Editie juni 2017

 

Het Nederlands is springlevend, blijkt uit recent onderzoek.
Rubriek: 

Dit wist u nog niet over het Nederlands

Het Nederlands is springlevend, blijkt uit recent onderzoek.

Het Nederlands is springlevend. Dat concluderen onderzoekers van het Meertens Instituut en de Universiteit Gent in de Staat van het Nederlands. In opdracht van de Taalunie onderzochten zij voor het eerst op grote schaal hoe het Nederlands ervoor staat. Goed dus, volgens criteria van UNESCO. Tien opmerkelijke feiten op een rij.

1. Televisie in eigen taal

Nederlanders en Vlamingen kijken het liefste televisie in hun eigen taal. De tien best bekeken televisieprogramma’s in Nederland waren in 2015 allemaal Nederlandstalig. In Vlaanderen wordt een top 100 bijgehouden. In 2015 was 96% hiervan Nederlandstalig. Van de top 100 aller tijden op de Vlaamse televisie, was 100% Nederlandstalig. Ook verkiezen Nederlanders en Vlamingen Nederlandstalige ondertiteling bij anderstalige series en films.

2. Geboekstaafd in het Engels

Nederlanders en Vlamingen lezen ook boeken het meest in het Nederlands, maar opvallend veel van hen leest ook Engelse boeken. In Nederland 40,6%, in Vlaanderen 33,4%. Verder zegt 8,3% van de Vlaamse ondervraagden naast Nederlandse ook Engelse én Franse boeken te lezen, 5,8% leest boeken in het Nederlands en Frans en 4,7% leest boeken in het Nederlands, Duits, Engels en Frans. Opvallend: deze percentages staan in geen verhouding tot het aantal verkochte boeken. Van alle in 2015 verkochte boeken was in Nederland 90,7% Nederlandstalig, in Vlaanderen 92% (Engelstalig respectievelijk 7,9% en 4,9%). Van de Nederlandse ondervraagden leest 57,4% van de ondervraagden boeken het liefst in de originele taal als ze die taal beheersen, van de Vlaamse 58,4%.

3. Sociale media ook podium voor thuistalen

Van de Nederlandse ondervraagden gebruikt 60,6% altijd Nederlands op sociale media, van de Vlaamse doet 59,7% dat (Facebook, Twitter, WhatsApp). Niet-moedertaalsprekers van het Nederlands gebruiken op sociale media naast het Nederlands ook hun eigen moedertaal, in Nederland onder meer de Berbertaal Tamazight, in Vlaanderen Turks.

4. Aandacht voor Nederlands in Brusselse ziekenhuizen

In Nederland en Vlaanderen spreken meer dan 95% van de mensen altijd Nederlands in het ziekenhuis. In Brussel is dat maar 30,2%; ruim 60% spreekt in de Brusselse ziekenhuizen Nederlands en Frans. Dat is opvallend, want bij de huisarts in Brussel spreekt 97,3% van de ondervraagden wel altijd Nederlands. Een mogelijke verklaring is dat mensen de huisarts vrij kunnen kiezen, terwijl zij bij een doorverwijzing naar het ziekenhuis vaak afhankelijk zijn van het advies van de huisarts. Ook krijgen zij in het ziekenhuis met meer personen te maken.

5. Nederlands een ‘mooie’ taal

‘Ik vind Nederlands een mooie taal.’ Ongeveer drie op de vier ondervraagden is het daarmee eens. Niet-moedertaalsprekers zijn echter iets minder enthousiast. Van de moedertaalsprekers in Nederland is 74,9% het eens met deze stelling, van de niet-moedertaalsprekers ongeveer 60%. In Vlaanderen geeft 78% van de moedertaalsprekers aan het Nederlands een mooie taal te vinden, van de niet-moedertaalsprekers is dat 67,8%.

6. Facebook of Smoelboek?

Ook op Facebook is Nederlands de meest gebruikte taal van de ondervraagden. In Nederland gebruikt 48,5% van hen altijd Nederlands op Facebook, in Vlaanderen is dat 50,4%. In Nederland geeft 35,5% van de ondervraagden aan naast Nederlands ook Engels te gebruiken op Facebook, in Vlaanderen is dat 30,5%. In de virtuele vriendenkring hebben Nederlanders en Vlamingen kennelijk meer anderstalige vrienden dan in de ‘werkelijke’ vriendenkring. Van de Nederlanders zegt 74,8% dan altijd Nederlands te spreken met vrienden, van de Vlamingen doet 78,5% dat.

