Editie oktober 2016

 

Odisee en Hogeschool Amsterdam: taalbeleid op maat
Rubriek: 
Auteur: 
Maarten Dessing

Taalvaardigheid vergroot slagingskansen

Odisee en Hogeschool Amsterdam: taalbeleid op maat

 

Natuurlijk moeten instellingen van hoger onderwijs een taalbeleid hebben. Odisee in Vlaanderen en de Hogeschool van Amsterdam kunnen steeds meer resultaten voorleggen waaruit blijkt hoe zinvol dat is.

Zelf actie ondernemen? Of afwachten tot het voortgezet onderwijs leerlingen aan de poort aflevert die nooit meer dt-fouten maken, elementaire uitdrukkingen kennen en een tekst behoorlijk structureren? Steeds meer hogeronderwijsinstellingen beseffen dat het eerste geboden is. En anders zijn er wel deskundigen en beleidsmakers die erop aandringen. Zoals de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren die vorig jaar in een rapport wees op het belang van structureel taalvaardigheidsbeleid in het hoger onderwijs.

Uit onderzoek blijkt dat er direct verband bestaat tussen taalbeleid en studiesucces.

An De Moor hoeft niet te worden overtuigd. Zij is talenbeleidcoördinator van de hogeschool Odisee, waar 11.000 studenten op zes campussen in heel Vlaanderen worden opgeleid. Zij zegt: 'Het is ons doel om meer studenten meer kans te geven om te slagen. Uit onderzoek blijkt dat er direct verband bestaat tussen taalbeleid en studiesucces. Dus als wij investeren in taalondersteuning – en niet in 'taalremediëring', want dat klinkt zo negatief – ronden meer studenten hun opleiding met goed gevolg af.'

Taal mag geen hindernis worden

Hetzelfde geldt voor Matthijs Eijgelshoven, de projectmanager taalbeleid aan Hogeschool van Amsterdam (HvA), die 46.000 studenten heeft. 'Taal is hét instrument van het onderwijs. Van het lezen van studieboeken tot het houden van presentaties, je hebt altijd taal nodig. In de loop der tijd is het onderwijs zelfs steeds taliger geworden, terwijl een groeiende groep – mede door de veranderde achtergrond van instromende studenten – er moeite mee heeft. Dan moet je zorgen dat taal geen hindernis wordt.'

Odisee en de Hogeschool van Amsterdam behoren tot de voorlopers onder de hogeronderwijsinstellingen. Beide hebben al enkele jaren een breed taalbeleid – of beter gezegd: talenbeleid. De HvA biedt een heel pakket aan spreekuren voor studenten en trainingen en coachingstrajecten voor docenten voor de Nederlandstalige én Engelstalige opleidingen aan. Odisee rolt nu beleid uit om studenten en docenten meertalig te maken. Een beleidsnota is goedgekeurd door de raad van bestuur en wordt nu verder uitgezet.

Steun Bussemaker

Het begon in beide gevallen klein. Op de HvA bijvoorbeeld met afzonderlijke opleidingen die het taalniveau van studenten wilden verbeteren tot de faculteit Techniek die, in 2012, op de hele faculteit een geïntegreerd taalbeleid wilde invoeren. Eijgelshoven: 'Op dat moment was Jet Bussemaker, de huidige onderwijsminister in Nederland, onze rector. Zij vond het heel goed waar de Dienst Studentenzaken, die dat had opgezet, mee bezig was en vroeg dat in de hele hogeschool te helpen invoeren. Zij maakte er ook de middelen voor vrij.'

Minstens zo belangrijk is dat mensen op de vloer erin geloven.

Dat draagvlak op het hoogste niveau noemen De Moor en Eijgelshoven cruciaal. 'Als je de beleidsmakers niet mee hebt, is ieder beleid gedoemd te mislukken', zegt De Moor. 'Dan blijft taalbeleid beperkt tot kleine initiatieven hier en daar. Wij waren ongelofelijk gelukkig dat de bestuurders mee waren. Maar: minstens zo belangrijk is dat mensen op de vloer erin geloven. Je moet docenten meekrijgen door te laten zien dat taalbeleid werkt. Je moet opleidingen meekrijgen zodat docenten tijd krijgen om zich te bekwamen.'

Geïntegreerd is noodzaak

Zowel in Vlaanderen als in Amsterdam ontstond een breed taalbeleid dat zich richt op studenten, docenten én opleidingen. 'Belangrijk is ook dat taalbeleid is geïntegreerd in het curriculum', zegt De Moor. 'Taallessen extracurriculair aanbieden heeft weinig zin omdat studenten de transfer niet maken. Dan leren ze wel de spellingsregels, maar hanteren ze dat niet als ze een paper voor geschiedenis schrijven. Taalbeleid heeft de meeste zin als ook bijvoorbeeld een docent wiskunde aandacht aan taal besteedt.'

Odisee biedt op het niveau van opleidingen ondersteuning bij het uittekenen van leerlijnen. Docenten worden geprofessionaliseerd via workshops, met als doel hun taalgebruik in hun onderwijs beter af te stemmen op hun studenten, en er zijn kijkwijzers om bijvoorbeeld papers en reflectieverslagen te kunnen beoordelen op taalgebruik. Studenten krijgen digitale ondersteuning met filmpjes, oefeningen, theorie en kijkwijzers. Ook kunnen zij terecht bij taalcoaches in taalateliers – ten minste één per opleiding.

