Editie november 2017

 

Meertaligheid geen bedreiging voor het Nederlands.
Rubriek: 

Meertaligheid op het werk: 10 opmerkelijke inzichten

Meertaligheid geen bedreiging voor het Nederlands.

Een realiteit die niet zal verdwijnen, een verrijking voor mens en maatschappij en niet noodzakelijkerwijs een bedreiging voor het Nederlands. Zo beschouwt de Taalunie, toch de hoeder van onze taal, meertaligheid. Maar: zij ijvert er wel voor dat dat Nederlands in alle situaties blijvend kan worden gebruikt en dat er een goed evenwicht wordt gevonden tussen het gebruik van het Nederlands en dat van andere talen. Daartoe ontwikkelt de Taalunie een meertaligheidsbeleid.

De jaarlijkse Taalunie Talendebatten zijn daarvoor belangrijke input. Ook dit jaar vonden deze weer plaats in Brussel, op de Europese Dag van de Talen, en in Utrecht op het DRONGO-talenfestival. De aandacht richtte zich met name op de vraag hoe meertaligheid meer kan worden benut voor het eigen werk en de internationale markt. Tien opmerkelijke inzichten.

1. Bedien klanten in hun eigen taal

Bedien klanten zo veel mogelijk in hun eigen taal of zelfs in hun eigen taalvariëteit. Dat is de filosofie van Ahmed Hilami en zijn online drukkerij Flyer.be. Nederlandse klanten worden bijvoorbeeld met een Nederlandse tongval te woord gestaan en Vlaamse met een Vlaamse.

2. Ruimte voor meerdere talen

De deelnemers aan de debatten vinden het van groot belang dat er ruimte is voor meerdere talen, vooral voor het leggen van internationale contacten. ‘Meer talen op de werkvloer kunnen meer internationale markten aanboren’ en ‘talenkennis is cruciaal voor de toekomst van het bedrijfsleven’ zijn op dat vlak significante uitspraken. ‘Contacten leg je in het Engels, contracten sluit je in de lokale taal’, zegt het misschien wel helemaal. 

3. Aandacht voor andere talen en culturen verhoogt de productiviteit

Laat moedertalen en culturen van anderstaligen meer aan bod komen op de werkvloer. Taal en cultuur zijn wezenlijke aspecten van de identiteit van de medewerker. Door zijn of haar moedertaal en cultuur expliciet te waarderen, waardeer je hem of haar ook in zijn of haar identiteit. Zo verhoog je het welbevinden van de medewerker en dat komt ook zijn of haar productiviteit ten goede.

4. Meertaligheid beter benutten

Naast Nederlands, Engels en Frans beheersen werkenden in Nederland en Vlaanderen nog tal van andere talen. Dat blijkt uit een enquête die voorafgaand aan de Talendebatten is gehouden. Bijna 95% van de 225 respondenten geeft aan dat dat het geval is. Zij vinden ook dat die meertaligheid meer kan worden benut voor de organisatie van het eigen werk (65%) en voor het leggen van internationale contacten (82%).

5. Nederlands internationaler dan je denkt

Je kunt heel goed zakendoen met behoud van de Nederlandse taal, want met het Nederlands kun je al terecht in Nederland, Vlaanderen en Suriname en op Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Wanneer je naar andere landen wilt, kun je via je meertalige relaties, die naast het Nederlands vaak nog andere talen spreken, ook samenwerking zoeken met lokale handelaars en tussenpersonen die de lokale taal ten volle beheersen. 

6. Nederlands voertaal

Het publiek benadrukt het belang van het Nederlands als voertaal op de werkvloer. Die werkvloer is ook een uitgelezen plek om Nederlands te leren, zij het dan met de nodige omkadering. Werknemers, werkgevers en de overheid kunnen elkaar hierbij versterken.

7. De ene taal is de andere niet

Het belang van het gebruik van meerdere talen op de werkvloer wordt wel erkend, maar dit leidt nog niet automatisch tot het benutten van de mogelijke meerwaarde van alle talen. Dit heeft onder andere te maken met de status van talen. Zo kijkt men anders aan tegen Pools of Arabisch dan tegen Frans of Engels.

8. Veiligheid: spreek dezelfde taal

Onderzoek in de chemische industrie wijst uit dat meertaligheid een van de factoren is die een rol speelt bij veiligheidsproblemen. Bij een toenemend aantal talen op de werkvloer verslechtert de directe onderlinge communicatie tussen verschillende groepen. In een divers gezelschap blijft het daarom van groot belang om een gemeenschappelijke voertaal in te stellen.

9. Nederlanders ‘terughoudender’

De deelnemers aan het debat in Utrecht zijn gereserveerder over het gebruik van meerdere vreemde talen op de werkvloer dan die in Brussel. Waar de Belgen meer open lijken te staan voor het gebruik van meerdere talen naast het Nederlands, benadrukken de Nederlanders vooral de risico’s op communicatieproblemen en de mogelijke misverstanden die dat met zich mee kan brengen.

10. Werkvloer niet als enige taalleerschool

Nederlands leren op de werkvloer, helpt anderstaligen zeker om de taal sneller onder de knie te krijgen. Zij leren bijvoorbeeld dan meteen ook de vaktaal en de taal zoals die ter plaatse gesproken wordt. Maar de werkvloer is niet de enig zaligmakende taalleerschool. Bij laaggeschoolde arbeid bevinden werknemers zich in een vrij taalarme context en zijn er eigenlijk maar weinig grondige oefenkansen in de taal. Een goede begeleiding buiten de werktijd blijft daarom noodzakelijk en ook tijdens de werktijd zou extra ruimte kunnen worden geboden om met de taal aan de slag te gaan.

Het Vlaams Netwerk van Ondernemingen publiceerde op zijn website een verslag van het Taalunie Talendebat in Brussel.

Meer informatie over meertaligheid op de website van de Taalunie.

Het onderzoek de Staat van het Nederlands heeft in kaart gebracht hoe het is gesteld met meertaligheid in het Nederlandse en Vlaamse bedrijfsleven. Voor een overzicht, zie het eerdere artikel in Taalunie:Bericht.