Editie september 2015

HuibHudig
HuibHudig
Rubriek: 
Auteur: 
Birte Schohaus

'Een speech moet je raken'

Huib Hudig werkte als speechschrijver voor onder andere politici Mark Rutte, Rita Verdonk en Piet Hein Donner. Tegenwoordig is hij presentatiecoach bij Speak to Inspire. Taal is voor hem hét instrument om een verhaal te vertellen. En dat is wat elke speech zou moeten zijn: een goed verhaal. 

Welke rol speelt taal in een speech?

Huib Hudig: Een goede spreker weet in zijn speeches dingen te zeggen waardoor het hele publiek zich aangesproken voelt en denkt, hey, dit gaat ook over mij. Je gebruikt taal om emoties op te roepen, dat is waar het om gaat. Het gaat niet alleen om de juiste woorden, ook om beelden. Het moet een verhaal zijn met een boodschap, die de luisteraar raakt.

Hoe doe je dat?

Je kunt stijlfiguren of metaforen gebruiken, maar in tegenstelling tot proza, waarin je allerlei hints geeft en de lezer wilt verleiden om ernaar op zoek te gaan, wil je in een speech je boodschap juist zo duidelijk en direct mogelijk vertellen. Hiervoor moet je je verplaatsen in je publiek. Het is ontzettend belangrijk dat je de taal van de mensen spreekt die je met je speech wilt bereiken. Je moet niet alleen goed weten wie die mensen zijn, je moet ook hun taal kennen. Alleen dan kun je hen raken. Een goede speechschrijver praat van tevoren met mensen die verstand hebben van het onderwerp of die erbij betrokken zijn.

Zijn andere speeches ook inspiratiebronnen?

Voor mij is de ‘fired up en ready to go’-speech van Obama een enorme inspiratiebron geweest. Daarin vertelde hij over een oud vrouwtje dat hem en het hele publiek wist op te zwepen met de woorden ‘fired up, ready to go’. Van daaruit bouwt hij zijn boodschap op: als iemand de sfeer in een kamer kan veranderen, dan kan die de sfeer in een straat veranderen, dan kan die de sfeer in een stad veranderen en dan kan die de sfeer in een land veranderen. Dus één stem, jouw stem, kan de wereld veranderen. Hij gebruikt dit voorbeeld om te laten zien wat één stem kan doen. Hij weet hier een bepaalde waarheid te benoemen, waardoor hij de hele zaal meekrijgt.

Zijn er ook Nederlandse voorbeelden?

Ik vind dat de speeches van de koning goede verhalen zijn, zoals bijvoorbeeld zijn inaugurele rede. Zijn speechschrijver, Jan Snoeks, refereerde daarin naar een aantal vertegenwoordigers uit de samenleving, zoals Anky van Grunsven en André Kuipers. Zij staan voor waar het Nederlandse volk toe in staat is. 

Moet je zelf ook iets hebben met het verhaal?

Ik kan alleen schrijven voor politieke partijen waar ik iets mee heb. En hetzelfde geldt voor de politicus voor wie je schrijft, je moet een klik hebben met diegene. Goeie ervaren speechschrijver zetten gewoon een voet tussen de deur bij de politicus en zeggen: “We gaan even een uur met elkaar praten. Ik wil weten waar je van houdt, wat je lekker vindt, wat je goeie boeken vindt, leuke muziek.” Je moet het echt vanuit die persoon kunnen schrijven. Ik begon dit werk in 2004 voor Donner en Verdonk en dan las ik altijd in hun stem hun speeches voor. Je moet immers wel even proeven of de tekst past bij de spreker. Dat is iets wat vaak misgaat bij speechschrijvers. Ik heb gewerkt voor Donner en Hirsch Ballin en dat zijn geletterde mannen, dus gaan speechschrijvers ook hele ingewikkelde speeches schrijven. Dan haal je het slechtste in diegene naar boven, want ze zijn al erg van het detail en als je dan ook nog een heel gedetailleerde speech gaat schrijven, dan wordt het al helemaal niet om aan te horen. Dus je moet dat soort sprekers soms een duwtje in de goeie richting geven door het juist wat vlakker, platter en simpeler te maken.

Zijn speeches of de taal in speeches veranderd?

Ja, enorm. Er is toenemende belangstelling vanuit de politiek, maar ook vanuit het bedrijfsleven om een goed verhaal te vertellen. Alleen met het oplepelen van cijfers of feiten kom je er tegenwoordig niet meer. Er wordt veel onderzoek gedaan naar wat je kunt bereiken met taal, hoe je mensen daarmee kunt bespelen, bijvoorbeeld in de sociale psychologie. In de VS zijn ze hier veel verder mee. Als je bijvoorbeeld van de oude speechschrijver van Obama, Jon Favreau, die onder andere zijn ‘Yes, we can’- speech heeft geschreven, hoort hoe ze het in Amerika aanpakken. Daar zijn ze echt heel grondig in de voorbereiding. Er wordt naar iedere zin, naar ieder woord gekeken, of het werkt en hoe het bij het publiek aankomt. Anders komt het er niet in. In Nederland gaan we er toch wat losser en makkelijker mee om.

Loopt Nederland daarin achter?

Ja, maar je ziet ook hier de politiek opschuiven. Dat Samsom het zo goed deed in de vorige verkiezingen kwam vooral door zijn speeches. Je kon goed merken dat die verhalen ingestudeerd en goed voorbereid waren. Hij maakte gebruik van beeldende voorbeelden en bepaalde stijlfiguren, zoals een drieslag. Een bekend voorbeeld hiervan is van Abraham Lincoln: “Government of the people, for the people, by the people.”  Je maakt een mooi geheel, waardoor het publiek het beter onthoudt. Wat je ook zag bij Samsom was het gebruik van contrasten. Hij zei dan: we willen niet dit, maar we willen dat. Je merkte dat ze op zinsniveau heel goed hadden nagedacht hoe een bepaalde boodschap op een pakkende manier moest worden overgebracht.

Is dat een goede ontwikkeling?

Ik denk wel dat we in een tijd zitten waarin je het risico loopt dat de machthebber die het meest geraffineerd gebruik maakt van zijn propaganda en dus van speeches, het het beste doet. Je ziet dat Poetin in Rusland of de Republikeinen in de VS deze technieken ook gebruiken om mensen te misleiden en angst in te boezemen. In die zin is het wel beangstigend. Aan de andere kant denk ik ook dat het belangrijk is dat politici een boodschap hebben die mensen aanspreekt. Zo kun je mensen juist weer voor politiek interesseren.