Editie januari 2015

Rubriek: 
Auteur: 
Maarten Dessing
Foto: 
Gelya Bogatishcheva

I.L. Pfeijffer: 'Lelijke taal is lege taal'

Ilja Leonard Pfeijffers geschenk voor de Poëzieweek 2015 is een literaire meesterproef. Giro giro tondo is een sonnettenkrans over de liefde: veertien sonnetten waarbij de laatste regel steeds de eerste regel van het volgende gedicht is, plus een vijftiende sonnet dat bestaat uit alle eerste regels en het thema van de cyclus samenvat. Een sonnettenkrans is een zeldzaamheid in de Nederlandse literatuur. Maar waarom niet? 'Alle talen zijn even mooi en hebben per definitie dezelfde uitdrukkingsmogelijkheden.'

Had je het idee al voor een sonnettenkrans toen je werd gevraagd voor het geschenk?

'Ja. En ook dat het over de cyclische ontwikkeling van de liefde moest gaan: van verlangen naar verwerkelijking naar teleurstelling naar breuk naar gemis, dat opnieuw verandert in verlangen. Ik was nog niet daadwerkelijk begonnen, maar toen ik werd gevraagd, viel alles op zijn plek. Het geschenk heeft de ideale lengte om zo'n krans afzonderlijk uit te geven. Anders had ik het moeten verstoppen in een bundel. Dan valt het de meeste mensen niet eens op. Voor inspiratie hoefde ik ook niet ver te zoeken. Het liedje waarop de krans is gebaseerd hoor ik kinderen buiten zingen als het mooi weer is.'

'Je moet oppassen voor de valkuil van vormvastheid: dat je te snel tevreden bent als rijm en metrum eenmaal kloppen.' 

Viel het mee om zo'n ingewikkeld kunststuk te maken?

'Ach. Je weet van tevoren dat het niet makkelijk wordt. Maar dat wordt het ook niet als je vrije verzen schrijft. Het is wel bevredigend om te maken. Als je de krans onder je handen ziet ontstaan. Daardoor moet je oppassen voor de valkuil van vormvastheid: dat je te snel tevreden bent als rijm en metrum eenmaal kloppen. Het moet wel goede poëzie zijn. In de weken dat ik eraan werkte heb ik steeds geprobeerd om oplossingen die voldeden aan de vormeis, te vervangen door betere oplossingen.'

Beschouw je de taal als je gereedschap van je poëzie? Of is het meer?

'Het is mijn materiaal. Ik ben daar niet uitzonderlijk in. Voor iedereen is taal de lucht die hij ademt. Ik maak er alleen kunst van. Ik ben me er daardoor bewuster van dat taal meer kan zijn dan een effectief communicatiemiddel, dat zij ook intrinsieke schoonheid heeft. Sorry voor het esoterisch geneuzel.'

Ga je actief op zoek naar nieuwe woorden om te kunnen gebruiken?

'Ik raap de taal op zoals ik haar vind, achtergelaten in verlaten cafés, bezoedeld, verkreukeld, besmeurd, en ik probeer haar opnieuw te laten stralen door woorden in een nieuwe context te plaatsen. Ieder woord is goed genoeg en, als ik niet tevreden ben met het bestaande arsenaal, verzin ik desnoods neologismen die wel uitdrukken wat ik wil. De titel van mijn bundel Het glimpen van de welkwiek uit 2001 is zelfs een en al neologisme. Nu doe ik het trouwens minder, ik weet niet waarom.'

Wat betekent 'taal oprapen' concreet? Heb je altijd een notitieboekje bij de hand?

'Nee, ik bedoel het als metafoor. Ik hoef maar de radio of de televisie aan te zetten of ik hoor mijn moedertaal er verwaarloosd bij liggen. Binnen de kortste keren hoor je de schrikbarendste voorbeelden.'

Stoor je je ook aan de taal die je vindt?

'Ja. Lelijke taal kan mij diep irriteren. Zoals politici praten! Laagopgeleide Schilderswijkers spreken het plat-Haags waarmee ze zijn opgegroeid. Daar kun je op een bepaalde manier zelfs ontroerd van raken. Maar hoogopgeleide politici die expres lelijk praten omdat ze denken dat het bij hun vak hoort, dat kan ik niet uitstaan.'

