Editie maart 2017

 

Hugo Brems en Frits van Oostrom overhandigen in 2006 de eerste delen van de literatuurgeschiedenis aan Máxima en Mathilde.
Rubriek: 
Foto: 
ANP

Geschiedenis van de literatuur in negen feiten

Hugo Brems en Frits van Oostrom overhandigen in 2006 de eerste delen van de literatuurgeschiedenis aan Máxima en Mathilde.

De imposante reeks Geschiedenis van de Nederlandse literatuur is afgerond. Meer dan negen eeuwen Nederlandse en Vlaamse literatuur zijn opnieuw beschreven. Twintig jaar geleden werd het startschot voor de reeks gegeven, in 2006 verschenen de eerste delen en onlangs presenteerden de hoofdredacteuren hun nabeschouwing. Negen feiten over een majestueuze serie.

1. Acht delen, tien boeken

Officieel bestaat de literatuurgeschiedenis uit acht delen, verdeeld over tien boeken. Deel 1 telt twee boeken: het eerste beschrijft de periode tot 1300, het tweede de periode van 1300 tot 1400. Ook deel 4, de periode van 1700 tot 1800, omvat twee titels: de literatuur in de Republiek en die in de Zuidelijke Nederlanden worden apart beschreven.

2. 1997: start

Er wordt besloten om een nieuwe literatuurgeschiedenis te schrijven. De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, adviesorgaan van de Taalunie, constateert dat er een nieuwe literatuurgeschiedenis nodig is en maakt een projectvoorstel dat wordt besproken tijdens een conferentie op 17 januari 1997 in Den Haag. Na een positieve uitkomst van deze conferentie adviseert de Raad het Comité van Ministers van de Taalunie om inderdaad een nieuwe literatuurgeschiedenis te laten maken. Dat besluit hiertoe in het najaar van 1997. Het werk kan beginnen.

3. Nieuwe benadering

Kenmerkend voor deze literatuurgeschiedenis is de nieuwe benadering. Teksten worden niet alleen belicht vanuit het leven van de auteur en de maatschappij waarin ze zijn ontstaan, maar de schrijvers van de literatuurgeschiedenis buigen zich ook over ontvangst van de werken en de maatschappelijke impact. De literatuurgeschiedenis is daardoor ook een cultuurgeschiedenis geworden.

De beide hoofdredacteuren vatten samen: ‘De herinnering aan het literaire verleden is grondig herschikt en er worden steeds andere, nieuwe zoeklichten opgesteld. In vergetelheid geraakte auteurs komen in beeld en teksten waaraan eerder geen aandacht werd besteed, maar in hun eigen tijd wel degelijk een functie hadden voor specifieke publieksgroepen, bijvoorbeeld zeventiende- en achttiende-eeuwse pornografie en twintigste-eeuwse misdaadromans.’ Frits van Oostrom noemt de reeks een ‘echte’ geschiedenis: ‘Zij honoreert dat geschiedenis ook de betekenis heeft van vertelling, het verhalen vertellen, én dat geschiedenis context is, niet alleen achtergrond. De geschiedenis zit dicht op en om teksten heen.’

4. Elf schrijvers

De literatuurgeschiedenis is vervaardigd door in totaal elf schrijvers. Drie delen zijn geschreven door een schrijversduo. Van de auteurs zijn er acht man en drie vrouw en van hen komen er zeven uit Nederland en vier uit Vlaanderen. Daarnaast kent de reeks twee hoofdredacteuren: Arie Jan Gelderblom (Nederland) en Anne Marie Musschoot (Vlaanderen). Zij schreven samen het laatste deel, een nabeschouwing. 

5. 2006: eerste delen

De eerste delen worden gepresenteerd. Frits van Oostrom (Stemmen op schrift, de Middeleeuwen tot 1300) en Hugo Brems (Altijd weer vogels die nesten beginnen, de periode 1945 - 2005) overhandigen in de Grote Kerk in Breda hun geschiedenissen aan dan nog kroonprinsessen Mathilde en Máxima.

6. Veren als symbool

Op de omslagen van de boeken zijn foto’s opgenomen van veren. Deze foto’s, gemaakt door Harold Strak, symboliseren de vogels die nesten bouwen, een verwijzing naar wat lange tijd werd aangenomen dat de oudste Nederlandse zin was: Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu wat unbidan we nu (Zijn alle vogels nestjes beginnen te bouwen, behalve jij en ik. Waar wachten we op?)

7. 6824 pagina’s

Het totaal aantal bladzijden van de literatuurgeschiedenis. Het dikste boek is Bloed en Rozen waarin Jacqueline Bel de periode van 1900 tot 1945 beschrijft (1141 pagina’s). Het dunste boek is Ongeziene Blikken, de nabeschouwing van de beide hoofdredacteuren (96 pagina’s).

8. 2017: afronding

Het laatste deel van de reeks verschijnt. Ongeziene blikken. Hierin kijken de twee hoofdredacteuren, Arie Jan Gelderblom en Anne Marie Musschoot, terug op de totstandkoming van de reeks. Bij de presentatie in de Haagse Kloosterkerk klinkt er veel waardering voor hun inzet en inspanningen. Greetje van den Bergh, in 1997 algemeen secretaris van de Taalunie, geeft aan hoe bijzonder het is dat het project na twintig jaar kan worden afgerond,  ‘gezien alle veranderingen in de universitaire wereld, bij de letterenfaculteiten, in het uitgeverijvak en de veranderingen in de culturele samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen’.

9. Ook relevant voor vandaag

Naar aanleiding van de verschijning van Bloed en Rozen (eind 2015) laten enkele hoogleraren en docenten letterkunde  hun licht schijnen over de mogelijkheden van literatuur voor het onderwijs. Hoe kun je de ‘vonk’ laten overspringen? Hun conclusie: ‘Maak literatuur van vroeger relevant voor vandaag’. Lees artikel

Collegedag Literatuur op 31 maart

Tijdens de Boekenweek vindt op vrijdag 31 maart in het Literatuurmuseum in Den Haag een Collegedag Literatuur plaats. Vier inspirerende auteurs, Frits van Oostrom, Herman Pleij, Inger Leemans en Jacqueline Bel, nemen bezoekers mee op reis door de literatuurgeschiedenis. De collegedag is een samenwerking tussen Historisch Nieuwsblad, het Literatuurmuseum, de Taalunie en uitgeverij Bert Bakker. Lees hier meer informatie. 

Welke delen?

De Geschiedenis van de Nederlandse Literatuur bestaat uit de volgende delen: