of zelfs een hoger aanzien geniet.

De Taalunie is niet tegen het gebruik van Engels en andere vreemde talen door mensen op straat en online, maar is wel van mening dat het Nederlands soms een imagoprobleem lijkt te hebben. Het lijkt soms hipper om iets in het Engels te zeggen dan in het Nederlands. Dat is jammer, want het Nederlands is zeker niet minder rijk dan het Engels, in woordenschat noch nuanceringen.

De Stichting Nederlands heeft een woordenlijst onnodig Engels samengesteld met bestaande en nieuwe equivalenten voor Engelse leenwoorden in het Nederlands. De Taalunie onderschrijft graag de bestaande alternatieven, het is aan de taalgebruiker om de nieuwe voorstellen van de Stichting Nederlands al dan niet te omarmen en toe te voegen aan onze taal.