Met poëzie poog je dat tegen te gaan?

'Eigenlijk wel. Dichters vermogen taal op te poetsen en haar de oorspronkelijke glans terug te geven.'

En zo taal weer schoonheid te geven?

'Schoonheid is een onwerkbaar begrip. Schoonheid is subjectief. Het gaat eerder om precisie en beeldende kracht. Lelijke taal is lege taal, het zijn vulsels, losse klanken. Precieze taal geeft woorden hun pregnantie terug, zodat iedere zin en ieder woord ertoe doet.'

Precisie. Maar dichters gebruiken toch graag meerduidige woorden om zo meer betekenis aan hun poëzie te geven?

'Ja. Het gaat om allebei. Een voorbeeld uit mijn bundel Idyllen, daar schrijf ik: "gezichten achter sluiers opgedoekt". Opdoeken wordt in de dagelijkse taal overdrachtelijk gebruikt. Men kan het, zoals hier, ook letterlijk nemen – terwijl ik tegelijk gebruik maak van de gewone connotatie van het werkwoord. Zo kan ik "opdoeken" iets van haar pregnantie teruggeven.'

Werkt dat bij uitstek bij poëzie?

'Welk genre ik ook beoefen, ik blijf dichter, omdat het me in de eerste plaats gaat om de formulering. Er zijn wel verschillen. In een gedicht kun je je zo'n hoge informatiedichtheid permitteren, terwijl die in proza vermoeiend zou zijn en onbegrijpelijk toneel zou opleveren. Maar de taal staat altijd voorop. Ook als ik een roman lees: het verhaaltje interesseert me weinig als de taal me niet interesseert.'

'Alle talen zijn even mooi en hebben dezelfde uitdrukkingsmogelijkheden.'

Sinds 2008 woon je in Italië. Je schreef het toneelstuk Aaamaaaaateeemiii! in het Italiaans. Stap je ooit over op die taal?

'Mijn Italiaans is niet goed genoeg. Ik maak foutjes. Voor een toneelstuk werk je samen met een regisseur en acteurs. Zij corrigeren die foutjes wel, terwijl ik hen misschien iets kan bieden – structuur, dialogen – die ze zelf niet in huis hebben. Als ik een voorstel krijg, zou ik het graag nog eens doen. Maar ik hoef geen Italiaanse auteur te worden. Het Nederlands is mijn moedertaal, daar ben ik toe veroordeeld. Een lot dat ik met een glimlach draag.'

Het Italiaans geldt als een veel mooiere taal.

'Ik geloof niet in mooie of lelijke taal. Alle talen zijn even mooi en hebben per definitie dezelfde uitdrukkingsmogelijkheden.'

Niet iedere taal kent het woord 'gezellig'.

'Ieder land heeft alleen zijn eigen culturele concepten. Voor ons is gezelligheid belangrijk. Als Italianen gezelligheid belangrijk vonden hadden ze daar wel een woord voor. Die verschillen zijn interessant om te onderzoeken, maar ze maken de ene taal niet rijker dan een andere.'

Fotograaf: 

Ilja Leonard Pfeijffer (1968) beoefent als schrijver alle genres. Hij debuteerde in 1998 met de poëziebundel Van de vierkante man, maar schreef ook romans, columns, toneelstukken, liedjes (voor Ellen ten Damme) en een reisverslag. Voor zijn caleidoscopische migrantengeschiedenis La Superba won hij in 2014 de Libris Literatuurprijs. Tegelijk met het geschenk voor de Poëzieweek Giro giro tondo verschijnt zijn nieuwe dichtbundel Idyllen.

Gesprek over het Poëzieweekgeschenk (Pauw, sep 2014)

Gesprek over het winnen van de Librisprijs (VPRO, mei 2014)

Gesprek over zijn verhuizing naar Genua (Vrij Nederland, aug 2009)

Over de Poëzieweek

De Poëzieweek vindt dit jaar plaats van 29 januari en 4 februari. Iedereen die voor ten minste € 12,50 aan poëzie koopt, ontvangt de bundel Giro giro tondo.
Meer informatie: www.poëzieweek.com. De Poëzieweek wordt financieel ondersteund door de Taalunie.