Editie december 2014

Rubriek: 
Auteur: 
Ludo Permentier

Bij Sinterklaas op de koffie

Over de kleur van zijn medewerkers mochten we geen vragen stellen en ook niet over hun arbeidscontract. Maar op alle andere vragen antwoordde hij vrijmoedig. Sinterklaas: ‘Ik ben een kindervriend in de ouderwetse betekenis des woords.‘

Hij is incognito naar het café in het Centraal Station gekomen. Dat wil zeggen: geen karmijnrode tabbaard, maar een modern grijs pak met een streepje, kleurige das met cadeautjesmotief, koket hoedje en paraplu. Hij valt wel op door die lange zilveren baard en als we goed kijken door zijn witte sokken en schoenen met grote gouden gespen. Tijdens het gesprek trekt hij zijn zijden handschoenen niet uit, wellicht omdat hij dan eerst zijn fonkelende ring met robijn zou moeten afleggen. Terwijl we wachten op de cappuccino, moedigt hij ons aan: ‘Vraag maar raak!’

Hoe mogen wij U aanspreken, euh, eerwaarde?

Zeg maar gewoon Sinterklaas. Mijn geboortenaam is Nicolaas. In Vlaanderen wordt alleen Sinterklaas gezegd, in Nederland zeggen oudere mensen ook nog Sint-Nicolaas, en dat vindt Sinterklaas wel fijn. Als ze maar dat streepje erbij gebruiken. Ja, Sinterklaas en taal, dat zijn twee handen op één buik. Sinterklaas weet dat hij ook in het Groene Boekje staat met kleine letter, maar daar staat bij: ‘persoon die voor Sint-Nicolaas speelt’. Dat ben ik dus niet en van die oplichters moet ik me echt distantiëren. Ik ben de enige echte en ik sta op mijn hoofdletter.

Ik ben de enige echte en ik sta op mijn hoofdletter

En Zwarte Piet, is dat dan ook met een hoofdletter?

Ja, natuurlijk, Zwarte Piet is mijn officiële medewerker. Dat zegt, voor alle duidelijkheid, niets over zijn uiterlijk of over onze werkverhouding. Er zijn ook mensen die Witte of De Bruin heten. Niks achter zoeken. Piet – ik noem hem Piet omdat… nou laat maar – heeft ooit voor een modellenbureau gewerkt en is zo op een speelkaart terechtgekomen. Ja, echt waar! Hij is daar later vervangen door iemand uit de agrarische sector. Maar veel mensen noemen een kaartspel waarin die ene kaart cruciaal is, nog altijd zwartepieten. Zeg, wist je dat jenever met stroop in het begin van de 19de eeuw onder Leidse studenten ook zwarte piet werd genoemd? Maar Piet houdt staande dat hij nog nooit een alcoholprobleem heeft gehad hoor. Hij heeft trouwens niet in Leiden gestudeerd. Hij is van Salamanca.

U hebt het over tweehonderd jaar geleden, Sinterklaas. Is Zwarte Piet dan zo oud?

Natuurlijk. En Sinterklaas is nog veel ouder. Al in de vroege middeleeuwen was ik hier bekend en mijn feestdag werd toen al gevierd. Toen ging het verhaal dat ik drie vermoorde kinderen uit de dood had helpen opstaan. Een ander legende vertelt dat ik arme meisjes geld heb gegeven om te kunnen trouwen. En nog een ander verhaal gaat over een kind dat ik heb behoed voor verbranding toen iemand het in een gloeiend heet bad wilde stoppen. Sinterklaas wil het daar niet over hebben. De mensen zeggen zoveel. Laten we het erop houden dat ik een kindervriend ben in de ouderwetse betekenis des woords.

‘Ik ben nog een sint van het gedrukte boek.’

Hoe ervaart U zelf uw jaarlijkse viering?

Dat is iets waar Sinterklaas elk jaar weer naar uitkijkt. Het kost hem soms wel moeite, dat kun je misschien aan hem zien als hij urenlang kinderhandjes heeft geschud. Maar de vreugde in die oogjes maken alles goed. Wel vraagt Sint zich soms af hoe lang hij dit nog financieel zal kunnen bolwerken. Je weet dat we allemaal moeten bezuinigen en de overheidsfinanciën in Spanje zijn ook niet zo voorspoedig. Maar voorlopig kan het nog net. Nu en dan laat Sinterklaas een wat kleinere Legodoos achter of vraagt hij Piet of die zelf wat stokpaardjes kan maken in plaats van er te kopen. Maar we proberen ieder kind te geven wat het vraagt.

Hebt U tijd om alle sinterklaasgedichtjes te lezen die worden geschreven?

Ja, daar probeer ik echt tijd voor te maken. En Sinterklaas moet zeggen: daar zitten er heel aardige bij. Maar veel mensen maken het zich toch iets te gemakkelijk. Moet op paard nu élke keer staart rijmen? En moeten echt zo veel gedichten beginnen met ‘Sinterklaas is in het land’? Een beetje originaliteit, alstublieft. En Sinterklaas hoopt dat de mensen zich vooral niet laten vangen door websites allerhande die voor u een sinterklaasgedicht op maat bij elkaar rapen.

Tot slot: als U zelf een cadeautje zou mogen vragen, Sinterklaas, wat mogen wij U dan geven?

Wel, Sinterklaas houdt van taal. Hij spreekt er zelf zo’n tachtigtal, maar het Nederlands ligt hem na aan het hart omdat de Lage Landen echte sinterklaaslanden zijn. Zo heb ik Het Groene Boekje altijd bij de hand. Ik weet wel dat al die woorden ook via internet op te zoeken zijn, maar ik heb geen pc of laptop in mijn handen als ik over de daken loop. Ik ben nog een sint van het gedrukte boek, weet u. Dus voor mij: boeken over taal. Daar doe je Sinterklaas altijd een plezier mee!