Editie maart 2015

Anne Provoost
Anne Provoost
Rubriek: 
Auteur: 
Inge Schelstraete
Foto: 
Patricia De Laet

Anne Provoost: 'Het Nederlands voldoet niet'

Op Lucas uit Vallen na, zijn Anne Provoosts hoofdpersonages altijd vrouwen. Maar ze vindt het onzin om in tegenstellingen te denken: 'Ik vind niet echt dat vrouwen en mannen bestaan'. Kun je dan met twee luttele voornaamwoorden als 'hij' en 'zij' het hele mensenpalet recht aandoen?

Je creëert opvallende, eigengereide vrouwen in je boeken. Zetten vrouwelijke personages je fantasie meer aan het werk?

Volgens mij zijn 'man' en 'vrouw' de twee extremen van een rechte lijn en zitten de meeste mensen daar ergens tussen. Hoe dichter ze bij het midden zitten, hoe interessanter ik ze vind. Het vrouw-zijn en het niet-masculiene boeien me wel heel erg. De personages in mijn boeken zijn bewust vrouwen. Daarna vraag ik me af of het mensen zijn met vrouwelijke trekken. Ik zal eerder op zoek gaan naar de problematiek van het vrouw-zijn en van in die rol gedrukt te worden, dan je zo te voelen.

'Vrouwen discrimineren niet als ze zich aan iemand spiegelen.' 

Hebben we meer vrouwen nodig om ons aan te spiegelen?

Ja, het gaat om rolmodellen. Vrouwen bewonderen mannen én vrouwen: ze discrimineren niet als ze zich aan iemand spiegelen. Maar als een man bewondert, dan noemt hij vooral heel veel mannen - én zijn moeder. En haar bewondert hij niet om de boeken die ze heeft geschreven, maar omdat ze goed voor hem heeft gezorgd (lacht).

Ik zou fifty-fifty over mannen en vrouwen kunnen schrijven, maar dan voeg ik alleen toe aan die grote hoop personages die al kijken met een mannelijke blik. Ik vind het bijna mijn verantwoordelijkheid om die blik te verplaatsen, omdat er al zoveel boeken zijn waarin naar vrouwen wordt gekeken uit mannelijke ogen.

Zijn er ook mannen die schrijven over gender, rollen en verwachtingen?

J.M. Coetzee is volgens mij veel bezig met de rol die je speelt en hoe je jezelf ziet. Het zal wel geen toeval zijn dat al mijn lievelingsauteurs met die problematiek bezig zijn. Daar zijn wel meer schrijfsters bij: het blijft toch een preoccupatie van vrouwen. Alice Munroe schrijft bijna uitsluitend daarover: hoe ga ik mezelf realiseren? Hoe doe ik dat zonder alweer mijn uiterlijk uit te spelen? Hoe bereik ik mijn ambitie zonder over lijken te gaan, wat ik niet kan verzoenen met mijn vrouwelijkheid?

Dat is ook een vraagstuk voor mannen, maar het is niet typisch mannelijk. Mannelijk is kunnen zeggen: 'Ik zit nú in een vergadering, ik laat me niet afleiden'. Die rechtlijnigheid is soms zo'n goede kwaliteit! Vrouwen roepen dan altijd hun kinderen in, we willen dat vermogen niet opbouwen, we vinden dat het niet bij ons past.

Over vrouwen en de literaire prijzen die ze (niet) winnen, heb je het liever niet?

Ik was ooit writer in residence in Saint-Nazaire en voerde met de schrijver die me daar opving het oude debat: worden vrouwen in de letteren gediscrimineerd? Hij zei: 'Vrouwen zouden daar niet over moeten praten; het is onelegant'. Het klopt: zodra een vrouw daarover praat, creëert ze een vijandigheid bij mannen waar ik altijd van schrik. Ik heb het dus nooit over discriminatie, wel over vrouwelijke elementen in boeken. Want anders verlies ik mijn elegantie. En elegantie is een vrouwelijke kwaliteit die ik deskundig wil kunnen uitspelen als de gelegenheid zich voordoet.

Mensen veranderen van gender, of weigeren te kiezen, maar onze taal is daar niet klaar voor.

Je bent jaloers op een Engels woord als 'sibling', dat broer of zus kan betekenen, of allebei.

In het Nederlands is dat zo ingewikkeld... Het Nederlands voldoet niet! De problematiek van de genderkwestie zit al in de taal, het enige instrument dat ik als schrijver heb. Als er een initiatief was om dat onderscheid uit de taal te halen, dan zou ik het direct steunen. In Scandinavië wordt zelfs al gediscussieerd over genderneutrale voornaamwoorden – geen 'hem' of 'haar' meer. Mensen veranderen van gender, of weigeren te kiezen, maar onze taal is daar niet klaar voor. Als taalmakers zou het onze roeping moeten zijn om mensen die die keuzes maken niet nodeloos in verlegenheid te brengen. Maar wij zitten nog in de discussie 'noem ik me directeur of directrice?'.

In Jeanette Wintersons 'De passie' weet je niet of het hoofdpersonage een man of een vrouw is.

Ja, en ik betrapte me erop dat ik het heel graag wilde weten... (lacht) Ik weet niet of ik zelf een goed kortverhaal zou willen verengen tot een statement. Schrijvers zitten toch altijd tussen de twee uitersten: onze artisticiteit en onze boodschap. En we willen er niet van verdacht worden dat we daar mee bezig zijn: ook dat is onelegant.

Over Anne Provoost

Anne Provoost (°1964) schrijft romans, essays en korte verhalen. Ze debuteerde in 1990 met de jeugdroman Mijn tante is een grindewal, die de Boekenleeuw won. Haar roman Vallen werd meermaals bekroond, o.a. met de Woutertje Pieterse Prijs, de Gouden Uil en de Boekenleeuw, en werd verfilmd door Hans Herbots. Voor haar roman In de zon kijken kreeg Provoost de driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap. De laatste jaren legt Provoost zich toe op het schrijven van essays. In 2008 publiceerde ze Beminde ongelovigen. Atheïstisch sermoen, en meer recent verscheen Eerlijk waar? Over het desavoueren van het fictieve verhaal, dat ook in boekvorm verscheen.