Editie april 2014

Kees van Kooten (c) Keke Keukelaar
Kees van Kooten (c) Keke Keukelaar
Rubriek: 
Auteur: 
Ludo Permentier

Kees van Kooten: ‘Ik heb alleen maar taal’

Hij is geschrokken van de heftige reacties op ‘zijn’ Groot Dictee, en hij begrijpt dat hij de meeschrijvers thuis verdriet heeft gedaan door het zo moeilijk te maken. Maar Kees van Kooten neemt geen letter terug van zijn betoog. 'Ik kan het niet verdragen dat “mijn taal” uit zorgeloosheid wordt verkracht. 

‘Ik had het kunnen weten’, zegt hij een maand na de uitzending. ‘Ik heb het speelveld van het Dictee verruimd tot buiten het blikveld van de traditionele dicteeschrijvers. Spelling op zich is niet interessant; het moest gaan over taal. En over het herkennen van grammaticale fouten, om bijvoorbeeld criminele pogingen tot phishing te ontmaskeren. Daardoor voelden velen zich gepakt en je weet hoe dat gaat: er is geen tussentijd meer. Vroeger moest je pen en papier nemen, een envelop en een postzegel, en naar de post lopen. Nu tik je je frustratie vlammend weg op Twitter.’

Niet alle reacties waren negatief. Zoals na elk Groot Dictee hebben weer enkele zeldzaam geworden woorden nieuwe zuurstof gekregen. Lammenadig, bijvoorbeeld, en macedoine. ‘Het is toch plezierig als je je vocabulaire kunt verrijken? En wat die zogenaamde elitaire, intellectuele woorden betreft: ik heb het nog eens opgezocht en voor polysyndeton, anakoloet of zeugma bestaan echt geen eenvoudiger woorden van Nederlandse oorsprong, hoor.’

De boodschap was natuurlijk verpakt in een typische dicteetekst die tegelijk een sterk Van Kooten-stempel droeg. Zinnen die als golven aan kwamen rollen en omsloegen boven de hoofden van de deelnemers, die zich versuft afvroegen wat dat allemaal te betekenen had. Je moest ze twee- of driemaal lezen voor je ze kon begrijpen, en die tijd kreeg je niet in de zaal en ook niet thuis.

Was dit een aanklacht? Een provocatie? Wat wilde u aantonen?

‘Ik zie mezelf als een schrijver met een kleine s, maar ik heb alleen maar taal. En ik weet wel dat die van iedereen is, en dat we die taal met z’n allen vorm geven en laten leven. Maar ik kan het niet verdragen dat onze taal wordt aangetast, besmeurd, verkracht. Taal is op z’n best in poëzie; daar is ze zuiver. Maar ook in het gewone leven is heldere taal van groot belang. Waarom bezigt men in de rechtspraak steevast het ondoorzichtige gallicisme 'appellant' in plaats van het transparante Nederlandse woord 'beroeper'? Stel je voor dat je ergens van beschuldigd wordt en dat je niet kunt achterhalen waarvan, omdat het woord dat ze tegen je gebruiken niet eens bestaat! De meeste Nederlanders, en zeker de dicteeschrijvers, zijn wel bereid eens iets op te zoeken als ze zonder fouten willen schrijven. Maar voor het woordgebruik of de grammatica doen ze geen moeite. In Vlaanderen is dat misschien anders. Daar is men bedachtzamer. Ze luisteren daar ook beter.’

Taalkundigen roepen soms: leve de taalfout! Want daaruit leren ze hoe taal evolueert.

‘Het is waar: als taal verandert, zal daar wel een reden voor zijn. Dat is interessant voor wetenschappers. En het is ook waar dat de taalfout van vandaag het cliché van morgen is en de taalregel van volgende week. Maar intussen moeten we elkaar toch kunnen begrijpen? Als je gaat rommelen met het gebruik van mits en aangezien, die respectievelijk een voorwaarde en een reden aankondigen, en met de gelijkschakeling van als en dan, dan kan dat toch alleen maar tot onbegrip en misverstand leiden? Het kan dan wel gebeuren dat die twee over honderd jaar synoniemen zijn geworden, maar wat doen we daar vandaag mee? Ik heb het Groot Dictee, dat een groot bereik heeft, gebruikt om daar aandacht voor te vragen.’

U pleitte ook voor de schoonheid van de taal.

‘Heb je wel eens gezien hoe het publiek reageert als Raymond van het Groenewoud of Henny Vrienten op een podium staan? Zesduizend fans staan te springen op het ritme en zingen die teksten woordelijk mee. Het grote publiek herkent een mooie versregel en heeft wel degelijk gevoel voor taal. Luister naar de rappers van tegenwoordig. De dreunende beat is niet bepaald mijn stijl, maar de manier waarop ze met taal knippen en plakken, dat is de scheikundedoos van vandaag. Het is misschien soms rommelig, maar het swingt en het is lekker. Taal is lol en de jonge dichters die je vandaag naar de microfoon ziet grijpen om hun poëzie in het publiek te gooien, zijn de Vijftigers van vandaag.’

Lees meer over het Groot Dictee: