Editie november 2014

Frits Spits
Frits Spits
Rubriek: 
Auteur: 
Dorien Vrieling

Frits Spits: 'Ik wil alleen de liefde voor de taal overbrengen'

Presentator Frits Spits vierde vorig jaar zijn veertigjarig jubileum op de radio, maar neemt nog geen afscheid van het vak. In het programma De Taalstaat bij de Nederlandse Radio 1 deelt hij zijn liefde voor de taal. Hoewel hij zijn loopbaan ooit begon als leraar Nederlands wil hij de luisteraar niet voorschrijven hoe het moet. Laten zien wat er met taal allemaal mogelijk is, daar gaat het hem om.

Ziet u zichzelf als een taalminnaar?

Zeker. In de taal kun je je van alles permitteren. Je kunt ermee bouwen, maar ook afbreken. Het is een magisch middel om iets over te brengen aan een ander. Al is het verrekte moeilijk om dat goed te doen. Ik geniet er dan ook erg van om te horen en te lezen wat voor mooie dingen anderen met taal maken.

Door Wim Kan op het spoor van de radio

Heeft u die liefde voor taal altijd gehad?

Toen ik klein was luisterden mijn ouders op oudejaarsavond altijd naar de conference van Wim Kan op de radio. Dan moesten ze vreselijk lachen, en ik lachte mee, om grappen die ik niet begreep. Ik vond het leuk om hem te imiteren, vanwege zijn bijzondere manier van spreken en het plezier dat er in doorklonk. Het was, onder meer, Wim Kan die me op het spoor van radio maken heeft gezet, hoewel ik helemaal niet grappig ben, laat staan een cabaretier. Radio was magisch, dat vind ik nog steeds.

U volgde de opleiding voor docent Nederlands, maar na een paar jaar voor de klas kreeg u de kans een dagelijks radioprogramma te maken. Hoe bleef de taal een rol spelen in uw leven?

Toen ik het onderwijs verliet was ik bang dat ik de betovering van de taal niet vast zou kunnen houden. Daarom ben ik toen in de avonduren ook nog Nederlands gaan studeren aan de universiteit. Ik vond de studie geweldig. Vooral de literatuur, maar ook taalkunde en zelfs statistiek. In mijn programma’s is taal altijd een belangrijk onderwerp geweest. Ik nodigde bijvoorbeeld regelmatig schrijvers uit in de studio. Ook presenteerde ik al eerder een taalprogramma, over alle talen in de wereld.

Nu is er De Taalstaat, een programma dat helemaal over het Nederlands gaat. Is dat voor u de mooiste taal?

Het is mijn moerstaal. Veel beter dan in buitenlandse talen kan ik er mijn gevoelens in uitdrukken. Praten over het Nederlands vind ik leuker dan praten over andere talen, want daar heb ik veel minder verstand van.

Reve, Hermans of Mulisch op een kussen

Wat voor programma is De Taalstaat?

Taal is van iedereen, dus wilde ik een toegankelijk programma maken. Het kan gaan over Kuifje, maar ook over De Ontdekking van de Hemel. Elke week is er een hoofdgast. We hebben in de studio kussens liggen met de Grote Drie erop, Reve, Hermans en Mulisch, en een vaste vraag aan de hoofdgast is: welk kussen zou u willen hebben? Dat is een aardige manier om iemand iets over zichzelf te laten prijsgeven. Ik wil niet zeggen hoe het moet, of grapjes maken over taalfouten. Het is toch geweldig wat je allemaal met taal kunt? Dat wil ik laten zien. Het lijkt te lukken, want ik heb nog nooit zoveel positieve reacties op een programma gehad als nu.

Welk kussen zou u zelf kiezen?

Dat van Hermans. Zijn verhalen zijn vervreemdend. Er is altijd iets aan de hand met zijn hoofdpersonen, het gaat nooit normaal. Met de personages van Mulisch en Reve kan ik mij identificeren, Hermans geeft me juist een andere kijk op de werkelijkheid.

Ontroerd door de Groenman Taalprijs

Wat heeft u zelf willen bijdragen aan de taal, met uw poplimericks, en later met de rubriek Tweespraak?

O, die pretentie heb ik nooit gehad. Ik wil gewoon een leuk programma maken. Ik heb niet de illusie of de wens om iets bij te dragen aan de taal. Ik wil alleen de liefde voor de taal overbrengen. Ik was wel heel trots toen ik de Groenman Taalprijs kreeg. Dat je zo’n prijs krijgt wil zeggen dat mensen zien dat je je inzet voor de taal. Dat ontroerde mij.

Toen u de prijs kreeg, droeg u die op aan de Nederlandse popmusici, vanwege hun bijdrage aan de Nederlandse taal. Dat was in 1997. Hoe is het nu gesteld met de Nederlandstalige muziek?

Er worden nog steeds prachtige liedjes gemaakt. Typhoon is een interessante rapper, die muzikaal vernieuwt en poëtische teksten schrijft. Ook een aanrader is ‘Heel lang geleden’ van Yentl en De Boer, een kleinkunstliedje. En natuurlijk zijn ook de vaste waarden er nog: Frank Boeijen, De Dijk, Guus Meeuwis, Rob de Nijs, Boudewijn de Groot, Bløf…

Frits Spits (echte naam: Frits Ritmeester) werd in 1948 geboren. Hij begon als diskjockey in 1973. Spits’ bekendste programma was De Avondspits, waar hij zijn onuitroeibare bijnaam kreeg. Kenmerkend voor veel van zijn programma’s waren lezersrubrieken met een talige insteek, zoals de Poplimerick en Tweespraak.

In het programma De Taalstaat - iedere zaterdag om 11 u op NPO Radio 1 - behandelt Frits Spits allerlei facetten van de Nederlandse taal. Zo wordt de taal van een bekende Nederlander onder de loep genomen in de zogenaamde Taalnatuuranalyse (TNA), komen bijzondere boeken en toneelstukken aan de orde en worden taalvragen van luisteraars beantwoord door Onze Taal.