Editie april 2017

 

Een 8-punts-braillestandaard ontbreekt nog in het Nederlands.
Rubriek: 
Auteur: 
Anja van Erp

Braille-autoriteit legt toegankelijke braillestandaard vast

Een 8-punts-braillestandaard ontbreekt nog in het Nederlands.

Het is ‘te allen tijde’. We schrijven ‘ge-e-maild’ en ‘gewhatsappt’. Over spelling hoeven we niet te discussiëren. De regels daarvoor zijn netjes vastgelegd in de Nederlandse spellingsregels. Weten we het even niet meer, dan zoeken we het op, in dikke groene boekjes of op internet. Maar waar ga je heen als je taal voelbaar wilt maken? Voor hen die lezen zonder te zien? Wat zijn dán de regels?

Zoeken we ze op in ‘De dikke van Braille’? Vinden we het op 'onsbrailleschrift.be'? Helaas, beide bronnen bestaan niet. Een goede, uniforme 8-puntsbrailletabel evenmin. ‘Bindende regels ontbreken,’ vertelt Marcel Janssen namens het Nederlandse VIVIS Onderwijs. ‘Daarom is het belangrijk om deze vast te stellen én vast te leggen. Ik zie dat als een borging van het brailleonderwijs.’

Een ingenieus systeem dat hij letterlijk tot in de puntjes perfectioneerde.

Dorine in ’t Veld, productmanager educatief bij Dedicon, Nederlands grootste brailleproducent, pleitte voor het gezamenlijk oprichten van een braille-autoriteit, met als eerste doel het updaten van de 6-punts braillestandaard voor het Nederlandse en Vlaamse taalgebied en het uniformeren van regels voor het printen. En door een startsubsidie van de Koninklijke Bibliotheek kan er nu concreet gewerkt worden aan de oprichting van een autoriteit die onafhankelijk van producenten en hulpmiddelenleveranciers codes voor het gebruik van braille gaat vastleggen en bekend gaat maken.

In ’t Veld: ‘Belangrijk is dat het waaróm van besluiten goed gedocumenteerd wordt en dat de informatie makkelijk vindbaar is op een goed toegankelijke website. Daarna is het de bedoeling dat de braille-autoriteit doorgaat met het invullen van nog ontbrekende standaarden, zoals voor 8-punts braille en standaarden voor wis-, schei- en natuurkunde.’

Puntsgewijs

Toen Louis Braille bijna twee eeuwen geleden zijn reliëfschrift bedacht, kon hij nog niet weten welke ontwikkelingen zich lang na zijn dood in rap tempo zouden opvolgen. Met zijn originele 6-puntssysteem, bestaande uit rasters van twee keer drie voelbare puntjes, kunnen vierenzestig combinaties gemaakt worden. Genoeg voor een alfabet, speciale combinaties, leestekens en tekens die aangeven dat er bijvoorbeeld een vreemde taal volgt. Een ingenieus systeem dat hij letterlijk tot in de puntjes perfectioneerde. In 1854 wordt het als officieel alfabet geaccepteerd.

Het brailleschrift vindt al snel zijn weg naar andere landen. Maar wel met de nodige aanpassingen. Want waar de letter w in eerste instantie ontbreekt in het Franse alfabet -die hadden de Fransen toentertijd immers niet nodig-, zo zijn in andere talen juist letters met leestekens overbodig.

Internationale verschillen

In ’t Veld: ‘De ‘basisletters’ bleven grotendeels op hun plaats, maar interpunctie en leestekens zijn vrijwel overal anders. En ook voor muziek, wis-, natuur- en scheikunde zijn verschillende ‘codes’ nodig. Bovendien ontwikkelden bijna alle talen kortschrift, zodat de brailleerder minder tekens hoeft te typen en minder papier nodig heeft.‘

De nieuwe 8-puntstabel biedt ruimte aan extra leestekens, nieuwe symbolen, en bijzondere, eventueel naar eigen inzicht in te vullen, combinaties.

‘Vreemd, al die verschillende alfabetten? Niet echt. Waarschijnlijk besef je het niet, omdat je nooit iets anders gebruikt hebt, maar dat je een qwerty-toetsenbord gebruikt, is ooit bepaald als Nederlandse standaard. Het is echter geen wereldwíjde standaard. In Frankrijk, bijvoorbeeld, wordt gewerkt met een azerty-toetsenbord. In Duitsland? Een qwertz-toetsenbord. Het zijn de meest gebruikte letters in een taal die deze keuze beïnvloeden. Met het brailleschrift werkt dat ook zo.‘

8-punts-brailletabellen

Op het moment dat de digitalisering zijn intrede doet en blinden ook gaan werken met een brailleleesregel, blijkt de 6-puntsbrailletabel niet meer afdoende. Er worden twee puntjes onder de 6-punts-karakters toegevoegd. De nieuwe 8-puntstabel biedt ruimte aan extra leestekens, nieuwe symbolen, en bijzondere, eventueel naar eigen inzicht in te vullen, combinaties.

