Editie september 2017

 

Taalunie Talendebatten dit jaar gewijd aan meertaligheid op de werkvloer.
Rubriek: 

Meertaligheid op het werk

Taalunie Talendebatten dit jaar gewijd aan meertaligheid op de werkvloer.

Op 26 september in Brussel en op 29 september in Utrecht organiseert de Taalunie een debat over meertaligheid op het werk. Meertaligheid is een realiteit. Ook in het Nederlandse en Vlaamse bedrijfsleven. Het onderzoek de Staat van het Nederlands bracht in kaart hoe het daarin met meertaligheid is gesteld. De resultaten op een rij.

1. In welke taal praten we met collega’s?

  • Bijna 80% van de werknemers praat en mailt met collega’s uitsluitend in het Nederlands.
  • In Nederland doet 14,4% van de werkenden dat daarnaast ook in het Engels, in Vlaanderen 9,2%. In Vlaanderen gebruikt 6,4% van de mensen daarbij ook Frans.

2. Wat beïnvloedt de taalkeuze in bedrijven?

  • De vorm, mondeling of schriftelijk, heeft geen invloed op de taalkeuze.
  • Met wie je praat of schrijft, maakt wel verschil. Met ‘gelijke’ collega’s praten en e-mailen ongeveer 70% van de werknemers altijd in het Nederlands, met hun leidinggevenden doet meer dan 85% dat alleen in het Nederlands. Er zijn natuurlijk meer ‘gelijke’ collega’s dan leidinggevenden, dus de kans op anderstalige communicatie neemt in die gevallen ook toe.

3. Hoe presenteren onze bedrijven zich aan de buitenwereld?

  • In Nederland communiceren bedrijven in 67,6% van de gevallen uitsluitend in het Nederlands met de buitenwereld, in Vlaanderen is dat 60,6%.
  • In Nederland gebruiken bedrijven in 21,3% van de gevallen daarnaast ook Engels, in Vlaanderen is dat 13,4%. In Vlaanderen wordt in 11,2% van de gevallen ook Frans gebruikt.
  • In 11,1% van de gevallen in Nederland en 14,9% van de gevallen in Vlaanderen wordt uitsluitend in een andere taal dan het Nederlands met de buitenwereld gecommuniceerd, ook hier met name Engels en Frans.
  • Jaarverslagen zijn vaker uitsluitend in het Nederlands (74,1% in Nederland en 67,7% in Vlaanderen), websites juist minder (60,8% in Nederland en 54,7% in Vlaanderen).

4. Welke taal spreken werknemers tegen klanten?

  • In Nederland spreekt 61,3% van de werknemers uitsluitend in het Nederlands met klanten en 65,5% e-mailt alleen in het Nederlands met hen.
  • In Vlaanderen spreekt 53,5% van de werknemers alleen Nederlands met klanten en e-mailt 60,3% alleen in het Nederlands met hen.
  • In Nederland praat 24,8% van de werknemers ook in het Engels met klanten en e-mailt 23,8% van hen ook in het Engels met klanten.
  • In Vlaanderen spreekt 13,6% van de werknemers ook in het Engels met klanten en 12,6% ook in het Frans. 13,6% van hen e-mailt ook in het Engels met klanten en 9,8% ook in het Frans.
  • Amper 1% van de ondervraagden geeft aan uitsluitend in een andere taal met klanten te communiceren dan het Nederlands.

5. Welke taal gebruiken bedrijven in hun vacatures?

  • In Nederland gebruikt 74,1% van de bedrijven alleen Nederlands in vacatureteksten, in Vlaanderen is dat 65,2%.
  • 18,5% van de vacatures in Nederland wordt ook in het Engels gesteld, in Vlaanderen is dat 13,3%. Daarnaast worden 11,7% van de vacatures in Vlaanderen ook in het Frans gesteld.

6. Hoe zit het met het Engels in vacatureteksten?

  • Ongeveer 3% van alle vacatureteksten wordt in het Engels gesteld.
  • In Nederland zijn de sectoren callcenter (13,5%), ICT (11,8%) en onderzoek/wetenschap (9%) de koplopers wat betreft het aantal volledig Engelstalige vacatures.
  • In Vlaanderen zijn dat de chemisch-farmaceutische sector (21%), de HR-sector (20%) en de sector veel verkochte consumentengoederen (18%).

7. Welke talen vinden we dat sollicitanten moeten spreken?

  • In vacatures in Vlaanderen wordt in 94% van de vacatures aangegeven dat een uitstekende beheersing van het Nederlands noodzakelijk is. In Nederland is dat 84%.
  • In Nederland wordt in 40% van de vacatures ook kennis van het Engels gevraagd. In Vlaanderen wordt bij 82,3% kennis van het Frans gevraagd en in 75,3% van de vacatures kennis van het Engels. Vlaamse werkgevers verwachten van sollicitanten kennelijk meer talenkennis dan hun Nederlandse collega’s.

8. Hoe belangrijk vinden we het dat nieuwe collega’s Nederlands beheersen?

  • In Vlaanderen vindt 47,9% van de ondervraagden dat nieuwe collega’s Nederlands moeten beheersen voordat ze een baan kunnen krijgen. In Nederland vindt 36,9% dat.
  • Niet-moedertaalsprekers oordelen iets milder over de noodzaak om Nederlands te beheersen dan moedertaalsprekers. In Nederland is 42,7% van de niet-moedertaalsprekers het niet met de stelling eens (tegenover 31,5% van de moedertaalsprekers), in Vlaanderen 39% van de niet-moedertaalsprekers (tegenover 26,9% van de moedertaalsprekers).

9. Wat vindt de Taalunie?

  • Beheersing van het Nederlands op de arbeidsmarkt is een harde vereiste. Kennis van andere talen is vooral een meerwaarde. Om jongeren goed voor te bereiden op de arbeidsmarkt, moeten ze daarom in de eerste plaats over een goede beheersing van het Nederlands blijven beschikken. Het Nederlands is dus nog steeds een absolute ‘must-have’ en het Engels of het Frans zijn daarbij belangrijke ‘nice-to-haves’.
  • Dit geldt ook voor het universitair onderwijs, dat niet alleen opleidt voor onderzoek, maar ook voor de arbeidsmarkt. Die is overwegend Nederlandstalig en daar sluit de grote verengelsing van met name de masteropleidingen in Nederland niet op aan. 

Hoe kun je meertaligheid op de werkvloer meer benutten? Dat is het thema van de Taalunie Talendebatten 2017, op dinsdag 26 september in Brussel, op de Europese Dag van de Talen, en op vrijdag 29 september in Utrecht, op het DRONGO talenfestival. De Taalunie acht het van groot belang goed na te denken over hoe het Nederlands en andere talen zich in diverse maatschappelijke situaties tot elkaar verhouden. De Taalunie wil dat niet alleen doen en nodigt diverse mensen, partners en partijen uit om tijdens de Taalunie Talendebatten hun mening te komen geven en hun argumenten te laten horen. Discussieer mee! Meer informatie.

Dit artikel verscheen grotendeels eerder in Taalunie:Bericht van november 2016. Kijk voor meer informatie over het onderzoek naar de Staat van het Nederlands op de website.