Editie december 2016

 

Waarom is het 'de knipoog' en 'het oog'?
Rubriek: 

Vraag met een knipoog

Waarom is het 'de knipoog' en 'het oog'?

De Taalunie ontvangt regelmatig vragen over het Nederlands. In Taalunie:Bericht lichten we er telkens één uit. Deze keer de vraag waarom we de knipoog zeggen en niet het knipoog, terwijl het toch het oog is.

Van: Dirk De Wilde uit Tollembeek (België). 

De vraag: Waarom is het de knipoog en niet het knipoog. Volgens mij is namelijk het hoofdbestanddeel van het samengestelde woord bepalend voor het geslacht van dat woord. Ik geef een aantal voorbeelden. De rechtszaal is samengesteld door het recht en de zaal, de feestzaal: het feest en de zaal, het trekpaard: de trek en het paard, het renpaard: de ren en het paard. Bij een gelijk geslacht van de woorden die werden samengesteld, wordt het geslacht van beide woorden toegepast en dat is volgens mij ook logisch: het feestgedruisde groenteveiling, enzovoorts.

Ik heb ook eraan gedacht of het werkwoord van het eerste deel van knipoog een rol zou kunnen spelen. Maar het is toch het knipperen van het oog (of eventueel het knippen van het oog ). Dat heeft hetzelfde geslacht als het oog en bijgevolg zou (volgens mij) de samenstelling het knipoog moeten zijn. Het knipoog klinkt ook aannemelijker omdat het gaat om een fractie in de verandering van de toestand van het oog. Het leunt hierdoor beter aan bij het knipoogje, de verkleinvorm die iets verfijnds, schalks en vrolijk in zich draagt, in plaats van het eerder 'lompe en zware' de knipoog.

Het antwoord: De vraag is voorgelegd aan 'Taaladvies' van het Taalunieversum, een samenwerkingsverband tussen de Taalunie, de Taaltelefoon en het Genootschap Onze Taal. Taaladviseur Jaco de Kraker van Onze Taal geeft het volgende antwoord:

Het is de knipoog omdat knipoog een werkwoordstam is. Doorgaans is inderdaad het laatste deel van een samengesteld zelfstandig naamwoord het woorddeel dat het lidwoord van de samenstelling bepaalt. Zo is het de zaal, de neus en de veiling, en daarom ook de rechtszaal, de feestneus en de groenteveiling. Evenzo is het het gedruis en het oog, en dus ook het feestgedruis en het traanoog.

In knipoog is oog echter niet het kernwoord dat het lidwoord bepaalt: het is niet een soort oog, zoals traanoog, bijoog of kattenoog, maar het is afgeleid van het werkwoord knipogen. Vergelijkbaar zijn woorden als val en aanvang, die ook werkwoordstammen zijn en het lidwoord de hebben.