Editie april 2017

 

Marc van Oostendorp schat taalbeleid nieuwe regering in
Rubriek: 
Auteur: 
Maarten Dessing
Foto: 
Marc de Haan

Het taalbeleid van een nieuwe regering

Marc van Oostendorp schat taalbeleid nieuwe regering in

Welke invloed heeft een nieuwe Nederlandse regering op het taalbeleid? Marc van Oostendorp, die traditioneel de verkiezingsprogramma's doorlicht op taalplannen, doet een inschatting. Vluchtelingen moeten Nederlands leren en de rest moet Engels kunnen praten – verder zwijgt de politiek over taal.

Maakt het uit welke partijen de regering vormen? Niet voor vluchtelingen. Alle politieke partijen willen dat zij Nederlands leren. 'Het enige verschil is dat rechtse partijen vinden dat vluchtelingen Nederlands moeten leren en dat linkse partijen vinden dat zij Nederlands moeten kúnnen leren. Het verschil tussen rechts en links is een hulpwerkwoord', lacht taalkundige Marc van Oostendorp, verbonden aan het Meertens Instituut. 'Daaronder ligt de vraag: wie is verantwoordelijk? Wie gaat dat betalen: vluchtelingen zelf of de overheid?'

Op de dag van het gesprek begonnen in Nederland VVD, CDA, D66 en GroenLinks met de formatiebesprekingen. 'De eerste twee partijen interesseert het eigenlijk niet zo. De andere twee vinden onderwijs belangrijk, dus wellicht dat de overheid ervoor gaat betalen. Maar eigenlijk doet dat er niet eens zo veel toe. Wie ook betaalt: er moeten materialen en een infrastructuur zijn. En dat is hoe dan ook een verantwoordelijkheid van de overheid. Nu behelpen veel vluchtelingen zich met filmpjes op YouTube.'

'Het verschil tussen rechts en links is een hulpwerkwoord.'

Laaggeletterden?

In het ideale taalbeleid volgens Van Oostendorp zorgt het Rijk ervoor dat 'iedereen, op ieder niveau' toegang heeft tot het Nederlands. 'Dat iedereen alles te weten kan komen wat hij wil weten en zich zo goed mogelijk in het Nederlands kan ontwikkelen.' Hij juicht toekomstige initiatieven om vluchtelingen de taal te laten leren dan ook toe. Maar helaas zijn dat de enige groepen in de samenleving waarover verkiezingsprogramma's zich uitlaten. Want: laaggeletterden? Of de modale Nederlandstaligen? Niets.

'Alleen D66 zegt dat gemeenten geld moeten krijgen om laaggeletterden taalles te geven,' licht hij toe. 'Voor alle inwoners zou daarnaast het schoolvak Nederlands beter moeten worden. Het geldt als het belangrijkste vak. Scholen besteden er niet voor niets de meeste uren aan. We willen allemaal dat burgers zo taalvaardig worden gemaakt. Maar het vak is saai en weinig inspirerend. Er is al jaren een consensus dat dat een probleem is. Ieder jaar is ook opnieuw onrust over de eindexamens. Maar er gebeurt niets.'

'Nederland is geen geïsoleerd land. Kennis van andere talen is essentieel voor de economie en de cultuur.'

Onder een nieuwe regering, welke dan ook, zal dat niet veranderen, vreest Van Oostendorp. 'Ik was vorig jaar als deskundige bij een hoorzitting van de Tweede Kamer. Het VVD-Kamerlid Karin Straus – een compliment voor haar – wilde de verschillende partijen bij elkaar aan tafel krijgen om gezamenlijk tot een oplossing te komen, maar tegelijkertijd schoof ook zij het af. De politiek gaat niet over de inhoud van examens, heet het dan. Dat is natuurlijk maar ten dele waar.'

En andere talen?

Tegelijk vindt de taalkundige dat het Nederlands niet ten koste mag gaan van andere talen. Nederland is geen geïsoleerd land. Kennis van andere talen is essentieel voor de economie en de cultuur. Ook worden in dit land volgens de jongste schatting meer dan tweehonderd verschillende talen door leerlingen gesproken. Op deze twee punten moet de overheid dus beleid ontwikkelen (waarvoor de Taalunie adviseert en kennis beschikbaar stelt, red.). Hoe bevorderen we kennis van buitenlandse talen? Hoe gaan we om met leerlingen die thuis een andere taal spreken?

Opnieuw is er in verkiezingsprogramma's maar weinig over te vinden – zij het meer dan bij eerdere Tweede Kamerverkiezingen. Van Oostendorp: 'Verschillende partijen zeggen iets over de taal in het onderwijs. Partijen als SGP en 50PLUS vinden dat dit exclusief in het Nederlands moet worden gegeven, terwijl VVD en D66 – vrijwel zekere regeringspartijen – vinden dat het onderwijs tweetalig moet worden. Beide willen dat examens ook in het Engels kunnen worden afgenomen. Beide vinden dat ook echt belangrijk.'

'En, belangrijker, colleges in het Engels gaan ten koste van Frans en Duits.'

Niet alleen Engels

Hij begrijpt dat wel. Het is gek om Engelstalig onderwijs aan te bieden en dan niet in het Engels te examineren. Engelse colleges in het hoger onderwijs heeft ook voordelen. 'Er is alleen geen wetenschappelijk bewijs dat je door tweetalig onderwijs beter Engels leert. En, belangrijker, colleges in het Engels gaan ten koste van Frans en Duits. Juist nu de Angelsaksische wereld zich naar binnen richt – vandaag verstuurt Engeland ook de Brexit-brief – keren wij ons met de rug naar Europa. Dat lijkt me buitengewoon onverstandig.'

Over de omgang met thuistalen zwijgen de politieke partijen helemaal. Op DENK na, die pleit voor meer talen in het taalonderwijs – tot Mandarijn, Portugees en Turks toe. Van Oostendorp: 'Wel is er net een overheidspublicatie uit waarin voor het eerst docenten wordt geadviseerd aandacht te besteden aan de thuistaal. Dat dat de taalvaardigheid van de thuistaal én het Nederlands bevordert. Het is te hopen dat die trend zich doorzet. Dan zouden we die enorme rijkdom eindelijk kunnen benutten in onze communicatie met de rest van de wereld.'

Marc van Oostendorp

Taalwetenschapper Marc van Oostendorp (1967) is senior onderzoeker bij het Meertens Instituut in Amsterdam. Hij publiceert veel over taalkwesties, onder meer in de Onze Taal-nieuwsbrieven Taalpost en TLPST, in het elektronisch tijdschrift Neerlandistiek en in diverse andere publicaties. Ook maakt hij deel uit van het Taalteam van NPO1. Kijk voor meer informatie op zijn website.