Editie oktober 2016

 

'Schaf het verschil af tussen ij en ei'
Rubriek: 
Foto: 
Fiep Westendorp (uit Floddertje)

Schaf ‘dubbele nadenken’ af

'Schaf het verschil af tussen ij en ei'

 

De Taalunie ontvangt regelmatig vragen over het Nederlands. In Taalunie:Bericht lichten we er telkens één uit. Deze keer het verzoek om het onderscheid af te schaffen tussen ij en ei en au en ou.

De vraag: Schaf het onderscheid in het Nederlands af tussen tussen ij en ei en ou en au. Keur beide manieren goed. Nu er geen verschil meer is in uitspraak, zoals in de middeleeuwen, hoeft dat onderscheid, dat voor veel mensen lastig is, er toch niet meer te zijn.

Van: Ilze Nijtmans (17 jaar)

Waarom: Ilze heeft dyslexie. Ze schrijft daarover, in een volledig foutloos gespeld bericht: 'Nou (otje ou) zie ik dat persoonlijk (lange ij) niet echt als een probleem, maar er zijn (weer lange ij) wel veel dingen in het Nederlands die mij (alweer lange ij!) opvallen. U vraagt u nu misschien af waarom ik achter elke 'ij' en ook achter een 'ou' een opmerking maak. Dit heb ik gedaan omdat het ook echt zo gaat in mijn hoofd. Elke keer als ik een woord met ij, ei, ou of au schrijf moet ik dubbel nadenken. Door mijn dyslexie heb ik geleerd om te spellen aan de hand van regels maar zodra er geen regels zijn raak ik de draad kwijt. Bij alle woorden met ij, ei, ou en au is er geen regel maar moet je ze gewoon weten, voor mij persoonlijk ongelooflijk lastig. Ik weet ook zeker dat het niet alleen voor mensen met dyslexie lastig is maar dat er veel mensen zijn die dubbel moeten nadenken.'

Het antwoord: De verschillende schrijfwijzen zijn inderdaad ontstaan door een uitspraakverschil dat er nu niet meer is, maar het betekenisverschil is er in veel gevallen nog wel. Denk aan het verschil tussen stijl en steil, bouwen en bauwen, en een paard berijden is iets anders dan een paard bereiden.

Als we het onderscheid tussen ij en ei en ou en au volledig afschaffen, zou de inhoudelijke dubbelzinnigheid dus kunnen toenemen en dat maakt het voor de taalgebruiker ook niet gemakkelijker.

Bovendien houden veel taalgebruikers voor het spellen vast aan herkenbare woordbeelden. Als we beide vormen door elkaar gaan gebruiken, dan kan ook dat tot meer verwarring en onzekerheid leiden.

Spellen is niet altijd even gemakkelijk, zeker niet voor wie dyslexie heeft. Er valt niet één systeem te bedenken dat zonder problemen is, maar de Taalunie blijft ernaar streven de spelling voor iedereen zo toegankelijk mogelijk te maken.