Tijd om te redigeren?

De HvA hanteert een andere indeling, maar biedt in de praktijk een nagenoeg gelijk pakket. Eijgelshoven en zijn collega's van het taalteam hebben beleid uitgezet op drie niveaus: curriculum, toetsing en didactiek. 'Voor het curriculum kijken we naar de hoeveelheid schrijfopdrachten in relatie tot de taken die een student moet leren. Dat aantal kan oplopen tot meer dan honderd gedurende de hele opleiding, inclusief stageverslag en dergelijke. Is zoveel handig? Hebben studenten dan tijd om ieder product te redigeren? Samen met de opleiding passen we dat aan.'

Het bewustzijn is enorm toegenomen dat het belangrijk is dat studenten de opdrachten begrijpen en het specifieke jargon kennen.

‘Op het niveau didactiek’, vervolgt Eijgelshoven, ‘heeft de hogeschool trainingen taal- en denkdidactiek opgezet. Docenten overschatten de woordenschat van studenten schromelijk. We hebben daarom een filmpje gemaakt waarin we tien procent van de woorden hebben vervangen door niet-bestaande of op bestaande lijkende woorden. Dat werkt als een eyeopener voor docenten. Vervolgens kijken we op individueel niveau hoe dat uitpakt voor de opdrachten van de betreffende docent.'

Wel/geen taaltest

Een zichtbaar verschil tussen beide instellingen is het afnemen van een taaltest. Odisee stelt die verplicht voor alle studenten. Bij de HvA screenen de meeste opleidingen alleen het taalniveau bij de eerste schrijfopdrachten. Toch suggereert dit een groter verschil dan er in feite is in de manier waarop studenten worden benaderd. Beide instellingen dwingen studenten niet aan hun taalbeheersing te werken. Dat heeft geen effect. Odisee én HvA proberen hen vooral zover te krijgen door hen een worst voor te houden. De taaltest van Odisee heeft ook alleen een signaalfunctie.

De Moor: 'Een student die bij de taaltest onder de 70% scoort, wordt via e-mail gewezen op alle mogelijkheden om de taalvaardigheid te verbeteren. Dat vullen we aan met een motivatietraject. Pasafgestudeerden komen vertellen hoeveel baat zij hebben gehad bij alle extra oefeningen. Studenten die voor hun paper een onvoldoende hebben gehaald, krijgen ook de kans om hun paper te verbeteren aan de hand van de digitale schrijfhulp. Als ze dat goed doen, kunnen ze twee punten extra krijgen. Op twintig punten.'

Zo zullen Odisee en de HvA steeds duidelijker kunnen maken: taalbeleid heeft zin.

Hetzelfde geldt voor docenten – 1100 bij Odisee, 3000 bij de HvA. Hen verplichten aandacht te besteden aan taal werkt niet. 'Voor je het weet, wordt het volgen van een training ook weer iets wat docenten afvinken', zegt Eijgelshoven. 'Terwijl het niet alleen gaat om de training, maar ook om het onderwerp te laten gaan leven in de lessen. En gelukkig is dat het geval. Het bewustzijn dat het belangrijk is dat studenten de opdrachten begrijpen en het specifieke jargon kennen, is enorm toegenomen.'

Vijfjarig onderzoek

De grote vraag is natuurlijk: wat is het effect van het taalbeleid? Dat laat zich niet eenvoudig in cijfers vangen. Temeer omdat de taalvaardigheid uit het begin van de studie niet kan wordt afgezet tegen die aan het einde. Immers: een verpleegkundige wordt niet afgerekend op taalvaardigheid. De Moor: 'Wel loopt een vijfjarig onderzoek waarin we de resultaten uit de taaltest vergelijken met examenresultaten, gekoppeld aan indicatoren als opleiding van moeder, taalsituatie thuis, functiebeperkingen.'

Voor een deel is het afgaan op je onderbuikgevoel, zegt ook Eijgelshoven. 'We krijgen veel reacties van docenten die zeggen dat het werkt. Daarnaast proberen we de taalsituatie en de ontwikkeling in kaart te brengen door studenten en docenten breed te enquêteren. Ook kunnen we heel specifieke interventies onderzoeken. Bijvoorbeeld een toets voor een technisch vak. Wij hebben naar de vraagstelling gekeken en die aangepast. Aan de resultaten van de toets kunnen we zien welk effect dat heeft.'

Zo zullen Odisee en de HvA steeds duidelijker kunnen maken: taalbeleid heeft zin. En zo ook andere hogeronderwijsinstellingen aansporen om de taalvaardigheid van studenten zelf te verbeteren.

Talenbeleid in het hoger onderwijs krijgt steeds meer vorm. De Taalunie vraagt daar op verschillende manieren aandacht voor, bijvoorbeeld met het adviesrapport over Nederlands als taal van wetenschap en hoger onderwijs. Odisee en de Hogeschool van Amsterdam hebben hun talenbeleid eerder ook toegelicht op een netwerkbijeenkomst van bestuurders en taalbeleidcoördinatoren van hogescholen in Nederland en Vlaanderen.