7. Proefschriften: nauwelijks Nederlands

Op één gebied lijkt het Engels het Nederlands te verdringen: bij de wetenschappelijke publicaties. In 2015 werd 96% van de Nederlandse proefschriften en 92,5% van de Vlaamse doctoraten in het Engels geschreven en slechts 3,2 % en 6,2 % in het Nederlands. Dat vraagt om maatschappelijke reflectie en zo nodig ook nieuw beleid om de positie van het Nederlands te ondersteunen.

8. 5e taal op Wikipedia

In juni 2016 stonden er bijna twee miljoen artikelen op de Nederlandstalige Wikipedia. Daarmee is het Nederlands de vijfde taal, na Engels, Zweeds, de Filipijnse taal Cebuano en Duits. De Nederlandstalige artikelen zijn wel relatief kort en bovendien tot stand gekomen door relatief weinig samenwerking. De Nederlandse Wikipedia heeft een bewerkingsdiepte van 18, terwijl de pagina’s in het Engels gemiddeld 666 keer aangepast zijn. Daardoor raadplegen gebruikers Wikipedia vaak niet alleen in het Nederlands, maar ook in het Engels. Daarom zouden bestaande Nederlandstalige artikelen moeten worden verrijkt en verdiept.

9. Opmerkelijk trendverschil in Friesland

Van de Friezen met Nederlands als moedertaal neemt het percentage dat alleen Nederlands met broers en zussen spreekt, toe. Van de generatie 65 jaar en ouder doet 63,2% dat, bij de 40- tot 64-jarigen is dat al toegenomen tot 83,3% en van de generatie tussen de 15 en 39 jaar is dat 91,7%. Bij degenen van wie het Nederlands niet de moedertaal is, is de trend juist andersom: 100% van de jongeren spreekt altijd Fries met broers en zussen, van de middengeneratie doet 90,5% dat en van de 65-plussers 60%. Er lijkt een bewuste generatie Friezen te zijn opgestaan die hun kinderen sterk opvoeden in het Fries.

10. Kritisch op andere instructietalen

Ouders kregen de vraag voorgelegd of zij vonden dat in het onderwijs niet-taalvakken in een andere taal mogen worden gegeven dan het Nederlands. Er is een opmerkelijk verschil in de antwoorden van Nederlanders en Vlamingen. Nederlanders zijn in het algemeen kritischer: van de ondervraagden met kinderen op de basisschool geeft in Nederland 22,1% aan het eens te zijn met deze stelling en 60,9% is het er mee oneens, in Vlaanderen is 31,8% het ermee eens en 52,6% het ermee oneens.

De Staat van het Nederlands

Het Nederlands blijft veruit de voornaamste voertaal in Nederland en Vlaanderen. Dat blijkt uit de ‘Staat van het Nederlands’, het eerste omvangrijke wetenschappelijke onderzoek naar de positie van het Nederlands. Het is nu voor het eerst mogelijk om op basis van feiten en gegevens uitspraken te doen of een debat te voeren over het gebruik van Nederlands en andere talen in diverse maatschappelijke gebieden. Het grootschalige onderzoek is in opdracht van de Taalunie uitgevoerd door het Meertens Instituut in Nederland en de Universiteit Gent in Vlaanderen. Het richt zich op sociaal verkeer, werk, media, cultuur, onderwijs en wetenschap.

Het Nederlands voert in alle onderzochte maatschappelijke gebieden de boventoon, maar in een aantal deelgebieden krijgt het Engels een zichtbare plek naast het Nederlands; bij ‘informatievoorziening online’ bijvoorbeeld (nog meer in Nederland dan in Vlaanderen) en in ‘muziek’ (in Nederland en Vlaanderen). Daarnaast neemt het Engels een stevige positie in binnen de ‘masteropleidingen’ aan universiteiten (met name in Nederland) en bij de ‘wetenschappelijke publicaties’ (in Nederland en Vlaanderen). In deze deelgebieden lijkt het Engels niet naast, maar in de plaats van het Nederlands te komen en dat vraagt volgens de onderzoekers om enige maatschappelijke reflectie.

U kunt alle resultaten nalezen in het onderzoeksrapport op de website van het Meertens Instituut. In het publieksrapport geeft de Taalunie een eerste beleidsreactie.