In 2005 wordt de Nederlandse braillestandaard gemoderniseerd, maar een 8-punts-braillestandaard ontbreekt nog steeds. Daarom wordt vaak de Amerikaanse of Duitse tabel gebruikt. In ’t Veld: ‘Sinds kort is er bovendien een ‘Europese’ tabel voor brailleleesregels beschikbaar en fabrikanten leveren soms ‘eigen’ Nederlandse tabellen. De letters zijn veelal hetzelfde, maar cijfernotatie, leestekens en symbolen kunnen flink verschillen. Mensen die wisselend gebruik maken van 6- en 8-punts-braille, op papier en digitaal, moeten dus steeds schakelen tussen beide. En dat kan lastig zijn.’

Er is blijkbaar meer vraag dan aanbod op het gebied van aanleren van braille.

Het idee voor een braille-autoriteit werd dan ook door alle deelnemende braille-gerelateerde organisaties in Nederland en Vlaanderen met open armen ontvangen. Janssen: ‘Het gaat niet alleen over letters. We maken ook afspraken over bijvoorbeeld de regelafstand voor jonge braillelezers en scheikundecodes. Er zit misschien weinig evolutie in het brailleschrift, maar het is hoe dan ook belangrijk dit eens in de zoveel tijd te updaten en vast te leggen. En als het aan ons ligt, kijken we zelfs verder dan het Nederlands taalgebied. Laten we vooral kijken hoe het internationaal geregeld is, zodat we daar misschien bij kunnen aanhaken.’

Braille-politie

Ann Voet van Luisterpunt, de Vlaamse bibliotheek voor personen met een leesbeperking, voegt daar aan toe dat de verschillen tussen het braille in Nederland en Vlaanderen weliswaar minimaal zijn, maar dat het in ieders belang is om in ieder geval alvast een goede Nederlandse standaard vast te leggen. ‘En er op toe te zien dat deze toegankelijk blijft,’ benadrukt ze. ‘De productiecentra in Vlaanderen zetten ongeveer 200 boeken per jaar om in braille. Dat zijn er substantieel minder dan in Nederland en bij het omzetten ervan volgen wij doorgaans letterlijk het boek. Hier zullen zich dan ook weinig problemen voordoen. Maar wanneer je boeken gaat uitwisselen, zoals wij met Nederland doen, dan is het slim om bijvoorbeeld ook afspraken te maken over de bladspiegel: het aantal lijnen op een blad en het aantal tekens op een lijn, zodat de boeken door zowel Nederland als Vlaanderen afgedrukt kunnen worden.’

‘Voor ons is met name de totstandkoming van een standaard een focuspunt,’ zegt Janssen. Als één van de twee directeuren brailleonderwijs in Nederland heeft Janssen vooral belang bij een goede inhoudelijke standaard. ‘Vorig jaar kwamen bijvoorbeeld blinde kinderen op achterstand, omdat er meerdere fouten in de braillevertaling van de CITO-toets zaten. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.’

In ’t Veld: ‘En dan is er ook nog de groeiende groep ouderen die blind wordt, maar niet altijd een leraar aan haar zijde heeft. De zelfstudiepakketten braille die Koninklijke Visio vorig jaar lanceerde, waren snel uitverkocht. Er is blijkbaar meer vraag dan aanbod op het gebied van aanleren van braille. Een handig naslagwerk, in de vorm van een website, is dan zeker gewenst. Noem het een soort groen boekje voor braille. Meer gaat het overigens ook niet zijn hoor, we zijn geen braille-politie.’

Betrokken organisaties

Bij het initiatief rond de oprichting van een braille-autoriteit zijn onder meer de volgende organisaties betrokken: Koninklijke Bibliotheek, Brailleliga vzw, CBB (Christelijke Bibliotheek voor Blinden en Slechtzienden), Dedicon, Koninklijk Instituut Woluwe, De Kade (Brugge)Visio, Luisterpuntbibliotheek, Transkript, Vereniging Onbeperkt Lezen, Oogvereniging, Bartiméus, Blindenzorg Licht en Liefde, Zicht op Cultuur - Slechtzienden en Blinden Platform Vlaanderen, departement Elektrotechniek KU Leuven, Vlaamsoogpunt, Koninklijke Maatschappij voor Blinden en Slechtzienden en de Taalunie.

De Taalunie is betrokken vanuit haar streven om specifieke doelgroepen en sectoren talig te ondersteunen.